Kameraden in het kwaad

Van de stamtafel via de loopgraven naar de SA. Het Duitsland van de jaren twintig was een mannenmaatschappij waarin de kameraadschapscultus geruisloos overging in homoseksualiteit. Zelfs Hitler zag daar vooral voordelen in. Pas toen Rohm zijn positie begon te bedreigen, zette de Fuhrer zijn zedelijkheidsoffensief in.
DE FILM TOONT hem slechts een paar seconden, te midden van een aantal nazi-nichten: een vet zwijn met een snor, een vingerdiep litteken op zijn gezicht en ook anderszins niet direct het prototype van de arische mens. Hij en de zijnen hebben zich verzameld in een rustiek Beiers Gasthof. Daar wordt, de armen om elkanders schouders, gezopen, gezwetst en gezongen. ‘SA marschiert mit ruhig festem Schritt…’ Tegen het middernachtelijk uur zijn zij grotendeels uit de kleren. Tollend van de drank zoeken ze - getweeen, gedrieen, gevieren - de slaapkamers op. Wij zien een paar flitsen van de nachtelijke activiteiten. Dan wordt het stil. Totdat in de vroege ochtend vanuit de verte een half dozijn auto’s komt aanrijden, met gedimde lichten. De Gasthof wordt geruisloos bestormd. Even later zijn de feestvierders allemaal dood.

Het is Luchino Visconti’s cinematografische verbeelding van de Nacht van de Lange Messen, het bloedbad dat zich in werkelijkheid voornamelijk met behulp van pistolen en machinegeweren heeft voltrokken. De in zijn film The Damned (1969) beschreven massa-executie is sowieso apocrief. In werkelijkheid werd de SA-top - in Beieren en elders - keurig gearresteerd en naar een gevangenis overgebracht.
Toegegeven, de heren waren er even later niet minder dood om. Zo ook SA-leider Ernst Rohm. ‘In zijn cel, in afwachting van de executie, hoorde men hem zacht en smartelijk herhalen: Mein Fuhrer, mein Fuhrer, mein Fuhrer’ (Frank Rector, Homo Holocaust, 1981). Ook dat verhaal is ongetwijfeld apocrief. Rohm was inmiddels niet meer zozeer Adolf Hitlers steun, toeverlaat en stijgbeugel, als wel zijn directe concurrent. De liquidatie van Rohm en de zijnen was dan ook niet zozeer een daad van morele verontrusting over de 'tegennatuurlijke vereniging des vlezes’ als wel een politieke stap tegen een organisatie die het nationaal-socialistische establishment te machtig dreigde te worden.
JA, ROHM WAS openlijk homoseksueel en de enige die (lange tijd) riep dat dit eerst bewezen moest worden was zijn Duzfreund Adolf Hitler. Zoals iedereen, behalve Hitler, wist dat een belangrijk deel van zijn staffunctionarissen eveneens homoseksueel was.
Natuurlijk, het waren allemaal kinderen van de Weimarrepubliek geweest, de linksen en de ultralinksen, de rechtsen en de ultrarechtsen, opererend in een klimaat waarin de diverse minderheden eindelijk de kans kregen zich te emanciperen. Het gold voor het rode Berlijn met zijn culturele explosies op en rond de Kurfurstendamm, en omdat een politiek-maatschappelijke voorkeur in principe losstaat van een seksuele voorkeur gold het eveneens voor het conservatieve en in principe homofobe Munchen, Hauptstadt der Bewegung.
Hoe heeft de homoseksualiteit, die later door Hitler c.s. even bloedig zou worden vervolgd als de joden en zigeuners, in de beginjaren van het nationaal-socialisme zo'n belangrijke rol kunnen spelen?
Het was een grotendeels atmosferische kwestie, in een land met een traditionele, rond de stamtafel tot wasdom gekomen mannelijkheidscultus, die tussen 1914 en 1918 in de loopgraven verder was ontwikkeld. 'Hun soort homoseksualiteit was van een heel mannelijk slag: ze leefden in een mannenwereld, zonder vrouwen, een wereld van kampementen en marcheren, van appels en sport.’ (A. L. Rowse, Homosexuals in History, 1977). 'De nazi-beweging zelf was natuurlijk in essentie een puur mannelijk collectivisme, en de cultus van kameraadschap die in haar gelederen in ere werd gehouden was een alles doordringende, zij het ook niet als zodanig erkende vorm van homoseksualiteit’ (Richard Grunberger, The 12-Year Reich, 1971).
Rohms SA was de knokploeg van het nationaal-socialisme. Zij deed waar de concurrentie, Heinrich Himmlers SS, zich te goed voor voelde: het uiteenknuppelen van de politieke bijeenkomsten van communisten en sociaal-democraten. Dergelijke acties schijnen ook al aan een soort mannelijk collectivisme te appelleren, want in 1933 - het jaar waarin Hitler aan de macht kwam - had de SA drie miljoen leden, terwijl de aanhang van de elitaire SS op vijftigduizend was blijven steken.
De SA had in die eerste dagen van het Derde Rijk trouwens een probleem. Na het verbod van partijen als de SPD en KPD hadden Rohms knokploegen weinig anders meer omhanden dan het terroriseren van de joden. Dus groeide in dit milieu de behoefde aan een 'tweede revolutie’, waarin de SA de drijvende kracht zou zijn, een revolutie tegen de wankelmoedigheid van de jonge rijkskanselier Adolf Hitler, die de SA in feite te weinig volks was en die er bovendien toe neigde met het grootkapitaal te pacteren. Het klinkt vanuit hedendaags perspectief grotesk, maar politiek gezien moet de SA links worden gesitueerd, blijkens Rohms openlijk uitgesproken tirades tegen de bureaucraten en bonzocraten in de jonge nationaal-socialistische regering.
ERNST ROHM (1879-1934), zoon van een Munchense spoorwegbeambte, bezocht als jongeman de militaire academie. Hij ging de Eerste Wereldoorlog in als compagniecommandant en raakte twee keer zwaar gewond, een keer door een granaatsplinter, de tweede keer door veertien granaatsplinters. Alle vijftien tekenden hem voor de rest van zijn leven. Hij was en bleef primair soldaat en huldigde de avontuurlijke, niet van eigenbelang gespeende, theorie dat de ware militair eigenlijk levenslang vrijgezel moest blijven.
Rohms SA was een uitgesproken volkse beweging, die met lede ogen zag hoe Hitler het socialisme, als ideologisch element in het nationaal-socialisme, verkwanselde. Rohm had in feite maar een ambitie: zijn SA moest de officiele krijgsmacht van het nationaal-socialisme worden, met hemzelf in de functie van minister van Oorlog. Maar de bureaucraten en bonzocraten van de argwanend toekijkende NSDAP vermoedden dat hij meer wilde. Adolf Hitler moge uiterst bedreven zijn geweest in het scheppen van een cultus rond zijn persoon, Ernst Rohm presenteerde zich demonstratief als de tweede man in de staat, met zijn SA-hotels en zijn SA-scholen, zijn massale SA-sportmanifestaties en zijn, door de aanwezigheid van tienduizenden bruinhemden gekenmerkte SA-massademonstraties. Daarbij vergeleken oogde het NSDAP-kader, vond Rohm, als een verzameling bloedeloze ambtenaren.
In 1933 kwam hij tijdens een ritje door de Berlijnse Tiergarten een paar NSDAP-functionarissen tegen. 'Moet je die kerels zien!’ sprak hij afkeurend tot zijn vleugeladjudant. 'Daar moeten we zo snel mogelijk van af. Dan kunnen we eindelijk met de echte revolutie beginnen.’
'Maar hoe had u zich dat voorgesteld?’ informeerde zijn gesprekspartner.
'Ben ik de chef van de SA of niet?’ sprak Rohm.
ROHM WAANDE zich zo machtig dat hij zich zelfs zijn vrijelijk beleden homoseksualiteit meende te kunnen veroorloven, daarbij de openbare mening hooghartig negerend. Hij schiep zelfs een zeker welbehagen in de spotversjes die op hem werden gemaakt. 'Een zeker lid van de SA/ stond stafchef Ernst Rohm zo na/ dat hij om hem te imponeren/ Heil Hitler rond de aars liet tatoeeren.’ De aanvallen op Rohms seksuele geaardheid verschenen, toen het nog kon, in de linkse dag- en weekbladen, spreekbuis van communisten en sociaal-democraten, die in deze kwestie een uitgesproken kleinburgerlijk standpunt innamen.
De communistische Rote Fahne noemde het verschijnsel homoseksualiteit 'onproletarisch’. Maxim Gorki, artistiek boegbeeld van het historisch-materialisme, beweerde in de Pravda dat homoseksualiteit een kenmerk van fascisme en nationaal-socialisme zou zijn, 'terwijl dit verschijnsel in het land waar het proletariaat moedig en mannelijk de macht in de staat heeft veroverd tot een sociale misdaad is verklaard en daarom ten strengste wordt bestraft’.
De sociaal-democraten, die men wijzer zou wensen, opereerden op dezelfde populistische golflengte. De Munchner Post publiceerde, even voor de machtsovername, een artikelenserie over de 'tegennatuurlijke ontucht’ in het nationaal-socialistische milieu. Geestverwante kranten drukten in 1932 onder het motto 'Paniek in de SA - de stafchef Rohm komt eraan!’ een tekening af waarop het opperhoofd der bruinhemden fluitend een bos betreedt terwijl zijn mannen, op het ergste voorbereid, hun achterwerken met hun SA-pet beschermen.
Erg verheffend was het allemaal niet. Het enig juiste, zindelijke standpunt werd, als wel vaker, ingenomen door Kurt Tucholsky, wiens weekblad Die Weltbuhne ook dit keer optrad als geweten van het verstandiger deel der natie. Aan die onthullingen in de Munchner Post zat een luchtje, constateerde hij. Zeker, tegen de nazi’s was elk middel geoorloofd, desnoods het in ongerede brengen van iemands particuliere eigenaardigheden. Maar in dit geval gingen de anti-nationaalsocialisten naar Tucholsky’s mening veel te ver. 'De grappen over Rohm bevallen mij niet. De man maakt geen geheim van zijn homoseksualiteit. Heeft hij in het openbaar aanstoot gegeven? Neen. Heeft hij zich aan kleine jongens vergrepen? Neen. Heeft hij iemand bewust met een geslachtsziekte opgezadeld? Neen. Dan zijn wij voorlopig uitgepraat. Al het andere is zijn privezaak. Wat ons betreft mag Hitler inbrekers in dienst nemen. Als hij weer iets over de zedenverwildering in deze tijd brult, moet hem onder ogen worden gebracht dat er onder de nazi-troepen vanzelfsprekend homoseksuelen zitten. En overigens ben ik van mening dat wij aan het geslachtsleven van Rohm evenmin een boodschap hebben als aan Hitlers patriottisme.’
Tot onze verrassing moeten wij constateren dat er, anders dan Tucholsky suggereerde, van Hitlers zijde geen sprake was van gebrul over de eigentijdse zedenverwildering. Integendeel, de nazi-leider nam in de kwestie-Rohm (toen nog) hetzelfde vooruitstrevende, liberale standpunt in als Die Weltbuhne, het belangrijkste oppositionele weekblad uit de Weimartijd. 'Wat heb ik ermee te maken of iemand van achteren of van voren…?’ opperde Hitler reeds in 1923, toen zijn nationaal-socialistische beweging nog in de kinderschoenen stond. Nadat de nazi’s aan de macht waren gekomen, deed de Duits-nationale hoofdcommissaris van Berlijn direct alle nichtenkits op slot. Hitler liet deze maatregel onmiddellijk ongedaan maken. 'Ik wil niet dat Berlijn tot grauwheid vervalt’, verklaarde hij. 'Berlijn moet een lichtstad worden die Parijs geheel in de schaduw stelt, zulks ten gerieve van alle vermaakzoekenden, uit welk deel van de wereld zij ook komen aangereisd.’ Zoals hij bij een eerdere gelegenheid had laten weten elke vorm van 'preutsheid en morele bemoeizucht’ te verafschuwen. 'Wat heeft dat met onze strijd te maken? Dat zijn de versleten ideeen van reactionaire ouwe wijven. Onze opstand heeft niets te maken met burgerdeugden. Wij belichamen een vorm van revolte die is geboren uit de kracht van onze natie - die ook de kracht is van haar lendenen, zo u wilt. Ik zal geen plezierbederver zijn voor wie dan ook van mijn mannen. Mijn kerels zijn geen engelen, dat weet God. Ik heb geen behoefte aan brave borsten en ik ben evenmin geinteresseerd in hun prive-leven als ik enige bemoeienis met mijn prive-leven zal toestaan.’
MAAR TOEN HAD Hitler de SA-stafchef nog nodig. Toen Rohm een politieke bedreiging voor de pas aangetreden Rijkskanselier begon te vormen, was het van het ene moment op het andere gedaan met Hitlers liberalisme, net zoals het socialistische element van het nationaal-socialisme na zijn machtsgreep als sneeuw voor de zon was verdwenen.
Dit tot woede en teleurstelling van Ernst Rohm, die geen enkel bezwaar tegen een nationaal-socialistische terreurstaat had, als deze maar proletarisch van karakter was. Hij maakte (in intieme kring) van zijn hart geen moordkuil. 'Adolf is gemeen! Hij gaat alleen nog maar met reactionairen om. Zijn oude kameraden zijn niet goed genoeg meer voor hem. Daarom komt hij met die Oostpruisische generaals aanzetten. Dat zijn nu zijn vertrouwelingen. Adolf weet heel goed wat ik wil… Geen aftreksel van het oude keizerlijke leger. Zijn wij revolutionairen of niet? De kans om echt iets nieuws en groots te doen, iets dat de wereld op zijn kop zal zetten - zo'n kans krijg je maar eens in je leven.’
Richard Heydrichs Sicherheitsdienst stond ervoor garant dat dit soort tirades Hitler binnen de kortste tijd ter ore kwamen. Zoals Heinrich Himmler, chef van de SS en Rohms voornaamste rivaal, liet weten zeker te zijn dat de SA-stafchef bezig was een putsch voor te bereiden. Daarvan was overigens - Rohms woorden over de noodzaak van een Tweede Revolutie ten spijt - geen sprake. Ondertussen was er onrust in het Duizendjarige Rijk. Wat ging er gebeuren? Was Hitler bezig de monarchie in ere te herstellen? Streefde Rohm ernaar Hitler af te zetten om zelf Fuhrer van ’s werelds eerste homoseksuele regering te worden?
Er moest iets gebeuren, besloot Hitler. Nu vond hij opeens dat zijn homoseksuele geestverwanten 'een pestbuil’ waren, die zo snel mogelijk moest worden 'uitgebrand’. Hij begaf zich op 28 juni 1934 naar dat Beierse pension waar Rohm en een paar van diens kameraden logeerden. De pensionhoudster, die de deur voor Hitler en de zijnen opende, stotterde iets over de 'grote eer’ die haar beschoren was, maar inmiddels hadden de ochtendlijke bezoekers zich reeds voor Rohms slaapkamerdeur geposteerd. Het duurde even voordat de SA-leider in de kleren was. Daar stond, op de drempel, zijn hoogste chef, de rijkskanselier, met een getrokken pistool in de hand. Hij noemde zijn vroegere vriend een verrader en liet hem in de boeien staan. Daarna begaf Hitler zich naar het tegenoverliggende vertrek en trommelde hoogstpersoonlijk een andere hoge SA-functionaris uit zijn bed, dat deze broederlijk met zijn chauffeur bleek te delen.
Het was 'een tot kotsens toe weerzinwekkend tafereel’, zou propagandaminister Josef Goebbels later verzuchten. De homoseksuelen onder de nationaal-socialisten waren van het ene moment op het andere in ongenade gevallen. 'Het schandelijkste verraad uit de wereldgeschiedenis’ vroeg om harde maatregelen. De complete SA-top, homoseksueel of niet, werd doodgeschoten. De lagere regionen van SA en NSDAP werden grondig gezuiverd, niet zozeer op de seksuele voorkeur van de betrokkenen als wel op het vermoeden dat zij ooit eens lastig voor Hitler zouden kunnen worden. Hitler was nu de definitieve, oppermachtige alleenheerser van het Duizendjarige Rijk.
En op de puinhopen van Rohms ambities bloeiden andermaal de Flusterwitze:
'Nu heeft het volk eindelijk begrepen wat Rohm bedoelde toen hij in een toespraak zei: “In elke Hitlerjunge steekt een SA-leider.” ’
HET DERDE RIJK was gezuiverd, van linksen, liberalen en kritische katholieken, socialisten en communisten, joden en vrijmetselaars, oppositionele journalisten en antifascistische kunstenaars.
Ook de homoseksuelen waren vanaf de Nacht van de Lange Messen hun leven niet meer zeker. 'Heb je al gehoord van de Rohm-moorden?’ schreef ene Erich aan een penfriend. 'Daarmee is alles begonnen, de razzia’s, het sluiten van de bars enzovoort. In plaats daarvan zijn wij gezegend met de nieuwe sekswetten. Onze ouwe gabber Harold zei dat je al gepakt kunt worden als je naar een jongen glimlacht. Dat vertelde hij me voordat hij onderdook - ik heb geen idee waar hij zit. Herinner je de gebroeders G. G. nog? Vorige week gearresteerd en overgebracht naar de Preungesheim-gevangenis. Herinner je je Max? Die zit waarschijnlijk in Dachau. De enige contacten die ik met Ferdi had zijn nu ook afgelopen; ik vrees, nu Rohm verdwenen is, dat zijn SA-uniform hem weinig bescherming zal bieden.’
Precies een jaar na de Nacht van de Lange Messen werd de homoseksualiteit officieel verboden, net als het plegen van een abortus. Immers, zo luidde de toelichting: 'Een volk dat zeer vele kinderen heeft, beschikt over het uitzicht op de wereldmacht.’ De voortplanting was een onderdeel van de nationale expansiepolitiek geworden en voor de 'geperverteerden’ respectievelijk 'bevolkingspolitieke blindgangers’ restte slechts het concentratiekamp.