Hoofdcommentaar: Achterban GroenLinks

Kamerfractie tegenover achterban

De vijftienduizend leden van GroenLinks hebben vorige week een oproep ontvangen van partijvoorzitter De Rijk en fractieleider Rosenmöller om tot aan de verkiezingen «als goodwill-ambassadeur» de tanende populariteit van de partij te keren. Het laatste jaar kwam GroenLinks na aanvankelijke euforie over uitmuntende opiniepeilingen immers verscheidene keren «negatief in het nieuws». Van zeven zetels winst in de peilingen zakte GroenLinks terug naar één zetel verlies. En van een potentiële regeringskandidaat werd de partij opeens een onbetrouwbare factor. Het door de fractie zorgvuldig opgebouwde vertrouwen verdween door de affaires in het partijkader als sneeuw voor de zon. «Er wordt kritischer naar GroenLinks gekeken», schrijven De Rijk en Rosenmöller niet zonder verbazing in hun brief aan de leden. «Dat is soms wennen, politiek is een hard vak.»

Hard is de politiek altijd geweest, maar GroenLinks heeft daar de laatste jaren gewoon weinig van gemerkt. De partij van Rosenmöller was in de winning mood en leek dankzij de gefundeerde en realistische oppositie van de kamerfractie in de publiciteit het tij louter mee te hebben. Maar door de opeenstapeling van affaires in korte tijd, en vooral door de weifelende houding van de partijtop in deze zaken, was het zelfvertrouwen alras verdwenen.

De brief waarin de leden wordt gevraagd het positieve GroenLinks-nieuws uit te dragen, alsmede het congres van afgelopen weekend, dienden ervoor om, met de hand in eigen boezem, een punt achter de affaires te zetten. Hoewel het een voor GroenLinkse begrippen tamelijk mat congres was, heeft de eerder falende partijtop met verve afgerekend met de miskleunen van het afgelopen jaar. De «geclausuleerde» steun aan de aanvallen op Afghanistan en later — toen een kritische Partijraad met moties dreigde te komen — het «opschorten» van die steun, was voor zowel kiezers als toekomstige regeringspartners moeilijk te begrijpen, erkende Rosenmöller zaterdag. Ook de ruzie in de Haagse gelederen, waar geen overeenstemming kwam over een kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, was volgens de partijtop weinig verheffend.

Het is in de politiek, om met Rosenmöller te spreken, «een unicum» dat zo ruiterlijk falen wordt toegegeven. Het is evenwel jammer dat wat betreft de oorlog in Afghanistan nu nog niet duidelijk is wat in het ideale geval dan wél de opstelling van GroenLinks zou zijn geweest. Elk volgend conflict, bijvoorbeeld wanneer de internationale coalitie opstoomt richting Irak of Somalië, verdient uiteraard een eigen, nieuwe beoordeling, maar het zou interessant zijn te weten of GroenLinks dan eerder neigt naar de harde lijn, zoals vertegenwoordigd door defensie-woordvoerder Ab Harrewijn, of naar de schone-handenpolitiek van de Socialistische Partij.

Ook van de zaak-Singh Varma maakt Rosenmöller zich ietwat gemakkelijk af. Het ging in deze zaak immers niet louter om «de gefingeerde kanker van Tara», zoals in de brief aan de leden de zaak subtiel wordt benoemd, maar om de wijze waarop een ondermaats presterend politica ondanks evidente verantwoordelijkheid voor diverse schandalen jarenlang de hand boven het hoofd is gehouden. «De oordelen waren soms wel heel erg hard», zei Rosenmöller zaterdag op het partijcongres in Utrecht. En maandagavond voor de televisie herhaalde hij dat. Hij wenste met overslaande stem de Vara-presentatrice nooit in haar omgeving een vergelijkbare zaak toe, maar ging voorbij aan de veel gehoorde kritiek dat GroenLinks, in de voorgaande jaren, minder strenge maatstaven placht te hanteren bij de keuze voor volksvertegenwoordigers die afkomstig zijn uit culturele minderheden (en vaak een groot arsenaal kiezers meebrengen). Partijvoorzitter Mirjam de Rijk ging daar vrijdag in haar congresrede wél op in. Zij liet weten weinig waarde te hechten aan kandidaat-kamerleden die schermen met een enorme achterban en liever mensen te rekruteren die vooral over bepaalde uitzonderlijke kwaliteiten beschikken. «Als het gaat over allochtonen en politiek, of allochtonenpolitiek, pleit ik vooral voor precisie», zei zij.

Opvallend is het dat de twee voornaamste affaires waarmee GroenLinks afrekende in meer of mindere mate te wijten waren aan de actieve achterban. Voor wat betreft Afghanistan had Rosenmöller zich in alle mogelijke bochten te wringen om de pacifistische goegemeente binnen de partij niet te zeer voor het hoofd te stoten. De verkiesbare positie op de kandidatenlijst in 1998 van Tara Singh Varma was te danken aan een voorkeurscampagne van een deel van dat actieve partijkader. De geoliede kamerfractie van GroenLinks, die de laatste jaren niet bepaald een afspiegeling was van alle gelederen in de partij, liet op congressen geen kans onbenut haar ergernis uit te spreken over het radicalisme van die achterban.

Maandenlang was het not done om GroenLinks aan te spreken op de mogelijkheden van de partij in een toekomstige regeringscoalitie. Sinds afgelopen weekend mag hier volop over worden gespeculeerd. Dat het met GroenLinks niet altijd even veilig regeren zal zijn, is de laatste maanden duidelijk geworden. Het mooie mea culpa van de partijtop kan die verdeeldheid in de partij niet verhullen. «Je kunt niet met succes op het pluche zitten zonder principes», zei Rosenmöller op televisie. Op het congres liet hij weten een verscheidenheid aan opvattingen niet meer per se tot een compromis te willen smeden. GroenLinks is bij Afghanistan «te krampachtig op zoek geweest naar een vorm van consensus, terwijl pluriformiteit juist een handelsmerk van onze partij is». Of het met dat handelsmerk handig regeren is, moet GroenLinks na 15 mei maar eens laten zien.