Kamerkunst

Zijn de volksvertegenwoordigers representatief voor de bevolking van Nederland? Je zou zeggen van niet, als je de resultaten vergelijkt van de twee onderdelen van de tentoonstelling The People’s Choice in de Rotterdamse Kunsthal. Het gedeelte van Komar en Melamid heeft ruime aandacht in de media gekregen, omdat hun vertaling van de smaak van de gemiddelde Nederlander afwijkt van die van de gemiddelde Amerikaan, Fin en Keniaan. Dat roept reminiscenties op aan de afwijkende standpunten van het kleine, dappere volk aan de Zuiderzee inzake kernraketten en drugsbeleid.

Het gedeelte van Trademark, een organisatie die kunst op bestelling levert, is nauwelijks besproken, misschien wel omdat de kunstwerken niet de vertaling zijn van de smaak van de volksvertegenwoordigers, laat staan van het volk, maar van de woorden van de Tweede-Kamerleden. De kloof tussen volk en volksvertegenwoordiging manifesteert zich in een dichotomie tussen woord en beeld, duidelijker dan scanderende betogers op het Binnenhof kunnen doen.
De aandacht voor het ideale gemiddelde dateert niet van vandaag of gisteren. Het is de jacht op de grootste gemene deler, het gemiddelde dat de ideale schoonheid moet opleveren, ontdaan van rafelige eindjes en tijdelijke onzuiverheden. Eind vorige eeuw experimenteerde de Amerikaanse psycholoog Galton met composite portraiture door een portret samen te stellen uit verschillende hoofden, een procédé dat in deze eeuw werd toegepast om tot groepstypen te komen: de arbeider, de student, de wasvrouw enzovoort. De fotograaf Emile van Moerkerken werkte dat eind jaren vijftig uit: hij drukte een aantal portretfoto’s over elkaar heen af, waarbij de ogen steeds op dezelfde plek bleven. Het resultaat was scherpe ogen in een gelaatschap van een curieuze onscherpte, en een mooi noch lelijk gezicht, een nietszeggend gemiddelde dat associaties oproept met genetisch gemanipuleerde embryo’s; niet van akelige Arische voortplantingsprogramma’s, maar van een droef stemmende grauwheid en gemiddeldheid die we nu vooral met de vreugdeloze zijde van de wederopbouwjaren in verband brengen. Van Moerkerken zag dat zelf heel anders: ‘U zult ongetwijfeld met mij tot de conclusie komen, dat de “ideaalportretten” niet alleen gaver en mooier, “tijdlozer” zijn, maar ook méér en dieper inzicht geven in de persoonlijkheid.’ Alle toevalligheden worden namelijk genivelleerd en slechts de essentie blijft over.
Terug naar de Tweede Kamer. De kunstwerken die Trademark liet maken door verschillende kunstenaars zijn geïnspireerd op gesprekken met vertegenwoordigers van vijf politieke partijen, en voorzien van een kort tekstje in dialoogvorm van de hand van Bril & Van Weelden. Net als in de zeventiende-eeuwse embleemboeken bestaan de werken uit een beeld, een titel en een tekst. Opmerkelijk genoeg zijn de titels - motto’s van een partij over een onderwerp als rechtvaardigheid of ontplooiing - in het Engels gesteld. Zo heet de CDA-visie op solidariteit 'Harnass Power For Service’. In de embleemboeken waren de titels vaak in het Latijn gesteld, om met een mysterieus sluier afstand tot de wijsheid te scheppen. Mogelijk wordt met het Engels aanspraak gemaakt op de universele geldigheid van de grensoverschrijdende taal die kunst is. Het effect is eerder het nivelleren van het werk tot de nietszeggendheid en inwisselbaarheid die alles wat universeel en internationaal is bedoeld kenmerken. Inderdaad, 'The Middle Defines’, zoals het standpunt van de PvdA inzake rechtvaardigheid is samengevat. Het lijkt de slagzin van de tentoonstelling als geheel.
Opmerkelijk is evenzeer dat alle kamerleden aan wie hun versie van de partijstandpunten is gevraagd, vrouw is. Niet zozeer vanwege het mysterie dat vrouwen omsluiert, maar omdat vrouwen veelal de cultuurpolitieke opvattingen van het volk mogen verwoorden.