Commentaar: Kamikaze-Ali

Kamikaze-Ali

Ayaan Hirsi Ali is boos op haar partijgenoten in de VVD. Dat heeft ze deze week onomwonden naar buiten gebracht.

Strikt genomen heeft ze gelijk. Nu fractieleider Van Aartsen te kennen heeft gegeven dat het nog onduidelijk is wie de portefeuille integratie en emancipatie krijgt, heeft ze reden om zich in de steek gelaten te voelen. Doordat ze vorig jaar vanuit de PvdA overstapte naar de liberale partij stak ze haar nek uit. Ze werd door de VVD immers niet binnengehaald wegens haar bestuurlijke ervaring of grote kennis van files in de Randstad. Haar meerwaarde zat uitsluitend in haar prangende boodschap over integratie en emancipatie van allochtone vrouwen, twee zaken die volgens haar onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dat leverde haar bij de verkiezingen ruim dertigduizend voorkeurstemmen op. Het had derhalve klip en klaar moeten zijn dat die portefeuille binnen de fractie door Hirsi Ali zou worden behartigd.

Ook gelet op haar achtergrond mankeert er aan de ambitie van Ayaan Hirsi Ali niks. Dat de diplomaat Van Aartsen daar op de valreep moeite mee heeft, getuigt wellicht van angst. Op een dergelijk gevoelig thema iemand plaatsen die op z’n zachtst gezegd voor beroering zorgt, brengt kennelijk risico’s met zich mee.

Maar er wringt wel iets. Allereerst is de achterliggende vraag wat indertijd de reden is geweest van de VVD om de Somalische sociologe met zoveel tamtam binnen te halen. Was dat om de wankele PvdA een hak te zetten, juist omdat Hirsi Ali blootlegt waar die partij zo veel had laten liggen? Werd ze werkelijk gerespecteerd? Of heeft ze het voor zichzelf verpest?

Het zijn pijnlijke vragen. Politiek is niet alleen scoren op inhoud, het vereist subtiel manoeuvreren en handelen om het mandaat van de kiezers zo gunstig mogelijk uit te buiten. Hirsi Ali laat zien dat daar niet haar talenten liggen. In haar tactiek toont ze zich een kamikazepiloot. Haar loopbaan is geplaveid met affaires, die niet alleen veel vertellen over de ontvanger van haar woorden, maar ook iets over haar stijl.

Confronteren en de openbaarheid zoeken in plaats van gepolder of gesmoes in de wandelgangen — het mag dan verfrissende nieuwe politiek zijn, maar kiezers vertrouwen er óók op dat belangen duurzaam worden behartigd. Terwijl ze zo veel krediet heeft bij zo veel mensen kiest ze met haar ongenoegen over de taakverdeling niet eerst voor bemiddeling achter de schermen maar voor een sologang naar de media. Gezien haar weinig flegmatieke karakter én haar overtuiging dat het «twee voor twaalf» is (getuige haar oproep tot een «liberale jihad») zal zij niet gauw water bij de wijn doen.

Dat is heel zonde.