Naomi Klein

Kamikaze-kapitalisme

Hoe noem je iemand die zo sterk gelooft in de belofte dat verlossing wordt bereikt wanneer een stelsel van strikte regels wordt nageleefd dat hij bereid is zijn eigen leven op het spel te zetten om die geloofsregels te verspreiden?

Een godsdienstfanaticus? Een heilige strijder? Of misschien een Amerikaanse afgevaardigde voor handelsbesprekingen?

Vrijdag begon de WTO-top in Doha, Qatar. Volgens Amerikaanse veiligheidsdiensten is er reden om aan te nemen dat al-Qaeda, dat in die Golfstaat veel aanhangers heeft, erin is geslaagd enkele strijders het land in te krijgen, onder wie een explosievenexpert. Er zouden zelfs terroristen het Qatarse leger hebben geïnfiltreerd.

Gezien die dreigingen zou je verwachten dat de VS en WTO hun top hadden afgelast. Maar nee hoor, niet deze ware gelovigen.

In plaats daarvan werden VS-afgezanten uitgerust met gasmaskers, radio’s en medicijnen teneinde bioterrorisme het hoofd te bieden. Terwijl onderhandelaars debatteerden over landbouwsubsidies, houtkap en farmaceutische patenten, stonden er helikopters klaar om Amerikaanse afgezanten bliksemsnel af te voeren naar vliegdekschepen in de Perzische Golf, klaar voor een ontsnapping in Batman-stijl.

Je kunt rustig stellen dat Doha niet een normale handelsbespreking was; dit is iets nieuws. Laten we het Kamikaze-Kapitalisme noemen. De Amerikaanse handelsafgezant Robert Zoelick prees zijn delegatieleden voor hun bereidheid «zich op te offeren» wanneer ze zouden worden geconfronteerd met zulke «onbetwijfelbare risico’s».

Waarom doen die mensen dat? Waarschijnlijk om dezelfde reden als waarom mensen altijd hun leven op het spel hebben gezet voor een hoger doel: ze geloven in een stelsel van regels dat transcendentie belooft.

In dit geval is de god economische groei, en luidt de belofte dat ons een wereldwijde recessie wordt bespaard. Nieuwe markten om te betreden, nieuwe sectoren om te privatiseren, nieuwe regels om in te snijden — dat alles zal de pijltjes op ons televisiescherm weer naar de hemel doen wijzen.

Natuurlijk kan groei niet worden gecreëerd op een WTO-top, maar Doha kan wel iets anders bereiken, iets dat meer religieus dan economisch is. Deze top kan de markt «een teken» geven dat er groei ophanden is, en expansie dichterbij.

Rijke landen verlangen wanhopig naar zo’n teken. Het is dringender dan de problemen met de huidige WTO-regels, die aan de orde worden gesteld door vooral de arme landen. Zij hebben genoeg van een systeem dat hen dwong hun handelsbarrières te laten vallen terwijl rijke landen de hunne handhaafden.

Het is geen verrassing dat arme landen de grootste tegenstanders zijn in deze ronde. Voordat ze ermee instemmen de bevoegdheden van de WTO drastisch uit te breiden, verzoeken ze de rijke landen hun beloften uit de vorige ronde waar te maken.

Er zijn zeer belangrijke meningsverschillen rond landbouwsubsidies en overschotten, over belasting op kleding en het patenteren van organismen. De meest omstreden kwestie is die van de octrooien op medicijnen. India, Brazilië, Thailand en een coalitie van Afrikaanse landen willen dat die octrooien in duidelijke taal worden vastgelegd. De VS en Canada verzetten zich zich terwijl hun eigen afgezanten onderweg naar Qatar nog niet gelicenseerde Cipro slikten, die werden afgedwongen van Bayer.

Deze kwesties vinden we niet terug in de ontwerpverklaring van de WTO. Dat is de reden dat Nigeria de WTO ervan beschuldigde «partijdig» te zijn en «de problemen van de ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen te negeren». De WTO-ambassadeur van India zei dat de verklaring «de onaangename indruk wekt dat geen serieuze poging wordt gedaan kwesties die belangrijk zijn voor ontwikkelingslanden hoog op de WTO-agenda te plaatsen».

De protesten hebben weinig indruk gemaakt in Genève. Groei is de enige god in deze onderhandelingen. Maatregelen die de groei — van farmaceutische bedrijven, van waterbedrijven, van oliebedrijven — ook maar enigszins zouden kunnen vertragen, worden door gelovigen behandeld alsof ze afkomstig zijn van ketters en gevaarlijke gekken.

We zijn getuige van het «bundelen» (in Microsoft-stijl) van de handel binnen de voor-ons-of-tegen-ons-logica van de oorlog tegen het terrorisme. VS-afgezant Robert Zoelick verklaarde: «Door het beleid van de WTO te steunen, kunnen die 142 landen de afschuwelijke vernietigingsdrang van het terrorisme tegengaan.» Open markten, zei hij, zijn «een tegengif» tegen het «gewelddadige rejectionisme van de terroristen». Verder riep Zoelick de WTO-leden op hun onbelangrijke zorgen over massa-armoede en aids opzij te zetten en zich aan te sluiten bij het economische front van Amerika’s oorlog: «We hopen dat de afgevaardigden die bijeenkomen in Doha zullen inzien wat de werkelijk belangrijke kwesties zijn.» Handelsbesprekingen gaan geheel en al over macht en mogelijkheden, en voor de Kamikaze-Kapitalisten van Doha biedt het terrorisme weer een nieuwe mogelijkheid om te speculeren.

Vertaling: Rob van Erkelens