Hoofdcommentaar

Kamp en de migrant

Reageer online

Als voormalig minister van Defensie Henk Kamp de laatste tijd in het nieuws kwam, was dat omdat hij steevast werd genoemd als de man die het leiderschap van de VVD op zich zou moeten nemen om de partij te verlossen van de contraproductieve rivaliteit tussen Mark Rutte en Rita Verdonk. Maar deze week deed het kamerlid Kamp weer zelf van zich horen. Hij schreef een zestien pagina’s tellende notitie voor zijn fractie over immigratie en integratie.

Wie Kamp heeft gevolgd tijdens zijn vorige woordvoerderschap van de VVD-fractie op deze onderwerpen, zal niet verbaasd zijn: heldere taal, harde toon. Kamp windt er geen doekjes om: ‘de problemen in de wijken, op de scholen, op de arbeidsmarkt en met de criminaliteit zijn sterk gerelateerd aan de immigratie van kansarmen’. Hij heeft het over een veenbrand in de samenleving die door sommigen in de politiek wordt aangewakkerd en waarvoor anderen het hoofd afwenden.

Kamp wil de veenbrand blussen met maatregelen die erop zijn gericht om ‘laagopgeleiden uit niet-westerse landen verder, drastisch en blijvend terug te dringen’. Kamp benoemt hier wat de regeringspartijen ook proberen te bereiken, alleen hebben zij het in het regeerakkoord over een modern migratiebeleid en over de kennismigrant. Die laatste is hoog opgeleid, kansrijk en wél welkom, oftewel precies het tegenovergestelde van de migranten waar Kamp het over heeft. Maar door te benoemen wie je wél naar Nederland wilt halen, zeg je indirect ook wie je hier liever niet ziet komen. De een zegt wat hij denkt, de ander verhult liever, het blijft tobben in migratieland Nederland.

Kennismigranten uit het buitenland halen om in een vergrijzend Nederland de verzorgingsstaat overeind te houden is volgens een recente studie van het Centraal Planbureau echter automatisch een probleem, omdat kennismigranten nu eenmaal niet naar een land met hoge belastingtarieven gaan. Ze kiezen voor landen waar ze veel van hun bruto salaris overhouden. Oftewel: de verzorgingsstaat Nederland met hoge belastingtarieven is niet attractief voor ze, terwijl vergrijzend Nederland ze, volgens het kabinet, juist nodig heeft.

Kamp, die kennismigranten ook graag ziet komen, heeft het niet over dit probleem. Toch is het voor de discussie juist interessant. Het zou immers niet de eerste keer zijn dat Nederland een migratiebeleid inzet dat op naïeve dan wel verkeerde aannames is gebaseerd. Zo heette het eerst dat de gastarbeiders tijdelijk hier waren, vervolgens dat na de hereniging met hun gezinnen de toestroom zou stoppen, waarna werd gezegd dat de volgende generatie niet meer zou trouwen met partners uit de landen waar hun (voor)ouders vandaan kwamen. Telkens bleek de werkelijkheid anders.

Kamp richt zich in zijn notitie onder meer op die laatste, verkeerde veronderstelling: de toestroom van huwelijksmigranten. Vraag het stedelijke bestuurders en zij zullen beamen dat dit een probleem is: met elke huwelijksmigrant, voor het merendeel vrouwen, begint de integratie van een nieuwe generatie weer bijna bij het begin. Kamp wil daarom die migratie indammen. Hoe? Door de staat nog meer de rol te laten spelen van een ouderwetse, aanstaande schoonvader.

Eiste vroeger die schoonvader een bruidsschat, nu wil Kamp dat de staat 7500 euro borg krijgt als er een partner uit het buitenland komt. Keek vroeger de schoonvader het aanstaande schoonkind, soms letterlijk, in de mond, Kamp wil dat de staat via DNA het bewijs krijgt dat de partner geen familielid is dat onder het mom van een huwelijk hier zijn geluk komt beproeven. Zag vroeger de schoonvader erop toe dat de verbintenis niet op een echtscheiding uitliep, Kamp wil dat de staat voorschrijft dat partners zeven jaar bij elkaar blijven voordat de huwelijksmigrant een zelfstandige verblijfsstatus krijgt. Eiste vroeger de schoonvader dat de partner jong, lees maagdelijk, was, Kamp wil nu dat de staat de leeftijdsgrens voor de huwelijksmigrant met drie jaar verhoogt tot 24 jaar.

Dat laatste kan niet, omdat een Europese richtlijn bepaalt dat die leeftijd maximaal 21 mag zijn. Maar een formele reactie volstaat niet. De vraag moet zijn tot hoe ver een staat zich mag bemoeien met de keuze van zoiets privés als een huwelijkspartner? Of de staat strenge eisen mag stellen die weliswaar formeel niet discriminerend zijn, maar in de praktijk vooral door Turkse en Marokkaanse, laagopgeleide Nederlanders gevoeld zullen worden? Of de staat mag eisen dat iemand met zijn DNA aantoont dat hij is wie hij zegt te zijn?

Het kamerlid Henk Kamp is terug op zijn oude stek: het migratie- en integratiebeleid. Met heldere en harde taal, zoals voorheen. Daar had en heeft Kamp zijn twee vroegere partijgenoten, Geert Wilders en Rita Verdonk, die nu van buitenaf de VVD bedreigen op de rechterflank van het politieke speelveld, niet voor nodig.