Ach Europa (2)

Kamp Europa

Op loopafstand van het Europees Parlement in Brussel kampeerden tot vorige week tientallen migranten in zelfgekozen miserabele omstandigheden. Ze waren in hongerstaking gegaan na moedeloos te zijn geworden van het jarenlange wachten op een wettelijke verblijfserkenning. Een aantal van hen was zo ondervoed dat ze zijn opgenomen in het ziekenhuis. Op medische gronden kunnen ze hun verblijf nu met drie maanden verlengen. Morele chantage? Zeker. Maar door demonstratief het lot van hun eigen lichamen uit handen te geven en te parkeren in een zelfgeconstrueerde wachtruimte raakten ze het biopolitieke en electoraal zo gevoelige immigratiebeleid van de landen in de EU in het hart.
Kern van dat beleid is een rangschikking naar de waarde van de migrant. Zij die aantoonbare familiebanden hebben, een hoge verwachte welvaarts- en werkgelegenheidsopbrengst en een laag veiligheidsrisico maken de grootste kans op verblijfsrechten. Onderaan de ladder van dit klassensysteem staan zij die buiten alle categorieën vallen en die als onwettelijk, illegaal worden bestempeld, zoals deze hongerstakers. Filosoof Giorgo Agamben omschreef deze migranten eerder als ‘homo sacer’ de burgerlijk naakte mensen, zij die gestript zijn van burgerschapsrechten.
Deze onwettelijke migranten worden doorgaans gedwongen samen te leven in opvang- en uitzetkampen binnen de staat, maar buiten de normale wettelijke samenleving. Van onwettelijk worden de migranten daarmee buitenwettelijk. Oude scholen, fabrieken, gevangenissen en kazernes aan de randen van de steden of lucht- en zeehavens zijn intussen omgebouwd tot uitgezonderde minisamenlevingen. Want als we een groep mensen niet meer in bestaande categorieën kunnen plaatsen, maken we kampen. Nog steeds. En kampen zijn er in verschillende vormen en gedaanten. Er zijn kampen voor het veiligstellen van eigen strijders in den vreemde (Kamp Holland), voor het in bewaring stellen van vermeende terroristische strijders (Guantánamo Bay) en dus ook sinds enige jaren deze migrantenkampen (zoals uitzetcentrum Schiphol-Oost). Wat ze gemeen hebben is dat ze geopolitieke bufferzones zijn; er worden mensen in opgevangen en op afstand van de samenleving gehouden.
Met de opvang in kampen is het migratiebeleid in de EU gedepolitiseerd. Het is gereduceerd tot een ogenschijnlijk neutrale administratieve productieketen, een machine. De input voor de machine is de migrant zonder papieren. In de machine wordt het vluchtverhaal gescreend en daarmee een status en identiteit geproduceerd om ten slotte de uitstroom naar ofwel verblijf, ofwel verwijdering mogelijk te maken. De kampen transformeren de status van een ongedocumenteerde migrant naar een voor de EU bruikbare code. Het ‘afval’ van de grensmachine wordt geconcentreerd in uitzetcentra en administratief verwijderd, dat wil zeggen gedeporteerd of letterlijk als vuilnis ‘geklinkerd’: op straat gezet.
Overal in de EU zijn de afgelopen jaren migrantenkampen ontstaan. De uitzondering is regel geworden. Het zijn er nu honderden, variërend van open ontvangstcentra tot gesloten uitzetcentra. De commissie Burgerlijke Vrijheden van het Europees Parlement heeft in februari een rapport uitgebracht van haar bezoeken de afgelopen drie jaar aan 26 centra in de EU. In veel gevallen trof de commissie onreglementaire en soms zelfs inhumane omstandigheden aan. Er was vaak sprake van gebrek aan hygiëne, onvoldoende toegang tot medische zorg en overbezetting. De commissie verontrustte het dat steeds meer gebruik wordt gemaakt van oneigenlijke detentie en dat mensen vaak niet goed geïnformeerd worden over de redenen van hun detentie, hun rechten en de voortgang in hun casus. In reactie op dit rapport merkte de linkse parlementariër Pafilis scherp op dat het Europees Parlement krokodillentranen huilt om deze barbaarse omstandigheden, want het had eerder wel ingestemd met de inhumane anti-immigratiewetten van de commissie, inclusief de regelingen omtrent de criminaliserende detentie en deportatie van ‘illegale’ immigranten die deze omstandigheden mede hebben geproduceerd. De commissie had overigens niet de centra buiten de EU bezocht die (een aantal individuele landen in) de EU zelf wel medefinanciert. Er is inmiddels een uitgebreid raster aan externe migrantenkampen ontstaan net buiten het grondgebied van de EU, zoals in Libië, Tunesië en Marokko. Naar de toestand van deze kampen is het slechts gissen.
En dan zijn er behalve de officiële kampen in en buiten de EU nog de informele kampen. Vaak verscholen in bossen of in oude fabrieken met veelal niet veel meer dan tentzeilen hebben migranten zich hier verzameld, wachtend op de kans om ongezien binnen te komen. Het kamp van de hongerstakers in Brussel past in deze snelle groei van migrantenkampen in de EU. Ook zij wachtten. Zelfs ten koste van hun eigen lichaam. In veel opzichten is de EU een grimmige wachtkamer geworden.

Henk van Houtum is verbonden aan het Nijmegen Centre for Border Research van de Radboud Universiteit Nijmegen