Kampen

Werkgevers- en werknemersorganisaties zijn niet gecharmeerd van de sociaal-economische maatregelen van het kabinet. Iedereen heeft daar wel een goede reden voor.

Vanavond, weet u wat de uitkomst is van de Provinciale-Statenverkiezingen. Op het moment dat ik dit schrijf, is nog niet bekend of regeringspartij CDA na de halvering in juni opnieuw kleiner is geworden en hoe onrustig de achterban daarvan wordt, of ook de PVDA wederom is gezakt in de gunst van de kiezers, of de PVV mogelijk de tweede partij is geworden en of dit samen met een eventuele zetelwinst van de VVD genoeg is om in mei - als de Provinciale-Statenleden de Eerste Kamer kiezen - het verlies van coalitiepartner CDA te compenseren en toch een meerderheid te krijgen in de Senaat.

Bovenstaande alinea is natuurlijk een indirecte inschatting van de uitkomst. Niet zelf verzonnen, maar gebaseerd op de laatste opiniepeilingen van zowel Maurice de Hond als de Politieke Barometer. Als die er ver naast zitten, levert dat stof op voor discussie. Stel dat de PVV toch weer groter wordt dan is voorspeld, zoals in het verleden ook gebeurde, waarom zaten de opiniepeilers er dan naast? Hebben de veelvuldige televisieoptredens van PVV-leider Geert Wilders en zijn oproep om geen vluchtelingen uit Libië toe te laten daarin een rol gespeeld?

Zo zou ik ook graag weten of recente uitlatingen van VVD-minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over onder meer het ontslagrecht, en het uitlekken van een wetsontwerp over ingrepen in de bijstand van zijn partijgenoot De Krom, staatssecretaris op hetzelfde ministerie, een rol hebben gespeeld in de verkiezingsuitslag van de grootste regeringspartij. Met als vervolgvraag: ten gunste of ten ongunste?

Wel weet ik dat de sociale partners, de werkgevers- en werknemersorganisaties, niet gecharmeerd waren van Kamps uitlatingen, om overigens zeer verschillende redenen.

Menige werkgever zou juichen als Kamp hem de mogelijkheid geeft zelf te bepalen welke werknemers hij wil ontslaan als de bedrijfsvoering daarom vraagt en hij daarbij niet langer gebonden zou zijn aan regels als ‘het laatst erin, het eerst eruit’. Maar dat idee had de minister volgens werkgeverskringen beter kunnen opzouten tot na de verkiezingen. Te meer omdat met gedoogpartner PVV is afgesproken niet aan het ontslagrecht te tornen, zodat Kamp het toch niet kan verwezenlijken. Dan toch opperen dat het ontslagrecht niet heilig is, zou kiezers maar kunnen afschrikken en er moest juist alles aan gedaan worden om het minderheidskabinet en gedoogpartner PVV een meerderheid te laten behalen in de Eerste Kamer.

Want bovenal willen de werkgevers nu rust aan het regeringsfront. Een vleugellam kabinet zonder steun in de Eerste Kamer is in hun optiek ongunstig. Nog erger vinden ze het als er nieuwe verkiezingen zouden moeten komen: het de werkgevers gunstig gezinde CDA zou dan mogelijk nóg kleiner worden en de PVV met zijn behoudende sociaal-economische programma waarschijnlijk nóg groter! Dan toch liever de PVV in de rol als gedoogpartner van een VVD/CDA-minderheidskabinet.

Communicatief een heel domme zet van Kamp, was dan ook het commentaar in bepaalde Haagse wandelgangen. Terwijl anderen er juist garen bij meenden te kunnen spinnen: door forse kritiek te leveren, zoals de PVV en de SP. Of door erop te wijzen, zoals D66 deed, die het juist eens is met de minister, dat Kamps woorden nu weliswaar daadkrachtig klonken, maar dat het kiezersbedrog is, omdat de liberale minister onder druk van de PVV deze kabinetsperiode weinig zal doen.

Bij de werknemersorganisaties waren ze ook niet blij met Kamps uitlatingen. Maar daar omdat ze het inhoudelijk niet met hem eens zijn. Volgens Kamp is het logisch dat een werkgever die zelf mag beslissen wie hij aanneemt ook zelf mag bepalen wie hij ontslaat. Maar daar zitten vanuit werknemersoptiek wel haken en ogen aan. Gaan oudere werknemers, omdat ze relatief duurder zijn, er dan altijd als eerste uit? Zijn vakbondsleden met een kritische mond dan altijd als een van de eersten de klos? Het tegenargument van Kamp is dat met een krimpende beroepsbevolking die ontslagenen makkelijk weer aan werk komen. Dat dit dan misschien in een ander beroep is of voor een lager salaris laat hij weg.

Niet gepland was het uitlekken, zo kort voor de verkiezingen, van de plannen van staatssecretaris De Krom met de bijstand. Die wil De Krom zodanig versoberen dat werkloze ouders met inwonende, werkende kinderen hun bijstandsuitkering kwijtraken. De werkgevers zullen opnieuw hun tanden hebben geknarst. Net als bij het ontslagrecht niet omdat ze het er niet mee eens zijn, maar het was zo'n ongeschikt moment. De werknemersorganisaties op hun beurt knarsten ook de tanden, zij wederom omdat ze het er inhoudelijk niet mee eens zijn.

Maar het moment van uitlekken hebben de vakbonden mogelijk wél gunstig gevonden. Net als oppositiepartijen die het er niet mee eens zijn en dachten er stemmen mee te kunnen winnen. Of ze dat goed inschatten is de vraag. In het huidige maatschappelijke klimaat lijkt menige kiezer het juist goed te vinden dat 'profiteurs’ worden gekort op hun uitkering: moeten ze maar gaan werken.

Wat de sociale partners communicatief vast wél een slimme zet vonden, was het over de verkiezingen heen tillen van een akkoord tussen sociale partners en minister Kamp over de verhoging van de pensioenleeftijd. PVV-kiezers zouden zich anders misschien maar herinneren dat Wilders instemt met een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 66 jaar, terwijl hij vorig jaar anders beloofde. Hoewel de PVV-stemmer dit niet veel lijkt te kunnen schelen, weet je maar nooit of het stemmen had gekost voor kabinet en gedoogpartner. Ook voor de vakbonden is het gunstig dat Kamp nog niet kon pronken met een akkoord met de sociale partners. Dat zou maar de indruk wekken dat ze dit kabinet steunen. Maar let op, die afspraken over het pensioen komen binnenkort.