Kampioen

O, ik ben zo trots! We waren al wereldkampioen pijltjesgooien, het Nederlandse koppel stijldansen (Latijns-Amerikaans) heeft de buitenlandse concurrentie alle hoeken van de vloer laten zien, en we worden dit jaar vast en zeker ook wereldkampioen ‘Slechtste literaire seksscŠne van het jaar schrijven’. Hier, uit de roman Meestal vergaat de wereld om 9.00 uur, komt de Nederlandse inzending: ‘Branco komt nu met een ander ondeugend voorstel. “Zullen we anders standje 69 doen?” Ik ken inmiddels 44-en, maar 69-en is mij tot op heden onbekend. Daar gaat mijn glansrijke rol van ervaren minnares. Branco neemt de leiding: “Draai je om.” Ik zit omgekeerd op zijn buik, een beetje als Dik Trom op de ezel. “Schuif verder door, nog iets verder. Daar ja. Buig je voorover.” Ik voel hem aan me likken. Beffen, befte, gebeft. Van mij wordt hetzelfde verwacht. Ik word misselijk. Ik zie de camera, ik ruik aarsgeuren. Ik geef een korte lik aan zijn eikel als aan een ijsje waarvan je de smaak niet kent. Dan sta ik op, ren naakt naar de wc en haal nog net de pot om de maaltijd en de ellende van vanavond eruit te gooien.’

O, jummie! Er is geen Zweed die dit beter kan. Sinds Jan Cremers smeulende alinea’s over de flipstand hebben we niet meer zo'n kanshebber gehad. Christie Hofmeester heet ze, ze volgt haar opleiding aan de School voor Journalistiek, en wie durft er nu nog te beweren dat die opleiding niets waard is? Je leert er keurig de vervoeging van het werkwoord beffen, je krijgt alle ins and outs van de literaire vergelijking (bijvoorbeeld dat je heel anders likt aan een ijsje waarvan je de smaak niet kent dan aan een ijsje waarvan je al wÇÇt dat het naar mokka met harde stukjes smaakt), je doet tentamen Aarsgeuren (Diverse) en je leest Nederlandse klassiekers als Dik Trom en de ezel. En hebt u de knipoog naar Carmiggelt opgemerkt? Ik hoor het Wim Sonneveld nog zeggen: ‘Ach meneer, waar is de gulle lach gebleven, op heden.’ Is het niet meesterlijk?
Het enige wat misschien roet in het eten gooit, straks in de finale, is de verwarring die zou kunnen ontstaan over het begrip 'beffen’. Ik zie het triomfantelijke smoel van het Franse jurylid al voor me, als hij opstaat: 'Non en nog eens non, messieurs, alleen een vrouw kan gebeven worden, bij mannen is dit on-mo-ge-lijk. Lisez-vous, het staat hier overduidelijk. Madame wordt gebeft, par monsieur, en zij denkt: “Van mij wordt hetzelfde verwacht.” Een man kan hoog springen en laag springen, gebeven worden is er voor hem niet bij. Jamais!’
Misschien vindt u het spijkers op laag water zoeken, maar ik heb al heel wat geheide winnaars van de zeephelling zien gaan door dit soort pietluttige details.
Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat een uitgever zoiets laat passeren. Ik bedoel: die lui hangen de hele dag rond in hun grachtepanden, telefoontje, broodje, borreltje, een zware baan is het niet. Dan mag je toch verwachten dat ze zo'n schrijfstertje even het verschil tussen pijpen en beffen uitleggen? Zo kweek je wereldkampioenen.
Hoe koket dit misschien ook moge klinken, de schrijver maakt geen moment de indruk dat hij zijn taken als schrijver en als drinker niet serieus neemt. Het is een van zijn belangrijkste karaktertrekken: wat hij ook doet, hij kan het niet anders dan met zijn hele hart. Of het nu is om zijn eenzaamheid te vergeten (zoals drank, werk en vrouwen bij aanvang van het boek) of omdat hij er een vurige passie voor heeft opgevat (eerst zijn pianostudie aan het conservatorium, later zijn studie Portugees), er is maar ÇÇn manier.