Kampioen parttime

ALS NEDERLAND al de buitenlandse kranten haalt, dan is dat de laatste tijd vaak met een negatieve aanleiding. Is het niet het populisme dan is het wel kinderporno. Maar vorige maand zette The New York Times ons land verrassend in het zonnetje: ons parttime banenmodel geldt als lichtend voorbeeld voor de flexibele werknemer en werkende ouders van de 21ste eeuw.
Terwijl er in eigen land al jarenlang forse kritiek is op de deeltijdwerkende vrouw - zo schiet het natuurlijk nooit op met de emancipatie - wordt in het achtergrondartikel ‘The Female Factor: Working (Part-Time) in the 21st Century’ beschreven waarom de verdeling van werk en privé via parttime werken gunstig uitpakt. De nieuwe generatie Hollandse mannen is met hun vrouwen namelijk meegeëmancipeerd en vindt het inmiddels normaal om een 'papadag’ bij de werkgever op te eisen. En dat mét behoud van promotie, zoals een advocaat (37 jaar) in de maatschap van een advocatenkantoor vertelt. Hij zegt ook dat hij de weg heeft bereid voor andere mannen op zijn kantoor. Je bent geen zacht ei meer als je werktijd inlevert voor de zorg voor het nageslacht. Boeken, websites en allerlei prijzen stimuleren mannen om rolmodel te worden. Om de trend te illustreren worden voorbeelden in machoberoepen aangehaald, zoals een chirurg in Amsterdam en Wouter Bos.
De strekking van het artikel is dat parttimebanen voor beide seksen de oplossing bieden voor de werkvloer van de 21ste eeuw, waarin flexibele werktijden en thuiswerken met een laptop toenemend standaard zijn. Dit proces heeft zich in de relatief korte tijd van tien jaar voltrokken, zodat er bijna sprake is van een sociale revolutie.
The New York Times houdt ons, aan zelfhaat grenzende klagende Nederlanders, een spiegel voor. Het polderland bekleedt zowaar weer een gidsrol. Dat komt eerder voort uit pragmatisme dan uit ideologie. Want duidelijk wordt ook dat Nederland als liberale samenleving - 'marihuana wordt getolereerd en prostituees hebben een eigen vakbond’ - nog altijd een opvallend klassiek rollenpatroon heeft: 75 procent van de Nederlandse vrouwen werkt in deeltijd (gemiddeld 24 uur), tegenover 41 procent in andere Europese landen en 23 procent in Amerika. Slechts zestien procent van de Nederlandse vrouwen zegt de top te willen bereiken en geen vrouw wil kinderen vijf dagen 'in de crèche wegstoppen’. Elma Drayer, van het boek Verwende prinsesjes, moppert: 'Nederlandse vrouwen moeten eindelijk eens volwassen worden.’
Maar die slome prinsesjes hebben er onbedoeld wel voor gezorgd dat onze werkvloer op het niveau van het middenkader zoetjes aan feminiseert. De achterstand van 'kampioen parttime’ lijkt om te buigen in een voordeel, waarbij de Nederlandse mannen voorop lopen in de wereld: eenderde werkt minder, tegenover tien procent in Europa en negen procent in Amerika. Zo slecht doen onze mannen het nog niet. Op een foto zie je de advocaat zijn dochter zorgzaam instoppen in een knalroze ledikantje. Maar zolang het woord 'papadag’ nog in zwang is, blijft er wel een genderverschil in waardering.