Kampioen van de kleine man

Wat de tegenstanders van Geert Wilders ook doen, welke schrikwekkende historische vergelijkingen ze ook maken (Herman van Veen), hoeveel onheil ze voorspellen (VNO-NCW), het deert hem niet. Het oude bestel dat wortelt in de verzuiling en de verjaarde tegenstelling tussen rechts en links brokkelt verder af en de partijen die als buitenstaanders zijn begonnen, rukken verder op. D66, de SP en de VVD pikken hun graantje mee, maar ze zijn relatief kabouters vergeleken bij de PVV.
Hoe komt het? De PVV heeft nog geen samenhangend partijprogramma dat keurig in een brochure past, maar dat is ook niet nodig want Wilders heeft de nieuwe kleine man ontdekt. Het universele nationale slachtoffer dat in 1929 door Louis Davids op een tekst van Jacques van Tol tot onsterfelijkheid is bevorderd. ‘Die doodgewone man met een confectiepakkie an,/ Zo’n man die niks verdragen kan, blijft altijd onder Jan’, enzovoort. Wilders heeft het begrepen. De kleine man is tegen verhoging van de AOW-leeftijd, wil de troepen weg uit Afghanistan, Turkije niet in de Europese Unie, drastische vermindering van de ontwikkelingshulp, geen immigratie meer uit islamitische landen, strengere straffen, en de Nederlandse vlag op iedere school. Dat zijn, voorzover we het uit de partijdocumenten en de interventies van Wilders kunnen opmaken, de hoofdpunten.
In de Volkskrant (17 november) heeft hij tien redenen gegeven waarom de PVV tegen de toelating van Turkije is. Dat is, afgezien van wat je ervan denkt, een coherente redenering. Maar het meeste blijft vaag geformuleerd, lijkt meer op een verzameling kreten van verlangen en naderende wanhoop. Sommige verlangens passen bij links, andere bij rechts. Het geheel lijkt me in ieder geval verre van voldoende om de PVV tot een soort opvolger van de NSB uit te roepen. Vergelijkingen met mensen, organisaties en gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog gaan trouwens per definitie mank.
Wilders en zijn groeiende schare hebben een ander probleem, dat zolang de PVV in de oppositie is nog niet hoeft te worden opgelost. In welke mate is dit programma (nog steeds in staat van wording) uitvoerbaar? De islam is voor Wilders een obsessie, of liever, zijn oorspronkelijk handelsmerk. Wil zijn partij werkelijk alle moslims het land uit, en zo ja, op welke termijn en op welke manier? Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Ik heb eens geopperd dat een creatief persoon om te beginnen een scenario zou schrijven en daarna misschien een film zou maken met als onderwerp ‘Wilders aan de macht’. Dat zou dan iemand uit zijn eigen kamp kunnen zijn, of een tegenstander; dat zou principieel geen verschil maken. Het gaat om de vraag wat we ons van de natie met Wilders als minister-president moeten voorstellen. Waarom zou hij het zelf niet doen? Hij heeft als cineast al ervaring.
De politieke praktijk van Wilders bestaat tot dusver uit een ongebruikelijke, relatief kundig gevoerde oppositie. Hij is het tegendeel van de typische vertegenwoordiger van de zittende politiek, in zijn verschijning, zijn tactiek en strategie, zijn hele optreden en in het bijzonder de manier waarop hij zich uitdrukt. Hij onttrekt zich aan het inhoudelijk debat, zijn kritiek bestaat voor het allergrootste deel uit één of een paar woorden. Knettergek, triest, te gek voor woorden. Daarmee openbaart hij wat de kleine man denkt en nu ook als blogger op internet laat weten. Nu, met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht, wordt het tijd om althans een schets te geven van de praktijk die ons misschien te wachten staat.
In menig opzicht doet de manier waarop de PVV’ers oppositie voeren denken aan het klassieke essay van Max Weber, Politik als Beruf. Geschreven in 1919, ook een tijd van verwarring. Weber maakt onderscheid tussen Gesinnungsethik en Verantwortungsethik. Wie volgens de eerste handelt, spreekt zich uit volgens het ethisch radicalisme van de Bergrede, absoluut, zonder te vragen naar de aardse consequenties. God zal hem beoordelen. Dit is niet de ethiek van de politicus. Ook hij laat zijn daden bepalen door zijn besef van goed en kwaad – dat hopen we tenminste – maar hij wordt nu, ter plaatse, ter verantwoording geroepen voor de gevolgen. Deze concrete gevolgen zijn het doel van zijn handelen. Terwijl hij dit doel probeert te bereiken, ontmoet hij allerlei tegenstand. De ‘omstandigheden’ nopen hem ertoe in onderhandeling te gaan, zich desnoods aan te passen, zoveel mogelijk ‘de boel bij elkaar te houden’ zodat hij ‘de beste van alle mogelijkheden’ bereikt. Dat hoort het resultaat van iedere fatsoenlijke politiek te zijn.
Het PVV-programma bestaat voor het grootste deel uit punten die tot de Gesinnungsethik horen. Je kunt het ook eenvoudiger zeggen, in de woorden van W.F. Hermans. Wilders lijkt op het soort mensen die, als ze een berg op de kaart hebben aangewezen, denken dat ze hem beklommen hebben. Zou de PVV proberen haar programma compromisloos in de praktijk te brengen, dan zal daaruit een nationaal kabaal ontstaan in vergelijking waarmee wat we nu beleven een betrekkelijk bedaarde ruzie is. Ook dit kabaal hoort dan tot het scenario. Maak die film.