Het heeft iets prettig vertrouwds, bijna wereldvreemds om de nieuwe Kings of Convenience te beluisteren, zeker omdat er sinds hun laatste werk zo veel veranderd is in de (muziek)wereld. Twaalf jaar heeft het geduurd, en waar Declaration of Dependence (2009) nog uitkwam toen Spotify een marginale speler was en gevestigde platenlabels de koers bepaalden, verschijnt hun nieuwe Peace Or Love in een landschap dat gedomineerd wordt door singles in plaats van albums, en door artiesten die precies weten hoe ze hun miljoenenpubliek kunnen bereiken. Een vermaard playlisttrucje dat met name in hiphopkringen steeds vaker wordt ingezet: véél nummers uitbrengen en die vooral niet te lang laten duren. Elke play levert immers geld op.

Het is voor artiesten soms hoorbaar lastig om zich aan deze formulematigheden te onttrekken. Des te groter is de verademing die Peace Or Love heet. Alsof de tijd voor het Noorse folkduo Kings of Convenience al bijna twintig jaar stilstaat – wat, voor de goede orde, een compliment is. Dit nieuwe album is het werk van een duo dat zich duidelijk volop richt op het album als geheel, met aandacht voor opbouw en spanningsboog. De middelen die worden ingezet zijn schaars: twee hoge, zuivere stemmen en twee akoestische gitaren die niet voordringen maar harmonisch om elkaar heen cirkelen. Soms mag er een bescheiden strijker meedoen of duikt er een achtergronddrum op, maar eenvoud dicteert de koers van Kings of Convenience. Zoals altijd bij het duo, al ligt het tempo nog iets lager dan op eerder werk, en is de bezetting nog spaarzamer.

Deze aanpak werkt verfrissend goed. Het geluid dat op Peace Or Love ontstaat is er een van gemoedelijke intimiteit. Alsof alles op een zomeravond rondom een kampvuurtje is opgenomen. Over veel nummers hangt de zweem van melancholie, maar het blijft milde melancholie, nergens overheersend. ‘I wish you had been more of a talker’, wordt gezongen in Rocky Tails, een van de beste nummers van de plaat. ‘Not the kind that is just flapping his lips, and not the kind that looks away.’

Intrigerende zinnetjes, die in de handen van veel tekstschrijvers de opmaat zouden zijn voor een uitgedacht verhaal: wie die ‘you’ precies is, hoe de band met de protagonist zich heeft ontwikkeld. Maar bij Kings of Convenience vertellen zulke oneliners, losgekoppeld van een concrete plot of context, juist het voornaamste verhaal. Het gaat om die zachte, licht vervreemdende sfeer die dit hele album aan elkaar bindt; af en toe lijken de vocalen van bandleden Erlend Øye en Eirik Glambek Bøe vooral extra instrumenten, zozeer lopen ze over in het gitaarspel.

Natuurlijk kun je zeggen: waarom brengt een band anno 2021 in wezen dezelfde muziek uit als decennia terug? Maar juist daarin schuilt schoonheid. Bijna alles aan de muziekbusiness is veranderd, de streaminglijsten worden gedomineerd door een gejaagd soort doelgerichtheid, en Peace Or Love is te midden van dit alles duidelijk gemaakt vanuit plezier. Twee mensen die na een nogal lang uitgevallen pauze hun gitaren weer oppakten en samen begonnen te zingen, niet omdat het ze werd opgedrongen, maar gewoon omdat ze daar zin in hadden.


Kings of Convenience, Peace Or Love