Persvrijheid in Marokko

Kan de koning tegen kritiek?

Wilde Mohammed VI zich in het begin van zijn regeerperiode bewijzen als een moderne, progressieve koning, en heeft hij dat nu niet meer nodig? Ahmed Reda Benchemsi, hoofdredacteur van TelQuel, maakt zich zorgen over de persvrijheid in Marokko.

AHMED REDA BENCHEMSI, oprichter en hoofdredacteur van Marokko’s grootste Franstalige onafhankelijke weekblad TelQuel, is ‘ernstig bezorgd’ over de aanvallen op de persvrijheid in zijn land: ‘Wij Marokkaanse journalisten weten nooit van tevoren welke onderwerpen een reactie van de staat zullen uitlokken. De enige manier om dat te weten te komen is publiceren en afwachten. De afgelopen jaren hadden die reacties telkens iets van een tijdelijke crisis, een storm die moest uitrazen. Maar sinds juni lijkt de storm niet meer te gaan liggen, integendeel, hij wordt steeds zwaarder.’
De affaires stapelen zich op, de veroordelingen ook. Meestal speelt het koningshuis er een rol in, en toch kun je niet zeggen dat kritiek op de koning onmogelijk is in Marokko. Ahmed Reda Benchemsi: ‘De koning wordt voortdurend bekritiseerd door de pers, waaronder TelQuel. Als het de regering ernst was met kritiek op de koning, dan was er de afgelopen tien jaar geen persvrijheid geweest – en de Marokkaanse pers wás het afgelopen decennium de meest vrije in de Arabische en islamitische wereld. Maar wat we nu meemaken zou dat wel eens kunnen veranderen. Ik maak me hier erg druk om.’
Suggereert Benchemsi dat aan die periode van persvrijheid een einde is gekomen?
‘Ik hoop dat ik me vergis, maar er is voor mijn gevoel iets zeer ernstigs gaande. Misschien zijn de afgelopen tien jaar een uitzondering geweest. De secretaris-generaal van Reporters sans Frontières zei onlangs dat Mohammed VI zich in het begin van zijn regeerperiode wilde bewijzen als moderne, progressieve koning, en dat hij dat nu niet meer nodig had. Misschien is dat waar. Misschien staan we aan het begin van een nieuw tijdperk waarin het regime zijn natuurlijke neigingen weer gaat vertonen: botte autocratie en geen enkel respect voor persvrijheid. Ik zie het die kant echt op gaan, maar nogmaals, ik hoop dat ik me vergis.’
TelQuel zelf, dat in 2001 werd opgericht door de toen 27-jarige Benchemsi, had het deze zomer ook met het regime aan de stok. In samenwerking met het Franse dagblad Le Monde publiceerde het weekblad een opiniepeiling over het wel en wee van ‘tien jaar M6’. Zowel de oplage van TelQuel als die van het Arabische zusterblad Nichane – waarvan Benchemsi ook hoofdredacteur is en dat de opiniepeiling dezelfde week publiceerde – werd nog in de drukkerij vernietigd. Honderdduizend exemplaren gingen verloren, een verlies van honderdduizend euro. De vijfduizend exemplaren van Le Monde werden aan de grens in beslag genomen.
Benchemsi: ‘Ik begrijp die belachelijke zet van de staat nog altijd niet goed, de uitkomsten waren extreem gunstig voor de koning. De redenering is dat als men opiniepeilingen gerelateerd aan de monarchie toelaat, de volgende minder gunstig zouden kunnen uitpakken. Ik zou zeggen: so what? Dat is toch waar het in een democratie om gaat, dat men het recht heeft het niet eens te zijn met de macht? De regering verschuilt zich graag achter het “de koning is heilig”-axioma, maar ik ben ervan overtuigd dat men daar zelf niet in gelooft. Daarvoor staat men te veel kritiek op de koning toe.’

IN ZIJN COMMENTAREN betoont Benchemsi zich vrijwel wekelijks een uitgesproken voorstander van democratie en moderniteit. Regelmatig spreekt hij zich uit tégen achterhaalde tradities en vóór meer eigentijdse normen en waarden. Zo stelde hij zich onlangs vierkant op achter de ideeën van een klein groepje mensen dat zich Mali noemt, Mouvement Alternative pour les Libertés Individuelles. Om hun individuele vrijheid op te eisen besloten deze twintigers tijdens de ramadan in een park te gaan eten. Ze wilden daarmee protesteren tegen een wet die stelt dat moslims tijdens de vastenmaand niet in het openbaar mogen eten (thuis mag dat wel). De staat reageerde ongemeen fel. De demonstranten werden opgepakt nog voordat ze het park hadden bereikt en dagenlang verhoord, zelfs mishandeld.
‘Aanvankelijk twijfelde ik eraan of de groep-Mali wel de beste manier had gekozen om haar ideeën over individuele vrijheid, waar ik overigens volledig achter sta, kenbaar te maken. Het idee van niet-vasten tijdens de ramadan als individueel recht is de moeite waard om voor te vechten. Maar om dat recht nu op te eisen door daadwerkelijk tijdens de ramadan in het openbaar te gaan eten, of te dreigen dat te gaan doen… Het leek mij een wat al te botte methode, gegeven de gevoeligheid van het onderwerp. Ik dacht dat Marokkanen dat nooit zouden accepteren en dat niemand de groep-Mali zou willen verdedigen.’
Het pakte anders uit. Er ontstond een levendig debat en velen schaarden zich achter Mali. ‘Dat heeft me van mening doen veranderen. Misschien is de provocatie niet zo’n slecht middel om reacties los te maken, dwingt die ons belangrijke onderwerpen goed te doordenken. Maar het blijft een riskante methode. De militanten van Mali zijn ternauwernood aan een rechtsgang ontsnapt die, daar twijfel ik niet aan, slecht voor ze geëindigd zou zijn. Onlangs nog zijn twee leden van de Mali-groep op het vliegveld van Casablanca aangehouden. Ze werden verhinderd naar het buitenland te reizen. Ik ben bang dat dit verhaal nog niet afgelopen is.’
Voelt het Marokkaanse regime zich bedreigd door dit soort moderne ideeën? Het ministerie van Binnenlandse Zaken riep alle politieke partijen op deze actie publiekelijk af te keuren.
‘Het probleem is dat de monarchie haar legitimiteit aan de islam ontleent. De koning is de Aanvoerder der Gelovigen. In tijden van crisis – en Mali provoceerde wel degelijk een soort crisis – voelt het Paleis zich gedwongen te reageren. Kijk, je mag in dit land als moslim officieel ook geen alcohol drinken en geen seks hebben buiten het huwelijk, maar die wetten worden nauwelijks gehandhaafd. Maar als het erom spant verdedigt het Paleis de waarden die het geacht wordt te verdedigen.’
Zijn naar uw mening dit soort moderne ideeën een bedreiging voor Marokko?
‘Nee. Beslist niet. Alleen door dergelijke ideeën aan te hangen kan dit een modern land worden. En onder dergelijke ideeën reken ik ook de scheiding van kerk en staat.’
Moet de eenheid van het land niet worden bewaakt? De islam houdt de boel bij elkaar.
‘Dat is de officiële lijn van redeneren, die van het Paleis en van de regering. Ik ben het daar uitdrukkelijk niet mee eens. De Marokkaanse maatschappij ís al seculier. Marokkanen drinken alcohol, eten tijdens de ramadan en er zijn veel meer voorbeelden. Wat de boel bij elkaar moet houden is democratie, dat wil zeggen respect voor verscheidenheid, voor individuele vrijheid, voor de keuzes die iemand maakt.’

OM ADVOCAAT van de duivel te spelen, de staat zou kunnen zeggen: maar kijk nou wat er in Nederland is gebeurd. Daar hebben onze analfabete boeren uit de Rif alle individuele vrijheid gekregen die ze hebben wilden en een seculiere staat en democratie op de koop toe. We weten nu wat daarvan gekomen is. De integratie daar is een ramp, een kunstenaar als Theo van Gogh is op klaarlichte dag afgeslacht.
‘Is dat nou wel zo, ik bedoel, is de integratie inderdaad zo’n ramp? Ik heb het liberale Nederland altijd bewonderd en ik vind het erg jammer om te moeten constateren dat veel Nederlanders de Marokkaanse immigrantengemeenschap de laatste jaren als één geheel zijn gaan zien, een uniforme minderheid die noodzakelijkerwijs dezelfde waarden aanhangt. Dat is toch gewoon niet zo? Komt voor alle Nederlandse Marokkanen de religie inderdaad op de eerste plaats, en pas daarna het Nederlandse burgerschap? Aangenomen nog dat ze zichzelf allemaal als moslim beschouwen, wat lang niet zeker is. Is de integratie van elk van hen “een ramp”? Ik betwijfel dat ernstig. Net als de Nederlanders vormen de Nederlandse Marokkanen een heterogene groep. Geef immigranten een kans om van elkaar te verschillen. Natuurlijk tref je hier en daar intolerantie en fanatisme aan, en daar moet je hard tegen optreden, met de wet in de hand uiteraard, net als tegen rechts-extremisme. Maar ikzelf beschouw Geert Wilders niet als representatief voor de Nederlandse gemeenschap – evenmin zouden Nederlanders Mohammed B. voor representatief moeten houden.’
De vraag was eigenlijk of de Marokkanen in Marokko democratie en individuele vrijheid aankunnen, of dat je ze eerst moet scholen.
‘Natuurlijk moeten mensen naar school. Maar het gaat nog een generatie duren voordat de overgrote meerderheid van de Marokkanen geletterd is. Moeten we daarop wachten eer we hervormingen doorvoeren? Ik denk het niet. Een enorm land als India heeft ook niet gewacht tot alle inwoners konden lezen en schrijven. Die hebben op zeker moment de democratie ingevoerd en het heeft gewerkt. India is tegenwoordig de grootste democratie ter wereld.’
Dus Marokko moet het ook maar proberen?
‘We zullen nooit weten of het werkt als we het niet proberen. Niks doen is de beste manier om vast te blijven zitten in achterhaalde tradities. India probeerde het en slaagde. Waarom Marokko niet?’
U zegt dit op een moment dat we getuige zijn van de volledige ineenstorting van de Marokkaanse politiek. De premier, leider van de grootste partij van het land, zegt hardop dat hij er is ‘om het programma van de koning uit te voeren’. Ongeveer de helft van de parlementariërs liep het afgelopen jaar over naar de nieuwe partij van ‘de vriend van de koning’ Fouad Ali el Himma.
‘Helemaal waar. En toch blijf ik voorstander van het zo snel mogelijk invoeren van een echt democratisch systeem. Dwing de politieke partijen eraan mee te doen en laat ze het spel maar met vallen en opstaan leren. Als dat betekent dat we een periode van moeilijkheden en instabiliteit tegemoet gaan, moet dat maar zo zijn.’
Als een geletterde bevolking geen voorwaarde is en een volwassen politiek evenmin, wat wél?
‘Om de democratie in dit land een kans te geven zal het Paleis afstand moeten doen van een groot deel van zijn macht. Zolang de koning de hoeksteen van de Marokkaanse politiek blijft, blijft het politieke bedrijf in Marokko verstoken van iedere betekenis.’
Hoe reëel is dat, de koning die afstand doet van zijn macht?
‘Ik vrees niet erg reëel, voorlopig. Maar ik zie geen andere weg.’