Kan de regen nog redding brengen?

De milieuramp in Zuidoost-Azië is een tragisch maar welsprekend voorbeeld van hoe grote milieurampen tot stand komen, en helaas ook van wie daar de dupe van zijn. De branden op Kalimantan en Sarawak worden aangestoken. Door grote bedrijven, plantages en houtkapconcessiehouders. En door kleine boeren die op zoek zijn naar een stukje land om voedsel op te verbouwen.

Ze kunnen worden aangestoken omdat de houtkapbedrijven met hun bulldozers het regenwoud hebben opengelegd, onderweg naar de plek waar selectieve kap is toegestaan. Die selectieve kap ontaardt meestal in het simpel omhakken van stukken bos omdat echt selectief kappen zeer ingewikkeld is. Bomen zitten in het regenwoud meestal aan elkaar en aan andere vormen van vegetatie vast. Ook selectieve kap creëert open plekken van tientallen meters in het rond die zich niet meer of slechts in de loop van tientallen jaren vullen met de ondoordringbare regenwoudvegetatie. Het is bovendien duur, en het kan toch niet worden gecontroleerd. Vriendjespolitiek en corruptie doen de rest. De branden werden niet geblust omdat het probleem in Jakarta lang hooghartig werd ontkend.
Voor blussen is het te laat, de branden hebben zich te veel uitgebreid, alleen regen kan nog uitkomst bieden. De regen blijft uit vanwege het zogenaamde El Nino-effect, een klimaatsverstoring die ontstaat voor de kust van Zuid-Amerika en zich verplaatst over de Stille Oceaan. Het El Nino-effect wordt veroorzaakt door het broeikaseffect. Het ontbreekt Indonesië en Maleisië aan de nieuwste technologie om regen te maken. Het ontbreekt beide overheden eveneens aan de financiële middelen om effectief iets te ondernemen.
De korte- en lange-termijneffecten voor de gezondheid voor de 21 miljoen mensen die last hebben van de rook, zijn voorlopig nog lang niet duidelijk. Rustig kan worden aangenomen dat de informatie daarover ook wordt geregisseerd door de wens van de autoriteiten om geen paniek onder de bevolking te laten ontstaan. Op Sarawak, het Maleisische deel van Borneo, waar de meest ontwikkelde bevolking woont van heel Borneo, neemt de roep om evacuatie van de twee miljoen inwoners toe. Nadat een regeringswoordvoerder eerst had gemeld dat te overwegen, kwam direct de Maleisische president zeggen geen idee te hebben waar deze mensen heen moesten. Maskers dragen buiten zou volgens hem ook al veel helpen. De betrouwbare registraties laten echter waarden zien die in de geschiedenis nog nooit zijn gemeten.
Op Irian Jaya zijn inmiddels honderden mensen gestorven aan de gevolgen van een combinatie van honger, dorst en de rook. Want dat hoort ook bij dit soort milieurampen: het zijn de armste en daardoor meest kwetsbare mensen die het eerst sterven, terwijl er pas iets wordt gedaan als de politiek invloedrijke middenklasse in de steden wordt getroffen. En zo wordt de prijs voor gebruik van tropisch hardhout (voor meer dan tachtig procent in de rijke landen, met Japan als grootste afnemer), voor de C02-uitstoot (voor het overgrote deel in rijke landen), voor een falend ontwikkelingsbeleid (Irian Jaya is het armste en meest achtergestelde deel van Indonesië, Kalimantan staat derde op die lijst), betaald door de armen zonder politieke stem.