De moderne aanpak van probleemwijken

Kan de staat nog metselen?

Binnen tien jaar moet het sociale cement terug zijn in veertig probleemwijken. De wil is er, het geld ook. Maar het geruzie met de woningbouwcorporaties laat zien dat de uitvoering voor de afgeslankte overheid een probleem kan worden.

DEN HAAG – Op de maquette in het gebouw van het Infopunt Transvaal ziet de wijk er maakbaar uit. Hier geen barsten in de winkelruiten, troep op straat, slordig geparkeerde auto’s of ooit als wit bedoelde, dicht op elkaar geperste sociale woningbouw. Wel veel groene boompjes en keurige stickertjes op die huizen die plaatsmaken voor nieuwbouw.

Buiten ligt de probleemwijk. Daar rijst de werkloosheid de pan uit, voelt 42 procent van de bewoners zich onveilig en krijgen van de 180 leerlingen in groep 8 er slechts 31 een havo/vwo-advies. Binnen zetten de verantwoordelijke wethouders vrijdagmiddag de ambitieuze plannen uiteen voor deze en de andere drie Haagse probleemwijken.

Daarmee is Den Haag een van de eerste steden die de lokale uitvoering van de wijkenaanpak presenteert. De heren lijken Richard Florida’s The Rise of the Creative Class ter harte te hebben genomen. De verloederde stationsbuurt moet de binnenstad straks ‘multiculturele en internationale allure’ geven. De Rivierenbuurt zal over tien jaar ‘the Village’ van de Hofstad zijn. De Schilderswijk is dan ‘de Nieuwe wereldwijk’. En Transvaal moet uitgroeien tot een ‘landelijke trekpleister met multiculturele allure’, inclusief een ‘Multicultureel Leisure Center’ met bazaar, theater, wellness center, supermarkt en een themahotel.

Alleen al in Transvaal zullen de komende jaren drieduizend woningen tegen de grond gaan. In plaats daarvan verrijst duurdere nieuwbouw, bedoeld voor mensen zonder problemen. Toch is de nieuwe ‘krachtwijken-aanpak’ méér dan alleen een intensivering van de stedelijke herstructurering die al jaren aan de gang is, benadrukken de Haagse wethouders. Bij het traditionele ‘stenen stapelen’ wil de gemeente dit keer het cement niet vergeten. Ze wil achter iedere voordeur een kijkje nemen op zoek naar overtredingen en achterstanden. En achthonderd bewoners van Transvaal zullen aan het werk worden geholpen. ‘De bodem van de kaartenbakken moet in zicht komen’, aldus een opgetogen wethouder Kool (pvda, Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Niet alleen de plannen zijn groots van opzet, ook de kosten mogen er zijn. Den Haag raamt die tussen de driehonderd en 450 miljoen, uitgesmeerd over verscheidene jaren. De stad haakt aan bij het niet geringe ambitieniveau van het Actieplan Krachtwijken van de rijksoverheid.

Naast rijksgeld, bestemd voor onder meer brede scholen en extra wijkagenten, waren de benodigde middelen ruimschoots voorhanden in de vorm van de miljardenoverschotten van de woningbouwcorporaties. Dacht het kabinet. Totdat de corporaties duidelijk maakten hoezeer hun positie ten opzichte van de overheid de afgelopen decennia is veranderd. Maandenlang buitelden kabinet en corporaties over elkaar heen over de vraag hoeveel geld op welke manier besteed zou worden.

Op de valreep, vlak voor prinsjesdag, kwam het alsnog tot een akkoord tussen pvda-minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) en de corporaties. In plaats van drie miljard euro in vier jaar tijd stoppen de corporaties de komende tien jaar in totaal 2,5 miljard in een privaat investeringsfonds. Dat geslonken budget is bovendien ook bedoeld voor andere wijken dan de ‘veertig van Vogelaar’.

Daarnaast sterkt het rijk zijn begroting aan door de corporaties vanaf volgend jaar vennootschapsbelasting te laten betalen. De Haagse wethouder Norder (pvda, Bouwen en Wonen) is daar faliekant op tegen. En niet alleen omdat arme corporaties hierdoor even zwaar getroffen worden als de rijke collega’s: ‘Met die vennootschapsbelasting behandel je een corporatie exact hetzelfde als een private partij. Dan gaan ze zich ook zo gedragen. Ik denk dat corporaties zich in de toekomst zullen afvragen waarom ze nog langer onrendabele, sociale woningen zouden bouwen.’

De eerste gevolgen van alle onzekerheid waren de afgelopen maanden al merkbaar. De wethouder zat met angstige woningbouwcorporaties rond de tafel. En dat praatte niet lekker. ‘Waar we de laatste tijd volop aan het werk waren, is door het recente debat alles tot stilstand gekomen. Verlamming, ja. Dat is zeer zorgwekkend.’ Zijn boodschap aan het kabinet: neem gerust een gouden ei weg, maar slacht de kip niet: ‘Ik ben geen vriend van de corporaties. Ze hebben het laten lopen in sommige wijken. Maar we hebben in deze stad en in dit land een traditie van honderd jaar sociale woningbouw en corporaties. Het resultaat is dat wij hier godzijdank geen banlieues hebben zoals in Frankrijk, waar ieder moment de vlam in de pan kan slaan.’

De ruzie tussen overheid en woningbouwcorporaties laat zien dat de uitvoering van het kabinetsbeleid tegenwoordig net zo cruciaal is als de inhoud. Aan ambities schort het niet. Het geld lijkt met het nieuwe investeringsfonds ook geregeld, zij het na lang bedelen en dreigen. Maar het belangrijkste struikelblok is de concrete uitvoering. Die moet nog beginnen. Was vroeger het speelveld met een krachtige rijksoverheid, gemeenten en door de leden aangestuurde woningbouwcorporaties nog relatief helder, tegenwoordig is het kabinet voor de uitvoering van beleid afhankelijk van tal van derden. De overheid heeft decennialang geprivatiseerd, verzelfstandigd en in haar eigen vlees gesneden. Nu moet ze genoegen nemen met een bescheidener rol.

De moderne aanpak vertoont daarbij opvallende gelijkenissen met die van het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking: veel potjes en projectjes, en maar kijken wat werkt.

Niet voor niets wordt in het Actieplan Krachtwijken gesproken over de rijksoverheid als ‘gelijkwaardig en tegelijk kritisch partner’, een ‘inspirator en aanjager’ van corporaties, sociaal werkers, het bedrijfsleven, religieuze clubs en sportverenigingen. Naast dat legertje aan maatschappelijke ‘partners’ zijn er ook nog eens de commerciële belanghebbenden, van welzijnsorganisaties tot reïntegratiebedrijven en projectontwikkelaars, die zich verdringen om de nieuwe subsidiegelden.

Ook in het Actieplan zelf wordt gewaarschuwd voor een ‘projectentombola’. Te veel projecten worden opgestart om na een paar jaar al weer te stoppen. Norder erkent het gevaar. Maar het belangrijkste is volgens hem dat de financiering vanuit het rijk als één grote pot geld bij de gemeenten terechtkomt. Alleen zo voorkom je dat de wijkenaanpak een schot hagel wordt. Norder: ‘In het verleden is dat met het Grote Steden Beleid niet gelukt. Dat was nou mekaar bezighouden met rapportages, projectverzoeken en weet ik veel. We moeten straks niet weer tig verschillende potjes krijgen. Dat wordt echt een fragmentatiebom.’