Blog (6)

Kan het Franse werk in Frankrijk blijven?

In Amiens kwam Emmanuel Macron praten met stakende arbeiders van de Whirlpool-fabriek. En wie was er ook? Jawel, Marine Le Pen had begrepen dat dit een belangrijk moment kon zijn in de verkiezingsstrijd. Het werd een serieus duel.

In L’Exercice de l’Etat, het cinematografische meesterwerkje van Pierre Schoeller, krijgt een minister de opdracht een pilot-plan voor de privatisering van het Franse spoor uit te voeren. Daarbij weet hij zich geconfronteerd met de vakbonden, en bij één gelegenheid wordt het dermate bedreigend dat de minister slechts ternauwernood door zijn chauffeur in veiligheid kan worden gebracht. De context was een heel andere, woensdag, bij de Whirlpool-fabriek in Amiens. Maar net als in L’Exercice de l’Etat kreeg de (ex-)minister te maken met woedende arbeiders en stond er een auto met draaiende motor gereed.

De fabriek van het Amerikaanse bedrijf maakt wasdrogers, maar het voortbestaan ervan staat op de tocht nu de leiding in januari bekendmaakte de productie naar Polen te verplaatsen. Daarmee zijn in totaal zo’n zeshonderd banen gemoeid. Sinds afgelopen maandag zijn de werknemers in staking en woensdag bezocht presidentskandidaat Emmanuel Macron Amiens (waar hij zelf vandaan komt) om daar te spreken met vertegenwoordigers van de vakbonden. Ook zijn rivale Marine Le Pen was op het idee gekomen om naar Amiens af te reizen. De toegestroomde Franse media deden verslag van de verrichtingen van de twee overgebleven kandidaten en zo werd Whirlpool het toneel van de eerste directe confrontatie. Het werd een K.O. voor Macron, zo leek het.

Het overleg met de vakbonden vond plaats achter gesloten deuren in een gebouw van de plaatselijke Kamer van Koophandel. Maar toen de kandidaat van En Marche! daarna de parkeerplaats van het fabrieksterrein bezocht, stond hij al op grote achterstand. Le Pen had geen tijd vuil gemaakt aan overleg, maar had direct het licht van de camera’s opgezocht. Nog voordat Macron ook maar een voet op de parkeerplaats had gezet, had zij zich er al laten filmen te midden van de teleurgestelde arbeiders. Dit was nu wat globalisering met een land deed, zei ze. Als president van Frankrijk zou ze ervoor zorgen dat de fabriek open bleef.

Hier stond Macron, oud-minister van Economie onder de zwakke en impopulaire president Hollande, die in een zaaltje praatjes verkocht. Daar was Le Pen, vrouw van het volk die Franse arbeiders beloofde te beschermen tegen de gure wind van de globalisering. Toen Macron eenmaal het fabrieksterrein betrad, werd hij uitgefloten en onthaald op boe-geroep. De camera’s registreerden alles genadeloos.

Het is niet voor het eerst dat er bij Whirlpool mensen uit gaan. In vijftien jaar tijd werd het aantal arbeiders teruggebracht van 1300 naar 290 (het getal 600 heeft betrekking op de 290 plus circa 300 banen in de toeleveringsindustrie die met de sluiting van Whirlpool op de tocht komen te staan). Het bedrijf zegt dat het moet bezuinigen om internationaal mee te kunnen blijven doen. Er zou sprake van een speelveld dat ‘steeds competitiever’ wordt. Het voornemen is de productie over te hevelen naar de plaats Lotz, waar Whirlpool al 2200 mensen aan het werk heeft. Kostprijs: 2300 zlotys per maand (540 euro). Zie daar het grote drama van de Franse industrie. Want je kunt best beargumenteren dat Franse arbeid duur is (waar) of het ontslagrecht te stroef (ook waar) – maar hoe moet je hier tegenop concurreren? Voor veel Fransen is het tevens de bevestiging van hun diepe overtuiging dat werkgevers ‘schoften’ zijn, de markteconomie niet deugt en de globalisering moet worden teruggedraaid – in grote lijnen het discours van Le Pen.

Tijdens de zomer van 2009 bezocht ik de Amerikaanse auto-onderdelenfabriek Molex in Villemur-sur-Tarn, in het zuidwesten van Frankrijk. De parkeerplaats bleek het toneel van een absurdistisch theater. De fabriek was gesloten, maar de werknemers kwamen volgens het oude dienstrooster opdagen, 24 uur per dag, zeven dagen in de week en dat al wekenlang. Korte tijd daarvoor hadden ze te horen gekregen dat de productie naar de Verenigde Staten zou worden teruggeplaatst. Dat was extra moeilijk te verteren aangezien de fabriek in Villemur-sur-Tarn de best presterende Molex-fabriek ter wereld was.

De arbeiders lieten het er niet bij zitten. Ze gingen in staking en ook werden twee managers korte tijd tegen hun wil vastgehouden. Toen de grote baas vanuit Amerika langskwam om te praten, werd hij met eieren bekogeld. Daarop werd de fabriek tot nader order gesloten. Het was de tijd dat Frankrijk in het nieuws was wegens zogeheten bossnappings – bedrijfsleiders die door boze arbeiders werden vastgehouden of erger. Met ontslag bedreigde werknemers van telecombedrijf Nortel dreigden hun werkplek met gasflessen op te blazen. Helemaal bont maakten ze het bij de chemische fabriek Serta nabij Rouaan. Hier werd gedreigd chemische producten in de Seine te dumpen.

Het Amerikaanse managent van Molex leek daarop te hebben willen anticiperen door nog voor de aankondiging van de sluiting een kopie van de fabriek in Villemur-sur-Tarn in de Verenigde Staten te bouwen. ‘Ze waren als de dood dat we de boel kort en klein zouden slaan en de productie stil zou komen te liggen’, zei metaalbewerker Laurent Brocque me destijds in de brandende julizon op de parkeerplaats. ‘Juist dat wantrouwen heeft de verhoudingen op scherp gezet. Maar wij hoeven helemaal geen premies of goedbetaalde ontslagregelingen; wij willen gewoon ons werk behouden!’

De standaardreflex is dan te kijken naar de Franse president. Die wordt geacht zulke problemen op te lossen. Hij incarneert immers ‘le politique’, de almachtige Staat. Daarbij kent het land de mythe van de Homme providentiel, de door de Voorzienigheid gezonden leider die alle problemen komt oplossen en zijn volk de juist kant op leidt. De werkelijkheid is dat de speelruimte van de president op dit terrein uiterst beperkt is. Hij kan proberen een overnamekandidaat te vinden of de sociale partners onder druk zetten om te komen met een voor de arbeiders zo gunstig mogelijke regeling. Maar een bedrijf dwingen de fabriek open te houden kan hij niet.

Tegelijk voelt hij zich wél genoodzaakt om de mythe van de Homme providentiel in stand te houden, en eerder faalde zowel Sarkozy als Hollande hierin uiteindelijk jammerlijk. Emblematisch was de dreigende sluiting van de hoogovens in het oosten van Frankrijk, eigendom van Arcelor-Mittal. Zowel Sarkozy als Hollande beloofde plechtig dat deze open zouden blijven. Sarkozy moest in 2009 dulden dat de hoogovens in Gandrange sloten; Hollande moest dat in 2013 met die van Florange. Voor de gesloten fabriekspoort in Gandrange lag jarenlang een grafsteen met de tekst: ‘Hier liggen de niet nagekomen beloftes van Sarkozy.’ Na de sluiting van Florange legden arbeiders een identieke tekst voor de beloftes van Hollande neer.

Dat er in Frankrijk veel te doen is over desindustrialisatie komt deels door de stampij die getroffen arbeiders maken. Bossnappings, blokkades, optochten naar Parijs. Brandende autobanden zorgen voor heftige beelden. Afgelopen woensdag ook weer in Amiens. Het is onderdeel van een vakbondscultuur die zich erop laat voorstaan jusqu’au boutiste te zijn. Men is bereid om tot het gaatje te gaan. Tegelijk is desindustrialisering in Frankrijk ook een keihard feit. Patrick Artus en Marie Paule Virard schreven daar een paar jaar geleden een verhelderend boek over: La France sans ses usines. Hoe kan het dat in Frankrijk veel fabrieken verdwijnen en in Duitsland niet? vragen de auteurs zich af.

Aan de hoge kosten alleen ligt het niet. Want hoewel de kosten van arbeid in Duitsland hoger zijn dan die in Frankrijk is het verschil nu ook weer niet zo dramatisch. Volgens Artus en Virard is het voornaamste probleem de combinatie van hoge kosten en middelmatig gekwalificeerde arbeid. Dat betekent in de praktijk dat waar Duitsland hoegenaamd geen concurrentie heeft (want vooral hoogwaardige industrie), Franse arbeiders moeten concurreren met arbeiders in Polen of Tunesië. Een goed voorbeeld is de geleidelijk naar Tunesië overgehevelde productie van Lejaby, dat betaalbare lingerie en badpakken maakt.

Is inperking van de vrije markt (bijvoorbeeld door het instellen van tariefmuren) een oplossing? Nee, zeggen Artus en Virard. Want zoiets werkt alleen als er geen tegenmaatregelen te vrezen zijn en dat is in de huidige fase van de globalisering niet langer het geval. In plaats daarvan pleiten de auteurs voor het verhogen van het opleidingsniveau van de Franse arbeiders, het verbeteren van de infrastructuur en de focus op innovatieve sectoren. De regio rond Toulouse is daar een succesvol voorbeeld van.

Maar zie dat in verkiezingstijd maar eens uit te leggen aan een groep boze Franse arbeiders wier baan op het punt staan te verdwijnen. Tegenover de sluw opererende Le Pen leek Macron volkomen kansloos. Maar later op de dag begon het beeld te kantelen. Duidelijk werd dat tussen de groep arbeiders bij Whirlpool waarmee Le Pen zich liet fotograferen zich medewerkers van het Front National bevonden. Later zorgde een selfie van een breed lachende Le Pen met een huilende vrouw op sociale media voor verontwaardiging. Maar het was vooral Macron die indruk maakte. Eerst met een vermaning richting de media, die ‘kritiekloos opdienden wat Le Pen hen voerde’, maar meer nog met de confrontatie die hij aanging met de woedende arbeiders voor de ingang van het fabrieksterrein.

Wat volgde was een discussie van veertig minuten, waarin Macron tekst en uitleg geeft, ingaat op vragen et cetera. Het zijn nog steeds gedenkwaardige beelden. ‘Le Pen wil de grenzen sluiten’, zegt hij. ‘Maar dat is geen oplossing, dat zou Franse fabrieken die voor het buitenland produceren even goed treffen.’ Na een minuut of tien wordt duidelijk dat het gevaar voor een escalatie à la L’Exercice de l’Etat geweken is en Macrons chauffeur de draaiende motor uit kan zetten. Macron zou zijn best doen, maar beloven dat hij de fabriek zou openhouden indien hij op 7 mei tot president zou worden gekozen deed hij niet. Die beslissing viel uiteindelijk toe aan het bedrijf, niet aan de staat, zei hij. Daar is moed voor nodig. Zeker in een land dat gewend is bij ieder probleem verwachtingsvol naar het Élysée te kijken.

Mocht Macron inderdaad tot president gekozen worden, dan is moed niet genoeg en zal hij moeten leveren. Maar het spontane duel met Le Pen in Amiens won hij op de valreep alsnog.

Of het genoeg is? Een slag is nog geen oorlog. Een avond later in Nice haalde Le Pen al weer ongemeen fel uit naar Macron, de ‘zakenbankier’, die gewend was beslissingen te nemen met ‘als enkel doel geld verdienen’, zonder zich te bekommeren om de ‘consequenties voor de levens van de mensen die het betrof’. Eerder op de dag was een poll verschenen waarin Le Pen voor het eerst boven de veertig uitkwam. Ongekend hoog voor het Front National. Het gaat er nog om spannen komende week.