Kan het parool zijn missie terugkrijgen?

Op 2 april verscheen Het Parool voor het eerst op tabloid-formaat. Althans, één katern: het onbestemde, voor het winkelende publiek bedoelde Passage. Drie stijve narcisjes voorop. Voor elk artikel, ook het kleinste, werd een halve pagina uitgetrokken. Het resultaat kon nog niet echt wedijveren met het spetterende Franse Libération, het gezaghebbende Spaanse El Pais of de gedegen Italiaanse Repubblica. Het Parool wil met een nieuw, verrassend, formaat een nieuwe publieksgroep aanboren: de ‘slimme solisten’, koopkrachtige yuppies van tussen de 25 en 35 jaar die veel uitgaan en reizen, en een grillig gedrag vertonen. Het idee is, geloof ik, dat ze in hun au- to-met-open-dak tijdens het rijden wel een tabloid, maar niet een krant op kranteformaat kunnen lezen.

Het ligt volkomen in de lijn van hoofdredacteur Sytze van der Zee, die niet wil dat Het Parool een Amsterdamse krant is, maar wel een ‘grachten- gordelblad’, want die 'mentaliteit’ kan ook door anderen in den lande worden herkend. Vandaar al die eindeloze hoeveelheden columns met trendy gesprekjes en het wanhopige zoeken naar een benauwd eigen plekje ergens tussen Volkskrant en NRC Handelsblad. En nimmer opgeloste dilemma’s: is Het . Parool een landelijk of een Amsterdams dagblad, wordt het geschreven voor de (hoger opgeleide) journalisten of de (minder opgeleide) lezers.
Ooit was Het Parool een krant met een missie. Niet alleen als verzetskrant in de oorlog, maar ook in de eerste decennia daarna spetterde dat van de pagina’s af. De krant was origineel, creatief, geestig en toch toegankelijk voor iedereen die kon lezen en belangstelling had voor wat er in zijn stad, land en wereld gebeurde. Als jongetje met van huis uit niet veel intellectuele achtergrond leerde ik via Het Parool de wereld kennen. In de loop van de jaren zestig beet de krant zich zozeer in het anticommunisme vast dat zij het contact met nieuwe generaties kwijtraakte en daarna is zij blijven zwabberen tussen tegenstrijdige eisen. Ondanks een teruglopend lezersbestand kon dat zich lang voortslepen dank zij haar ijzersterke positie binnen de samen met de Volkskrant en Trouw gevormde Perscombinatie, en ook nu in de PCM (de holdingmaatschappij waarin ook uitgeverij Meulenhoff en de Dagbladunie zijn ondergebracht), bezit de Stichting Het Parool nog altijd een meerderheid van de aandelen. Maar dit voor Nederlandse begrippen enorme concern, dat op De Telegraaf na alle landelijke dagbladen heeft opgeslokt, is nu zo groot geworden dat de oprichter tot de orde wordt geroepen. Het idealisme van het oorspronkelijke Parool behoort blijkbaar definitief tot het verleden.
Een van de redenen waarom Het Parool weigert ronduit de Amsterdamse krant te zijn waar zoveel behoefte aan is, is de toekomst. Dan bestaat de Amsterdamse bevolking in meerderheid uit allochtonen, 'en die lezen geen Nederlandse kranten’. Is dat niet juist een groot voordeel? Zo'n open, moderne, vrolijke krant, eentje als waarin ik ooit lezen heb geleerd, zou juist een perfecte brug kunnen vormen naar ook de minder goed opgeleide allochtone lezers. Liever weer een krant met een missie dan een flauwekullerig solistenblaadje.