Televisie

Kandidaat voor Nipkow

Televisie: Sporen uit het Oosten

Qua televisiebegeleiding kan dit WK niet meer stuk. De nos zond de slechtste sportdocumentaire ooit uit: In de kleedkamer van Brazilië (816.000 kijkers!), Jan Mulder maakte zijn Talpa-honorarium alleen al waar door een concurrerend sportjournalist brullend te betitelen als «dat kutmannetje van de nos», en Evert ten Napel is in bloedvorm: Beenhakker heet Don Leo, die geniet als geen ander; Larsson is de rasvoetballer uit Zweden; de verdediger is spijkerhard, het fluitconcert hels en Trinidad & Tobago staat op het punt voetbalhistorie te schrijven. Enzovoort. Volgens hem kan «een beetje Hollander» aan kaartjes voor de wedstrijden van Oranje komen (bewering die in miljoenen huiskamers voor bloedspuwingen gezorgd moet hebben). Geef die man toch alle wedstrijden! Tot zo ver voetbal.

Ik wilde terugkomen op Sporen uit het Oosten van Rob Hof (woensdagavonden Nederland 1). Omdat het van buitengewone klasse is en vorige week gezien werd door 147.000 kijkers. Goed, het is nachttelevisie, maar het marktaandeel is 5,3 procent en op Nederland 1 scoort alleen Tekst TV om 5.30 in de ochtend nog lager. Dat is om te huilen en het zoveelste bewijs voor mijn stokpaard dat de teloorgang van kwaliteitstelevisie niet alleen te wijten is aan omroepen en politiek, maar ook aan de kunstminnende intelligentsia die steen en been klaagt over het ontbreken van goede programma’s; die honend spreekt over allerlei vormen van triviaaltelevisie (die ze dus kennelijk bekijkt); maar die wat integer, mooi en intelligent is links laat liggen. Dat geldt voor Sporen. Dat geldt voor prachtdrama als De enclave (over Srebrenica) en voor Offers van Dana Nechusthan (over terrorisme en geheime diensten) – beide van scenaristen Alma Popeyus en Hein Schütz; beide van de Vara. Dan is het niet gek als de laatste resten topkwaliteit verdwijnen. Als iemand zou tegenwerpen dat 147.000 een aantal is dat dans, concert, toneelvoorstelling en veel speelfilms nooit zullen halen, en dat Sporen zulke aantallen week na week trekt, terwijl die andere kunstuitingen eenmalig zijn – dan heeft die gelijk. Maar netmanagers doen niet aan zulke vergelijkingen: wat in televisietermen niet hoog genoeg scoort verdwijnt – wat ook de taak van een publieke omroep moge zijn (bijvoorbeeld informatieve, integere, intelligente en mooie televisie maken).

Eén voorbeeld uit Sporen: in Bangladesh spreekt Hof een moeder en dochter. Moeder zoekt een geschikte man voor haar jongste, onderwijzeres in een dorp. Prachtig is ze, maar 35. En de eisen van moeder en broers liggen hoog: universitaire graad, goed inkomen, flinke lengte. Er is al zoveel tijd verloren gegaan, klaagt moeder: dochter sloot een liefdeshuwelijk met een voor haar broers niet acceptabele man. Die stuurde haar terug omdat ze alleen nog maar huilde omdat de familie hen uitsloot. Toch bleef ze verliefd. Nu is ze vooral sadder and wiser, wil eigenlijk niet meer trouwen maar zwicht; en zou tevreden zijn met een eenvoudige, aardige man. Niets daarvan. De moeder wil Hof haar adres geven voor als die een geschikte kandidaat in een van zijn treinen vindt. Trouwens, is Hof zelf eigenlijk al getrouwd? De scène lijkt komisch maar is tegelijk indrukwekkend door de waardigheid van de dochter. De Nipkowschijf wordt toegekend vóór het seizoenseinde. Sporen kwam te laat. Maar is mijn eerste kandidaat voor de schijf van 2007.