Kans op rechtvaardigheid

Twaalf jaar nadat president George W. Bush, verkleed in een pilotenpak op het dek van het vliegdekschip Abraham Lincoln, de Amerikaanse overwinning in Irak afkondigde is Bagdad de gevaarlijkste stad ter wereld.

Eigenlijk zou je dat triomfantelijke filmpje weer eens moeten vertonen om duidelijk te maken dat Bush in wezen niets anders was dan een grootscheepse oplichter, die met zijn waandenkbeelden en leugens de dood van honderdduizenden mensen en de verwoesting van een staat op zijn geweten heeft.

Er zijn wel boeken verschenen die dat duidelijk maken, het beste is dat van de jurist Vincent Bugliosi, The Prosecution of George W. Bush for Murder, dat wel een bestseller is geworden maar geen politieke invloed heeft gehad. Het lijkt wel alsof de oorlog in Irak tot een afgesloten historische periode hoort. Geen politieke discussie meer.

Deze oorlog was erger dan een vergissing. Het was een misdaad

Maar dat kan veranderen. Jeb Bush, de broer van George, wil de Republikeinse kandidaat voor het presidentschap worden. In de oorlog en de periode die daaraan vooraf ging was hij een trouw aanhanger van de president. Wordt hij de kandidaat, dan is een nieuwe discussie over de oorlog onvermijdelijk. Dat denkt Paul Krugman, columnist van The New York Times. Eindelijk klaarheid over dat warnet van leugens en vergissingen dat tot deze wereldcatastrofe heeft geleid. Krugman eindigt zijn column met een citaat van Talleyrand. Deze oorlog was erger dan een vergissing. Het was een misdaad.

Bush heeft zijn oorlog gerechtvaardigd door te verzekeren dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had, in Niger uranium wilde kopen en banden met al-Qaeda onderhield. Allemaal leugens. Bij uitvoerige inspecties van de Verenigde Naties was niets gevonden dat daarop wees, en onze geheime diensten, de AIVD en de MIVD, deelden die mening. Maar in het voorspel tot de oorlog was in de Amerikaaanse publieke opinie razernij ontstaan die door de rechtse media welbewust werd aangewakkerd. Zou het tot een serieuze discussie over het voorspel tot de oorlog en het verdere verloop komen, dan moet de rol van de media ook nader worden onderzocht. In het bijzonder NewsCorp, het concern van Rupert Murdoch, eigenaar van The New York Post en Fox News, heeft zich als een trouwe propagandamachine gedragen. Eén voorbeeld. De Fransen, die niet aan de oorlog meededen, werden daar stinkende Franse kaaseters genoemd.

Als trouwe bondgenoot van Amerika heeft Nederland onder het kabinet-Balkenende aan de oorlog meegedaan. We hebben op den duur zelfs onze typisch Nederlandse bijdrage geleverd, ‘sociale patrouilles’ die bij de plaatselijke bevolking bijzonder populair waren, zoals we in onze media konden lezen. En er zijn Nederlandse soldaten gesneuveld. De hele onderneming heeft de staat honderden miljoenen gekost. Ten slotte is de vergeefsheid van al deze inspanningen tot onze regeerders doorgedrongen en hebben we ons teruggetrokken. Daarna kregen we de commissie-Davids die de volkenrechtelijke aspecten heeft onderzocht. Dat heeft geen consequenties gehad.

Volgens Paul Krugman kan de komende Amerikaanse verkiezingsstrijd leiden tot een nieuw debat over de oorlog in Irak en de rol die George Bush en zijn neoconservatieven daarin hebben gespeeld. Dat is geen zaak van ouwe koeien uit de sloot halen. Bush en zijn club dachten dat met een snelle overwinning in Irak de democratisering en wederopbouw van het Midden-Oosten zouden beginnen. De Britse premier Blair, toen wel ‘het poedeltje van Bush’ genoemd, was het met hem eens. Balkenende en Blair konden het goed met elkaar vinden. Blair liet hem een documentachtig stuk papier zien en zei: For your eyes only. We weten nog niet wat erop staat.

Misschien bieden de Amerikaanse verkiezingen de laatste kans om achter de Nederlandse waarheid in Irak te komen. Dat wil zeggen: achter ons aandeel in de wereldgeschiedenis die tot de puinhopen van vandaag heeft geleid. Van onze politiek valt in dit opzicht weinig tot niets te verwachten. Het zal aan de media liggen.