Toneel: Wachten op Godot

Kansloze zelfmoordplannen

Een van de meest gestelde vragen over een toneelstuk uit de twintigste eeuw luidt: wie is Godot? Op hem wordt gewacht in Samuel Becketts Wachten op Godot (geschreven in de winter van 1948/1949, voor het eerst gepubliceerd in 1952, eerste opvoering 1953). Becketts antwoord schijnt vrij concreet te zijn geweest: Godot is afgeleid van ‘godillot’ of ‘godasse’, twee Bargoense woorden in het Frans voor ‘schoen’ of ‘laars’, ‘legerkistjes’ of ‘turftrappers’ (schoenen en voeten spelen een nogal belangrijke rol in het stuk). Soms ook beantwoordde Beckett de ‘hamvraag’ rond de tekst met een anekdote. Toen hij een groep wachtende mensen vroeg waaróp ze precies wachtten, zeiden ze: ‘Nous attendons Godot’, de allerlaatste renner uit de Tour de France die toevallig zo heette.

Beckett was graag karig in zijn aanwijzingen. Op de eerste pagina van het manuscript staat: ‘Landweg met boom’. Ik ken geen toneeltekst die zo door een decoraanduiding is achtervolgd als Wachten op Godot. Hoe ziet een boom eruit waaraan de twee zwervers uit het stuk zich nét niet kunnen verhangen? Nelly Blessinga en Julia Theel hebben daar voor de Groningse voorstelling van het stuk iets op gevonden. De witte kale boom van papier-maché staat op een grote kogel, één zwiep eraan en hij wordt een vervaarlijke duikelaar, gebruiksvoorwerp in de scènes vol kansloze zelfmoordplannen.

‘Nothing is funnier than unhappiness’ – regisseur Koos Terpstra van het Noord Nederlands Toneel heeft Becketts adagium tot motto gemaakt en zijn zwervers tot droogkomische ‘tramps’ uit de slapstick. Wachten op Godot bestaat eigenlijk uit twee stukken: lees al Becketts regie-aanwijzingen achter elkaar en er ontstaat het gedroomde scenario voor een stomme film, voeg de kale teksten eraan toe en je hebt een schatkamer aan revue sketches. Voor de bezetting koos de NNT-regisseur voor zijn regie standup-performers uit het voorjaar van 2000. Die voorstelling was indertijd alleen in Groningen te zien, ze is afgelopen week aan een tournee door heel Nederland begonnen.

De jongens van de cabaretgroep Niet Uit Het Raam spelen, nee, tonen de zwervers Vladimir en Estragon (in het stuk spreken ze elkaar aan als Didi en Gogo). Viggo Waas is de sombermans Gogo, Peter Heerschop de eeuwig opgewekte Didi. Ze kachelen als gekken door de tekst, het lijkt of Becketts oneliners ze ter plekke invallen, ze oogsten de ene na de andere lachsalvo met zinnen als ‘Zo is de mens nou. Hij wordt kwaad op zijn schoen terwijl zijn voet de schuldige is’, of: ‘Een van de twee boosdoeners werd gered. Dat is een behoorlijk percentage’.

De knetterende opkomst van Pozzo (mensentemmer, gespeeld door Justus van Oel) en zijn kermisattractie Lucky (Hans Riemens) belooft een hilarische clownsact die echter niet komt: deze passanten delen in de troosteloze poëzie van wachtenden-op-niks die de tijd doden met niks. De beide akten worden afgesloten met de opkomst van ‘een jongen’, prachtig vertolkt door Andrew Makkinga, boodschapper met steeds dezelfde boodschap (Godot komt vandaag niet, misschien morgen), uitgesproken met de verbazing van de acteur die in het verkeerde stuk is binnengestapt. Zelden zo’n losse, indringende, ontroerende en hilarische Wachten op Godot gezien.

De Beckett-liefhebber kan de komende weken naar hartelust vergelijken: de acteursgroep Dood Paard reist met hetzelfde stuk door Nederland.

Wachten op Godot

Noord Nederlands Toneel

T/m 7 juni door het hele land, inlichtingen: 050-3113399, www.nnnt.nl