Kantelpunt

Bij de verkiezingen van september staat Nederland op een kantelpunt: verder op de weg van het marktdenken of afscheid nemen van het neoliberale tijdperk? De SP speelt een belangrijke rol.

Medium den haag 24 2012 kantelpunt

Het woord ‘kantelpunt’ zoemt rond. Ik hoorde of las het vorige week opvallend vaak. In verschillende contexten. Was dat al opmerkelijk, het werd des te opmerkelijker toen bleek dat volgens mijn Dikke van Dale en Groene boekje, en ook volgens de online_-Van Dale_ het woord in het Nederlands officieel niet bestaat.

Toch schijnen we erop te staan, op verscheidene kantelpunten dus zelfs. Biologisch gezien staat de wereld volgens een aantal wetenschappers op een kantelpunt, want als er nóg meer ijs smelt, kantelen we richting een nieuwe wereld met een compleet andere biodiversiteit. Ook Europa balanceert volgens sommigen op een kantelpunt: gaan we richting een politieke unie of vallen we uit elkaar?

Bij de verkiezingen van september staat Nederland zelf mogelijk ook op een kantelpunt: kiezen we voor verder gaan op de weg van het geloof in het marktdenken of nemen we afscheid van het tijdperk dat sommigen het predicaat neoliberaal toekennen? Bij dit kantelpunt speelt de sp een belangrijke rol en daardoor staat die partij zelf ook op een kantel­punt. Wordt ze van oppositiepartij en ooit zelfs tegenpartij voor het eerst in haar veertigjarig bestaan een regeringspartij? Waardoor ­vervolgens ook de pvda wel eens op een kantelpunt zou kunnen blijken te staan: mogelijk is ze straks niet langer de grootste partij op links.

In Den Haag doet de sfeer soms denken aan 1994. Ook toen, zou je kunnen zeggen, stond de politiek op een kantelpunt. Hamvraag destijds was: komt het cda gewoon weer in de regering zoals sinds mensenheugenis het geval was geweest of lukt het om eindelijk eens de macht van de christen-democraten te breken?

Toenmalig d66-leider Hans van Mierlo wist die hamvraag slim aan de kiezer voor te leggen: alleen als de kiezer zijn partij groot zou maken, zo bezwoer hij, kon voorkomen worden dat de twee andere ‘traditionele’ partijen, pvda en vvd, gewoontegetrouw weer met het cda zouden gaan regeren. De opzet lukte, d66 werd groter dan ooit en de christen-democraten verdwenen voor acht jaar in de oppositiebankjes. De jaren braken aan waarin Den Haag onder meer euthanasie, het homohuwelijk en ruimere winkeltijden regelde. Onderwerpen waarop het cda verandering had tegengehouden.

sp-leider Emile Roemer praat nu niet, zoals Van Mierlo destijds, over de macht van een specifieke partij die gebroken moet worden. Maar Roemer heeft het wel over een historische keuze op 12 september, over een kruispunt in de geschiedenis, over een Nederland dat naar gelang de stembusuitslag óf nog liberaler wordt met nog meer marktdenken óf eindelijk socialer zal zijn, met een economie waarin ook de menselijke maat van belang is. Kortom, ook Roemer zinspeelt op een kantelpunt.

Om dat punt te bereiken moet de sp-leider echter een ingewikkeld politiek spel spelen. Als hij net als Van Mierlo hardop zou zeggen dat alleen een stem op hem – en dus niet op pvda-leider Diederik Samsom – een socialere samenleving dichterbij brengt, dan strijkt hij de pvda tegen de haren in. En die partij heeft hij na de verkiezingen nodig om zijn doel te bereiken. Links, sp, pvda én GroenLinks, moet daarvoor eigenlijk samenwerken en zelfs dan hebben deze drie partijen niet genoeg stemmen voor een Kamermeerderheid. Want wat er bij de ene linkse partij aan stemmen bij komt, verzwakt de andere twee: er is zo goed als geen overloop vanuit andere politieke partijen.

Aan de andere kant weet Roemer ook dat als hij zich niet onderscheidt van Samsom en de sp niet groter wordt dan de pvda, deze partij hem tijdens de kabinetsformatie laat vallen als dat de sociaal-democraten regeringsmacht kan opleveren. sp’ers vertrouwen pvda’ers niet echt, ook al is de toenadering groter dan ooit. De klacht bij de sp is dat sociaal-democraten een afspraak geen afspraak vinden, maar altijd een gaatje zoeken om die afspraak toch weer te veranderen.

Dat de pvda de sp laat vallen in de kabinetsformatie ook als de laatste wél de grootste wordt, kan overigens ook. Laat Roemer zich maar kapotlopen in de formatie, verkneukelt de vvd zich nu al. Bij de pvda denken ze dat Europa wel eens het grote struikelblok zou kunnen zijn. Binnen de sp hoor je echter dat hun Europese tomatensoep veel minder heet – lees: sceptisch – gegeten zal worden dan hij wordt opgediend.

Alle mooie woorden van Roemer ten spijt over links dat nu eindelijk eens moet samenwerken en zich niet net als rechts uit elkaar moet laten spelen – ook bij de sp wordt ­nagedacht over een Alleingang, aan regeringsdeelname zonder de linkse vrienden. Dat is onder meer uit pragmatische overwegingen, omdat er ook in een versnipperd politiek landschap geregeerd zal moeten worden.

Maar er is nog een andere reden. De sp heeft op lagere bestuursniveaus goede ervaringen met de vvd. Bij de liberalen geldt: afspraak is afspraak. Dat spreekt sp’ers enorm aan. Als bij een kabinetsformatie elk van deze partijen op voor haar belangrijke terreinen wat successen zou kunnen binnenhalen, dan vegen sp’ers een samenwerking met de liberalen niet direct van tafel, ook al is de vvd hun tegenpool, ook al is juist de vvd de partij van het marktdenken, het denken dat gekanteld moet worden.

Staat Nederland op 12 september dan eigenlijk wel op een kantelpunt? Dat hangt van de kiezer af: heeft die genoeg van het neoliberale denken, ziet hij dat als oorzaak van de crisis, wil hij minder Europa, heeft hij vertrouwen in lijsttrekker Roemer? Als de sp groot dan wel de grootste wordt, is de kans op kantelen het meest aannemelijk. En ook al kantelen we mogelijk maar heel langzaam, ook de gevolgen van een trage beweging kunnen op langere termijn groot zijn. Maar met een klap zal het niet gaan.