Economie

Kantelpunt

‘Al mijn vrienden waren al vertrokken’, vertelde de Syrische man, op reis vanuit Libanon. ‘Ze stuurden me berichten over hun leven in Duitsland. Toen ben ik ook gegaan.’

‘Voedsel, kleding en geld in de Libanese kampen raken nu echt op’, schrijft de journalist die het interview afnam. ‘Men heeft geen keus meer.’ Dit is de gangbare verklaring van de vluchtelingenstroom uit wat ‘de regio’ is gaan heten.

Maar even terug – want dat had die man niet gezegd. Zonder af te willen doen aan de nood van gevluchte Syriërs in Libanon betwijfel ik toch of we op basis van materiële omstandigheden (voedsel, kleding en geld) kunnen begrijpen hoe een vluchtelingenstroom ontstaat. Die mensen zaten al veel langer klem met vrijwel niets, net als anderen in Eritrea en Afghanistan. En ze bleven er heel lang. Onderzoek laat zien dat migratieprocessen vooral netwerkprocessen zijn: mensen migreren voor een niet onbelangrijk deel omdat familie en bekenden dat doen. Zo komen hele Bulgaarse dorpen in Italië terecht, terwijl andere gemeenschappen grotendeels blijven, in dezelfde armoede en uitzichtloosheid. Zou dat netwerkeffect bij vluchten niet ook een rol spelen?

Iets soortgelijks geldt trouwens voor onze kant van het vraagstuk. Wanneer en waarom wordt iets als een probleem gezien? Tot een half jaar geleden werd er in media en politiek nauwelijks over vluchtelingen gepraat, terwijl de drama’s op de Middellandse Zee en de Griekse kusten al veel langer gaande zijn. Een verhaal moet ook gaan lopen. Toen pas verdrong de vluchtelingencrisis de eurocrisis in het nieuws en in de politiek.

Zo ging het ook met onze hulpvaardigheid. Tot eind augustus ging het op Facebook vooral over de mooie zomer. Maar in de eerste week van september gebeurde het. Op een Apeldoornse site kwamen drieduizend aanmeldingen binnen om vluchtelingen op te vangen, en daarna ging het over niets anders meer. Van de ene op de andere week wilde iedereen persoonlijk gaan helpen. Vluchtelingenwerk moest mensen tegenhouden die een vluchteling in huis wilden nemen. Hartverwarmend, en in geen verhouding tot de toename van de nood. De liefde voor de vluchteling was een eigen leven gaan leiden.

Vluchtbereidheid, politieke urgentie, hulpvaardigheid: ze hebben veel weg van memes, de culturele variant van een virus. Het zijn ideeën die zich verspreiden, los van de realiteit achter dat idee. Gestage groei tot aan de kritische grens van een tipping point wordt gevolgd door exploderende verspreiding via netwerken – tenzij het idee uitsterft, door tegengas of gebrek aan voeding.

Het reservoir vluchte- lingen is misschien kleiner dan we denken

We zitten dus niet in een geleidelijk en lineair proces; we maken een netwerkeffect mee. Daar kunnen we beter rekening mee houden. Maar hoe?

Eén: ze blijven niet komen. Verspreiding via netwerken volgt het patroon van de logistische curve. Na een langzame start volgt exponentiële groei: 17.000 asielaanvragen in 2013, 30.000 vorig jaar, ruim 14.000 alleen al tot juni dit jaar. Door effectieve communicatie kan die explosie ook veel heftiger worden, zoals Merkel liet zien. Maar exponentiële groei vlakt altijd af. Het reservoir vluchtelingen loopt leeg, en is misschien niet zo groot als we denken. Ondanks de ellende zijn verreweg de meeste mensen liever thuis dan in den vreemde.

Je kunt, kortom, de huidige groei niet doortrekken naar de toekomst, alsof we overspoeld zullen worden. Ooit kijken we terug op de Syrische vluchtelingencrisis van 2015 – de vraag is wel hoe. Dat biedt perspectief om ruimhartig na te denken over opvang van de huidige golf.

Twee: ook verzadiging en intolerantie zijn memes. Zonder basis in de realiteit kunnen die snel een zachte dood sterven. Er zou een tsunami van arbeidsmigranten komen toen op 1 januari vorig jaar de grenzen van ‘Schengen’ voor Bulgaren en Roemenen open gingen, en Wilders voorspelde ‘een rampjaar’. Daarna is het stil geworden. En wie weet er nog wat een Polenmeldpunt is?

Maar andere uitkomsten zijn denkbaar zolang gestage groei van ongemakkelijke gevoelens plaatsvindt, ook al worden die vooralsnog weggedrukt door de warme deken van Apeldoornse gevoelens. We naderen dan ongemerkt een kritisch punt waarna de publieke opinie omslaat. Of we dat punt gaan overschrijden is niet duidelijk, en hangt ook af van de voedingsbodem in de realiteit, en de tegenverhalen. Op beide terreinen liggen dus kansen voor de overheid, opvangorganisaties en de media.

Voor ons ook, trouwens. Welke verhalen vertellen we elkaar? Dat kon wel eens net zo belangrijk zijn als de materiële factoren waarmee wij, en de vluchtelingen, ons geconfronteerd zien.