Perquin

Kantoor

Vijf jaar heb ik hier gezeten, in dit justitiële kantoorpand aan de singel. Met zes collega’s. Onze kamer is aan het eind van de gang. Om de hoek staat een koffieautomaat, een magnetron en een doos met pakjes soep. Vanaf mijn bureau heb ik uitzicht op het appartementencomplex aan de overkant. In de zomer zie ik ouders met kinderen op het balkon zitten en pizza eten. ’s Winters zie ik ze bij de blauwe gloed van de televisie, met een bordje op schoot. Hun levens spelen zich tijdens kantooruren af.

Op de vloer van de kamer ligt blauw linoleum, tegen de wanden staan grijze archiefkasten vol mappen. Daarin verzamelen we belangrijke gegevens. Als iemand mij vraagt: ‘Wat doe je naast het schrijven?’, antwoord ik graag: 'Ik perforeer gedetineerden en hang ze op alfabet.’ Zoiets klinkt nuttig. En het ís natuurlijk ook heel nuttig, dit werk. Archiveren, ordenen. In dit land staat of valt zo ongeveer alles met de juiste papieren. In de juiste mappen. Geperforeerd. Op alfabetische volgorde. Wie ambtenaar is, weet dat.

Al mijn kantoorgenoten zijn dames. Behalve Sherida natuurlijk. Haar naam klinkt als een zoete, tropische cocktail, maar daar heeft ze weinig van weg. Sherida is streetwise. Ze scheldt je in het plat Rotterdams de huid vol, als het nodig is. Ze danst uitdagend door het kantoor op r&b-nummers. Ze draagt stoere truien en stoere broeken. Ze boert na de lunchpauze. Als Sherida naar het toilet gaat zegt ze niet: 'Ik ben zo terug.’ Ze zegt: 'Zo dames, even met de poes op de bak.’ Aan haar ben ik misschien nog het meest gehecht geraakt in de laatste jaren. Maar het is tijd. Ik hoor hier niet langer. Dus ruim ik mijn bureaulades leeg. Ik lever mijn kantoorsleutels in. Ambtenaar-af. Ontslagen van mijn strikte ambtseed. 'Ik kan eindelijk eens over de boeven gaan schrijven’, zeg ik. 'Over mijn tijd in de gevangenis. En over dit kantoor.’ Alle dames knikken. Sherida knijpt hard in mijn schouder. 'Als je toevallig nog eens langs fietst’, zegt ze, 'dan zwáái je even naar je chickie. Erewoord?’ 'Ja’, zeg ik. 'Erewoord.’