Kapers op de Keniaanse kust

Mombasa – Haar gereedschap – een handdoek en een fles naar kokos ruikende olie – zit altijd in haar tas. Hoeveel witte lijven ze daarmee insmeerde weet ze niet meer. Dertig jaar lang vergaarde Mathilda haar bescheiden fortuintje in de toeristenindustrie aan de Keniaanse kust. Toen ze uit het westen van Kenia naar Mombasa kwam had ze niets. Nu hebben haar zes kinderen allemaal hun school afgerond, vertelt ze trots.

Terwijl toeristen hun geld verbrassen aan de witte stranden van de Indische Oceaan zijn de werkloosheid en armoede onder de lokale kustbewoners schrijnend. De enige hoop op een rustige oude dag – een stukje land – is voor velen vervlogen. De grond is verdeeld onder de machthebbers uit Nairobi, heet het, net als de baantjes in hotels en restaurants. De kustbewoners menen dat ze arm worden gehouden door mensen met wie ze zich op geen enkele manier verwant voelen.

Daarom kan de Mombasa Republican Council (mrc) rekenen op massale steun van de lokale bewoners, zowel van de moslimmeerderheid als van de christelijke minderheid. Hun boodschap is Pwani si Kenya, oftewel de kust hoort niet bij Kenia en moet nog vóór de presidents­verkiezingen in maart volgend jaar onafhankelijk worden. De mrc zwaait met documenten die moeten bewijzen dat Kenia de regio aan de oorspronkelijke bevolking moet teruggeven. Of dat waar is, is irrelevant; omdat het wordt geloofd zijn er reële problemen op komst.

Kenia en zijn kust zijn een gedwongen huwelijk aangegaan, volgens de bewoners. Eeuwenlang heerste de Sultan van Oman vanuit Zanzibar over de zestien kilometer brede kuststrook land tussen Somalië en de Tanzaniaanse grens. Pas sinds 1963 hoort het gebied bij Kenia. Arabische invloeden zijn overal zichtbaar; voor de meerderheid van de moslimbevolking is Swahili – met zijn Arabische oorsprong – de voertaal. Engels is voor machthebbers en zakenlui.

De masseuse wappert met een krant. De voorpagina toont het bebloede gezicht van mrc-voorman Omar Mwamnwadzi, opgepakt door de Keniaanse autoriteiten vanwege zijn ‘Al Shabaab-banden en criminele activiteiten’. Hun standpunt is helder: voor geen goud zal Nairobi de miljoenenindustrie van het toerisme en doorvoerhaven Mombasa afstaan.

Mathilda is bang: ‘Ik ben import, een Tana uit de andere kant van het land. Ze willen ons hier verjagen, desnoods met geweld.’ Die angst is niet ongegrond. Het geweld na de verkiezingen van 2007 trof ook de kust en het gevoel achtergesteld te zijn zit diep. De mrc is niet te vermurwen: ‘We hebben al te lang geleden en zijn bereid te sterven voor de onafhankelijkheid.’