TONEEL

Kapitale folterkelders

Die Kontrakte des Kaufmanns

Pesterig, een beetje zuigerig loenst de tekst je toe vanaf pagina twee van het programmaboek: ‘Uw kapitaal leeft toch nog! Waarover beklaagt U zich? Het leeft op een mooi eiland. Ja, wordt u daar niet blij van? Dat het nog leeft? Voortleven zal. Terwijl u sterft, leeft Uw kapitaal. En het leeft bij ons, en het leeft graag bij ons, bij ons heeft het gezelschap, bij u zou het maar alleen zijn, bij ons echter is amusement, spel, plezier, sport aan boord, in de board. Onze bank moet toch iets hebben om van te leven, niet waar?’
Fragment uit Die Kontrakte des Kaufmanns (2008), een nieuwe ‘toneeltekst’ van Elfriede Jelinek. Ik las het in een voorpublicatie met de mededeling dat het niet lang voor de afgelopen zomer in Wenen (als lezing) en in Keulen als toneel-work-in-progress zou worden opgevoerd in de regie van Nicolas Stemann, zijn vijfde Jelinek-regie op rij. Dus op naar Keulen. Waar de geheel ondergronds gebouwde grote zaal (ruim duizend plaatsen) van Schauspiel Köln propvol zat, terwijl een aftelapparaat met digitale rode ‘ogen’ startte op 99, het actueel aantal pagina’s van het script, dat wekelijks, wat heet dagelijks wordt aangevuld en uitgedund. De regisseur annex spreekstalmeester (met Jelinek-pruik) vertelde dat de onderneming tegen de vier uur ging duren, de deuren bleven open, de zaallichten aan, als we wilden mochten we weglopen, drankje halen, sanitaire stop: ‘U wordt nergens op aangekeken of afgerekend.’ Begin van een zeldzaam enerverende toneelgebeurtenis.
De ruimte: een rudimentaire bouwplaats met pilaren, hoog daarboven stalen dwarsbalken gestut door bouwafval en puin, waar tegen het eind van de avond een zo schrikbarend verval in komt dat een lichte hartverzakking tot de mogelijkheden behoort. De teksten, zoals gewoonlijk bij Jelinek zonder aanduiding van plaats of personages of regieaanwijzingen, worden in koor gezegd, opgeknipt gezingzegd, gerapt of gezongen, herhalingen buitelen over elkaar, fenomenen als geld, bank en crises worden voorgesteld als personen en ook als zodanig behandeld. De gebroeders Lehman treden op als nagesynchroniseerd kermisnummer, er is sowieso veel zeer verkeerd Duits cabaret, een pleonasme zoals de Duitsland-kenners onder u weten. Woede drukt zich uit in litanieën die aanmerkelijk langer duren dan in de kerk, er is publieksparticipatie in meezingnummers en goochelacts (waarin mensen daadwerkelijk geld in de fik zien vliegen en waar teruggave wordt beloofd, een kostbaar stukje reality-drama). Dit stemmenspel van zelfbenoemde slachtoffers in de veldslag en op het slagveld der provisies en bonussen, gesitueerd in de folterkelders van het steeds abstracter wordende illusionistennummer dat we ‘kapitalisme’ noemen, ontaardt uiteindelijk in een licht- en klanktragedie. Waarin het koor der grijsaarden, waarmee zowel bankiers als bestolen bejaarden worden aangeduid, worden gemarteld met een eindeloze beurtzang, met steeds opnieuw die parafrase op Hamlets laatste woorden: ‘Der Rest ist Bank.’
Het langgerekte slot vol schaamtevol sterven in crisiszelfdodingspogingen, biedt verstilling in een mooie scène, vol herhalingen en persoonsvermenigvuldigingen, waarin minicamera’s en een modelspoorbaan een hoofdrol spelen. Hotel Modern meets Alfred Hitchcock. Dit is toneel waar je gegarandeerd intelligenter uit komt dan je erin ging. De mooiste kop over de voorstelling las ik in het economiekatern van een grote Duitse krant: ‘De wraak van DADA op de economie’. Afgelopen weekend presenteerde Johan Simons bij NTGent zíjn visie op Jelineks nachtmerrie onder de titel Underground. Daarover hopelijk volgende week meer.

Deze voorstelling van Die Kontrakte des Kaufmanns (een co-productie) wordt het hele seizoen gespeeld bij Schauspiel Köln en Thalia Hamburg. Inlichtingen: www.schauspielkoeln.de en www.thalia-theater.de