Economie

Kapitalisme

Maken we, twintig jaar na het failliet van het communisme, nu het bankroet van het kapitalisme mee? In nog geen twee weken tijd nationaliseerde de Amerikaanse overheid de twee grootste hypotheekbanken van het land en ’s werelds grootse verzekeraar. Een vooraanstaande zakenbank ging failliet, een andere werd voor een habbekrats verkocht en weer twee heffen zichzelf binnenkort min of meer op. Ondertussen legt de Amerikaanse overheid het fabelachtige bedrag van zevenhonderd miljard dollar op tafel om alle andere banken uit de problemen te helpen.
Verdwenen zijn die arrogante en onverschrokken bankiers van Wall Street. In plaats daarvan tref je in het hart van het westerse kapitalisme een stelletje bange slappelingen aan, die zich laf verschuilen achter de broekspijpen van vadertje staat. Het laissez-faire kapitalisme is morsdood.
Althans, de dood zelf is nog niet officieel vastgesteld, maar er wordt al wel vrolijk gefeest op het lichaam. De meest uitgelaten feestgangers zijn uiteraard te vinden bij uiterst links. Zo schrijft de Belgische ‘Links Socialistische Partij’ na ondergang van zakenbank Lehman Brothers triomfantelijk: ‘Kapitalisme in crisis; Karl Marx had gelijk.’
Maar ook gematigd links kan – ondanks de ernst van de situatie – het leedvermaak niet helemaal onderdrukken. ‘Kapitalisme implodeert’ kopte de Volkskrant. En PvdA-leider Wouter Bos voorspelde dat deze crisis de Amerikanen op het rechte pad zou brengen: ‘De kredietcrisis dwingt Amerikanen afscheid te nemen van een financieel systeem dat is gebouwd op hebzucht, onverantwoorde risico’s en perverse beloningen.’ Vanaf nu zullen de Amerikanen het op onze manier moeten doen. Wall Street wordt Derde Weg.
Nu gun ik iedereen zijn feestje. Maar deze lijkmis is voorbarig. Het Amerikaanse kapitalisme is vorige week niet gestorven – het is juist gered. Natuurlijk, Wall Street zal er anders uitzien zonder onafhankelijke zakenbanken, en de bankiers zullen zich de komende jaren koest moeten houden. Maar de plannen van de Amerikaanse overheid zijn vooral gericht op het overeind houden van de Amerikaanse manier van zaken doen, niet op het beëindigen daarvan. De schuldigen worden niet gestraft, maar beloond met een reddingsplan dat de Amerikaanse belastingbetaler honderden miljarden dollars zal kosten. Wall Street blijft grotendeels in handen van de markt, alleen de problemen worden genationaliseerd.
Geen wonder, de bedenker van de reddingsplannen is de minister van Financiën Hank Paulson. Voor zijn aantreden in 2006 was Paulson de topman van zakenbank Goldman Sachs, en daarmee de ongekroonde koning van Wall Street. Paulson was in 1974 als 28-jarige bij Goldman Sachs begonnen en had zich in de jaren daarna gestaag omhooggewerkt. Toen president Bush hem vroeg als minister van Financiën, bedroeg zijn geschatte vermogen zo’n zevenhonderd miljoen dollar.
Je moet wel erg naïef zijn om te denken dat iemand met zo’n achtergrond het einde van het Amerikaanse kapitalisme zal bewerkstellingen. Dat doet hij dus niet. De banken worden gered met belastinggeld. Wall Street komt met de schrik weg.
Als er al sprake is van een nieuw soort kapitalisme, dan is dat er een waarbij de winsten privaat zijn, maar de verliezen publiek. Cowboykapitalisme met staatssteun. Zolang het goed gaat met de bank worden de aandeelhouders beloond met hoge dividenden en de managers met wanstaltige bonussen. Gaat het slecht, dan gaan diezelfde aandeelhouders en managers met de pet rond bij het Amerikaanse publiek. Red ons, of we slepen iedereen mee.
Het reddingsplan had er ook anders uit kunnen zien. Behalve het simpelweg opkopen van de waardeloos geworden hypotheken en daaraan gerelateerde schulden, zou Paulson grotere offers van de banken moeten vragen. Een bank die aanklopt voor staatssteun zou moeten beloven om bijvoorbeeld vijf jaar lang geen dividend aan de aandeelhouders uit te keren. Paulson moet eisen dat de banken nieuwe aandelen uitgegeven om kapitaal op te halen, waardoor het bezit van de huidige aandeelhouders verwatert. En banken moeten instemmen met een moratorium op bonussen voor managers en beleggers. Doen ze dat niet, dan krijgen ze geen hulp.
Het zijn simpele en gerechtvaardigde eisen. Het feit dat Paulson ze toch niet stelt, is het bewijs dat er aan het Amerikaanse kapitalisme nog maar bar weinig is veranderd.