Kapitalisme in ademnood

In het radio-programma dat ik presenteer zijn twee begrippen de laatste tijd sterker naar voren gekomen dan andere jaren: kapitalisme en democratie.

De bankencrisis zou een crisis in het kapitalisme aantonen. En schetste Piketty niet dat de rijken steeds rijker en de armen armer werden?

De democratie stond eveneens onder druk: jongeren probeerden met G500 invloed uit te oefenen door van verschillende partijen lid te worden en op partijcongressen hun belangen te agenderen. De schrijver David Van Reybrouck onderzocht ook andere vormen van democratie en publiceerde daarover (‘Democratie in ademnood’, Cleveringalezing 2011).

En democratie en kapitalisme stonden elkaar eveneens in de weg wanneer het ging om de machtige, kapitalistische bedrijven die de democratische besluitvorming teniet konden doen. Google, Apple en Facebook zijn ondertussen bedrijven geworden, hoor ik, die als het ware een wereldregering vormen die ons leven disciplineert, en onze politieke invloed onder het tapijt hebben geveegd.

Dat Marx het begrip kapitalisme heeft geïntroduceerd, heb ik altijd een knappe zet van hem gevonden. Opeens was het een ideologie die je kon bestrijden. Of het een ideologie is, betwijfel ik. Er zijn wel meer ismen waarin dat dubieus is. Kun je het darwinisme bestrijden? Of het activisme? Ja, je kunt overal tegen zijn, en alles verbieden, en achter alles ‘isme’ zetten, maar of het zinvol is?

Het zinvolisme – leer die stelt dat alles zinvol is, zelfs als het niet zinvol is.

Nu lijkt mij de democratie het zinvolste instrument om grote kapitalistische macht bij te sturen. Je stelt een aantal regels op, stemt daarover en je kijkt hoe het uitpakt. Bevalt het, dan doe je verder niks. Bevalt het niet, dan verander je het, en stemt weer.

Toch merk je dat dat proces de onvrede niet wegneemt.

Wij maakten ons kwaad over banken die enorme bonussen schonken aan hun directeuren terwijl ze ondertussen hypotheken als fijne presentjes tegen steeds hogere prijzen aan elkaar doorverkochten, tot het moment dat het mis ging. We vonden dat banken niet meer van die hoge bonussen aan hun directieleden mochten uitkeren.

Traagheid is de beste voedingsbodem voor het weloverwogene

Je krijgt dan het woordenspel. Bonussen worden beloningen, tantièmes, winstuitkeringen – en je kunt er meer woorden voor verzinnen: belonus, bonbon-uitkering, salarisverhoging, aandeelrecht – het komt allemaal op hetzelfde neer. Kan de democratie zulks beteugelen?

Je hoort van niet. De democratie is te traag, en eigenlijk wil niet iedereen mee. Anders gezegd: er zitten kapitalisten in de regering die soms zelfs een meerderheid hebben en niet willen doen wat een minderheid eist.

Je zou bijna denken: er zou revolutie moeten komen, zoals Marx ergens snedig opmerkte. Maar dat is juist de reden waarom we een democratie hebben: om dat te voorkomen.

Ook ik heb een ambivalente houding tegenover het kapitalisme en de democratie. Volgens mij bestaat er hier geen echt kapitalisme. Binnen het ware kapitalisme waren de banken gewoon failliet gegaan. En onze democratie is inderdaad traag en een toneelvoorstelling geworden. Waarom hebben we 150 Tweede-Kamerleden nodig? Waarom niet honderd? Of vijftig? En waarom moeten al die leden vergaderen? Wie de debatten volgt, hoort voortdurend dezelfde argumenten voorbijkomen. Waarom niet, zoals onlangs Paul Frentrop beweerde, alleen de fractieleiders laten vergaderen? Je hebt dan één tafel nodig, in plaats van een Kamer. En het gaat echt sneller. De andere volksvertegenwoordigers kunnen hun leider dan voorzien van informatie, zoals ambtenaren de ministers van informatie voorzien.

Het is dezelfde democratie die zulke rigoureuze veranderingen vertraagt – en misschien is dat maar goed.

Traagheid is de beste voedingsbodem voor het weloverwogene. Het is gebied waarin je alles nog eens dubbel kunt natrekken of kijken of er nog ergens een bonnetje ligt.

Het kapitalisme zou je van zijn isme moeten ontdoen.

Je blijft nu een ideologie bestrijden of toejuichen die in feite niet bestaat.