Toneel – Hedda Gabler

Kapotmaakster

Medium toneel
Links: Karina Smulders als Hedda en Peter Blok als rechter Brack in Hedda Gabler, regie Thibaud Delpeut; © Roel van Berckelaer

Toneel is ook een soort opera. Inclusief repertoire waaraan de verwachting kleeft: hoe doen ze het deze keer? Regie is onder meer het intelligent omgaan met die verwachting. Hedda Gabler (1890) van Henrik Ibsen geldt als gewild repertoire over een burgervrouw op jacht naar status. Thibaud Delpeut heeft Hedda Gabler nu geregisseerd bij zijn eigen gezelschap. Delpeut houdt van jongleren met verwachtingen. Aan het begin van de tweede akte doet hij iets waardoor het beeld van Hedda kantelt. Ik verklap niet wát. Maar als grootverbruiker van toneel die nogal wat versies van Ibsens kroonjuweel heeft gezien, zat ik na het vrij klassiek geënsceneerde eerste bedrijf meteen rechtop. Hè? Wat!? Boef! In het stuk zit een fuik waar de titelheldin langzaam in zwemt. Hier is die fuik er vrijwel meteen. Hedda vist nog altijd naar welstand en liaisons dangereuses. Maar dat hengelen is hier gevaarlijker, enger, en vooral kapotter. Ze zaait dood en verderf. Hedda is geen statuskat of stoeipoes met iets te scherpe nagels. Hedda is een clusterbom. Een kapotmaakster.

Vormgever Roel van Berckelaer heeft het vermoeden van een monumentale ruimte gebouwd in zwarten en grijzen, met een vloer die beweegt en zo het zicht op de figuren als het ware heen en weer rolt. Achterin staat een hoog wandmeubel, offeraltaar en wapendepot voor Hedda’s pistolen. Er is een geluidsdecor van Delpeut zelf, gedempte dreundisco’s en lekkende druipsteengrotten. Gerausch hoort tot zijn pakket van totaaltheater. In de kostumering (Wojciech Dziedzic, briljant!) is er de verbazingwekkende terugkeer van het rijgkorset, de wijd vallende robe, het kapsel als gesteven status en de make-up als dodenmasker. Vorm en licht zetten de toon van horror. Ibsen meets Hitchcock. Juist door het veranderde zicht op Hedda en haar relatie met de invloedrijke huisvriend Brack ga je anders kijken naar de hele santenkraam. En dan helpt het dat er een topbezetting aantreedt om deze licht gestoorde types bij elkaar te acteren.

Hedda van Karina Smulders: na alles wat er in de eerste akte over haar is gezegd schrik je je een ongeluk wanneer dat spook opeens opkomt. Werkelijk iedere afslag die ze daarna neemt is een avontuur, een verrassing. Guy Clemens bouwt zorgvuldig aan de tragiek van haar wat sullige Tesman. Reinout Bussemaker stoffeert de tuttige achterkant van Lövborg (de bohémien-ex van Hedda) intens grappig met verbazing en paniek. Astrid van Eck laat van de bemoederende Thea Elvsted net genoeg zien om te weten dat je met zo’n mens in de buurt nooit meer van de drank af komt. En Peter Blok toont ons rechter Brack als broeierige schurk, want beschaafde schurken met een ontwapenende glimlach hebben in zijn wereld de toekomst. Het gebaar waarmee hij de oorspronkelijke slotzin van Hedda Gabler vervangt is huiveringwekkend en ijzersterk. José Kuijpers en Anne-Chris Schulting tonen in de kleine rollen dat die niet bestaan, kleine rollen: in drie of vier opkomsten zetten ze een leven neer.

Wereldvoorstelling, deze grootse Hedda Gabler, machtig pleidooi ook voor het belang van repertoire.


Hedda Gabler door Theater Utrecht is t/m 13 mei nog overal te zien; theaterutrecht.nl