Kaputtjes

Bestaat er nog zoiets als de Duitse film? In ieder geval niet bij ons in de bioscopen. Voor de zekerheid kijk ik de filmladder nog even na, maar nee. Wie zit er tenslotte op te wachten? Fassbinder is al heel lang dood. Wenders heeft het te hoog in zijn bol gekregen om nog iets aardigs te maken. Herzog is in Mexico weer iets gevaarlijks en ingewikkelds aan het doen - het resultaat moet je maar afwachten.

Ik heb altijd begrepen dat we economisch gezien een soort provincie van Duitsland zijn, maar als het om film gaat leven we aan de andere kant van de wereld. De gemiddelde filmhuisbezoeker is beter op de hoogte van de cinema van Taiwan (het land van Hou Hsiao-hsien en de zijnen) en Iran (het rijk van Abbas Kiarostami en zijn volgelingen) dan van de Duitse film. De vraag is of dat een gemis is. Ik zou niet volmondig ja kunnen zeggen, maar nee zeggen gaat ook wat ver.
In Duitsland zelf heeft men het gevoel dat de Duitse film vitaler is dan ooit. Producenten glimmen van tevredenheid. Er wordt meer gemaakt dan ooit. Fassbinder, Wenders en Herzog zijn voorgoed verleden tijd. De filmwereld heeft het grote publiek gevonden met vlotte, modieuze komedies. Komedies met misverstanden, overspel en de eeuwige veldslag tussen man en vrouw. Ze worden bevolkt door bekende televisieacteurs, zijn behendig geregisseerd, snel gesneden en voorzien van huppelende muziekjes. Artistieke ambities worden geminacht.
Er is geen enkel ander Europees land waar men zo onbeschaamd louter commerciële komedies lijkt te maken en de kwaliteitsfilm zo definitief in het defensief is gedrongen. Maar de Duitse film kent nog een aantal andere aspecten. Juist door de macht van de hoofdstroom heeft men in de marge naar extremen gezocht. Christoph Schlingensief en Jörg Buttgereit, jonge meesters van de typisch Duitse politieke variant op de splattermovie, hebben gezelschap gekregen van Martin Walz, die met zijn recente Kondom des Grauens de burgerij schoffeert. In de film worden allerlei genres als de film noir, horror, komedie en porno vrolijk en brutaal door elkaar geroerd. Het verhaal is absurd en bewust smakeloos. Een geschifte geleerde heeft een levend condoom ontwikkeld dat als een piranha penissen afbijt. Vanuit de gewelven van een kerk in New York worden de vraatzuchtige preservatieven over de stad verspreid. Een homoseksuele, hardgekookte detective verliest een kloot en bijna zijn vriendje en opent de jacht op kauwende kapotjes.
De film is meer dan over-the-top en onderscheidt zich in alles van de hoofdstroom, maar ook van het kleine, meer smaakvolle, artistieke stroompje dat ondanks alles toch ook nog ergens doorkabbelt.
Een voorbeeld van een film uit dit artistieke stroompje is Engelchen van Helke Misselwitz. De film heeft een treurigheid en een intensiteit die de beste momenten van Fassbinder in herinnering roept. Hij gaat over een jonge vrouw die een eenzaam en hard leven leidt in een haveloze woonkazerne in Berlijn. Ze krijgt een tragische relatie met een getrouwde Pool die elk weekend naar Duitsland komt om op de zwarte markt zijn salaris aan te vullen. Misselwitz weet een verstikkende sfeer van gemist geluk op te roepen. Haar hedendaagse Berlijn werd gedompeld in een kleur van verdriet dat vooroorlogs, zo niet negentiende-eeuws aandoet. Een gevoelige film die bij ons een uitzondering zou mogen zijn op de regel dat er geen Duitse films in Nederlandse bioscopen of filmhuizen draaien.
En niet het minste nieuws uit Duitsland is dat de nagenoeg afgeschreven Wenders samen met studenten van de filmschool van München een heel leuke film heeft gemaakt over filmpioniers als de gebroeders Skladanowsky. Een inventieve en duidelijk met plezier gemaakte schijndocumentaire, waarin op een baldadige manier de filmgeschiedenis wordt vervalst.
Er bestaat nog film in Duitsland.