Karakterschets

Met een begrip als karakter heb ik altijd moeite. Mijn vader sprak vaak over ‘karakterontplooiing door zelfopvoeding’. Hij liep dan naar de boekenkast en greep een boek van ene drs. Kunkel en ene drs. Adler. Daaruit las hij dan voor.

Goed waren: veel koude douches, lange wandelingen, gymnastieken en slapen met open raam, en natuurlijk de ‘persoonlijke hygiëne’. ‘Goed vegen en handen wassen, minstens twee minuten’, riep mijn vader dan. Hijzelf deed dat altijd en gebruikte daarvoor een uiterst smerige zeep waar ik nu naar verlang: Lifeboy. Werd door Amerikaanse soldaten gebruikt, zei hij.

(Terzijde: een oude chirurg vertelde mij laatst dat ze vroeger voor iedere operatie twintig minuten lang hun handen wasten. Uit onderzoek was gebleken dat dan pas de meeste bacteriën gestorven zijn. Dat was gebleken uit onderzoek van ene Semmelweis, over wie Céline nog zijn proefschrift had geschreven.)

Een karakter is genetisch bepaald, denk ik steeds vaker.

Het heeft geen zin na te gaan hoe je eraan komt. Hoewel ik bijvoorbeeld ben opgevoed met koude douches en gymnastieken heb ik, zodra dat kon, nooit meer gegymnastiekt en koud gedoucht.

Ik denk ook steeds vaker dat je karakter bepalend is voor je stemgedrag.

Je hebt mensen – misschien de meeste, dat weet ik niet – die hebben een sociaal-democratisch karakter. Of die hebben een socialistisch, of liberaal karakter.

Mijn dierbaren zijn bijvoorbeeld allemaal links.

Ieder levend wezen is ze even lief. Goed en slecht kennen ze eigenlijk niet. Zien ze een arme bedelaar, dan geven ze die hun pinpas, bij wijze van spreken. Als Wilders iets zegt over de islam of Marokkanen lijken ze persoonlijk gekwetst.

Dat is hun karakter. Ik weet door gesprekken en de persoonlijke omgang dat hun politieke kijk op het leven niets te maken heeft met het goed volgen van het nieuws, of een analyse die ze hebben gemaakt van het kapitalisme, of een visie, of een ideaal dat ze willen nastreven. Dat ideaal wat ze wel beweren aan de horizon te zien flonkeren is een onderdeel van hun karakter.

Mijn liberale gemoed met vleugjes fanatisme komt overeen met mijn karakter.

Ik heb, zodra dat kon, nooit meer gegymnastiekt en koud gedoucht

Een karakter komt tot uiting in begrippen die je nooit nauwgezet kunt definiëren (zoals het begrip ‘karakter’). ‘Eerlijkheid’ is ook zo’n begrip. Een liberaal denkt anders over eerlijkheid dan een socialist. Een liberaal vindt het heel eerlijk als hij niets hoeft af te dragen van de drie stuivers daags die hij heeft verdiend. De socialist meent dat het eerlijk is, als je daarvan een deel afstaat aan de overheid, om dat verder te verdelen aan hen die niet bij machte zijn werk te vinden. Een liberaal vindt dit een valse zin, want hij denkt anders over woorden en uitdrukkingen als ‘niet bij machte zijn’ en ‘werk’. Een liberaal bijvoorbeeld is eerder bereid de hoer te spelen dan een socialist, omdat een liberaal liever voor zichzelf opkomt dan dat hij zich laat sturen. Dat zit in zijn karakter.

Ik geloof daarom Samsom ook als hij zegt ‘het eerlijke verhaal’ te willen.

Zijn eerlijkheid is alleen niet de mijne.

Ik vermoed ook dat de liberaal zich bewuster is van het waterachtige van ‘moraal’ dan een socialist, voor wie dat begrip meer van steen is.

Ik weet dus dat het in wezen geen zin heeft om mensen op andere gedachten te brengen.

Hun karakter is leidend.

Wetenschap kan je karakter veranderen. In wetenschappelijke verworvenheden liggen namelijk, tot het moment dat er iets anders wordt ontdekt, onwrikbare waarheden besloten waartegen je karakter het aflegt.

Politiek doet echter weinig anders met wetenschap dan die naar haar hand zetten.

Karakters veranderen langzamer dan idealen, vandaar dat het zo lang duurt voordat een nieuw idee kan postvatten.

Onze karakters werken tegen.