Toneel

«Kardinaal, ik heb het mijne gedaan. Doet U het Uwe»

Toneel: Don Carlos (2)

Voor Koning Philips de Tweede van Spanje komen in 1568 de rampen niet één voor één, ze tuimelen over elkaar heen. Joden- en morenvervolgingen in Zuid-Spanje, opstand in de Nederlanden, grote spanning in de verhouding met Engeland, Philips’ huwelijk op de klippen, de ontembare drift van de Infant, kroonprins Carlos. Tot overmaat van ramp zetten katholieke gluipekoppen aan zijn hof Philips de hoorns op de koninklijke kop. Kan hij wel de vader zijn van de Infante Clara Eugenia, de dochter verwekt bij zijn vrouw, Elisabeth van Valois, eerder de verloofde van zijn zoon Carlos? Was Philips niet zwaar ziek, negen maanden voor de ge boorte? De hofintriganten in het Escoriaal te Madrid maken de Koning langzaam maar zeker gek. Hun roddelvirus over het vaderschap is effectief. Philips II raakt in het tweede deel van Schillers tragedie Don Carlos van slag. De machiavellistische bureaucraat pur sang wankelt. Hij heerst nog altijd in zijn ijspaleis. Maar voor hoe lang?

Theu Boermans’ enscenering van Don Carlos is gesitueerd in een ruimte waarin niemand zich ooit onbespied kan wanen. De met kil neon verlichte wanden staan op pootjes, zitten vol kijkgaten: achter iedere wand bespiedt iedereen iedereen, in dit kasteel is intimiteit verboden, of minstens tijdelijk ver bannen: overal zie je schuifelende voeten, spiedende ogen. Zelfs als Philips alleen zit op de rand van zijn matrasloze bed, een kale spiraal, zijn vrouw en dochter binnen handbereik (ranselende waanzin op de loer), weet hij niet of hij echt alleen is. Het is de zevende scène van het vierde bedrijf. Een huiveringwekkend tafereel. De Koning (Hans Croiset) naast zijn kind. Hij kijkt naar zichzelf en naar de gelaatsuitdrukking van zijn dochter, in een spiegel. In zijn dochter herkent hij (de ondertoon is wanhopig) zijn ei gen trekken. Of toch (méér wanhoop) die van zijn zoon Carlos? Wie is de echte vader van de Infante, van de dochter? Philips spreekt een radeloze zin uit: «In deze afgrond kom ik om.» Wat volgt is een twistgesprek met zijn vrouw, Elisabeth (beheerst, helder, prachtig vertolkt door Hadewych Minis). Zij herhaalt in die ruzie steeds opnieuw één zin: «Wat heb ik dan gedaan?» Terecht. Elisabeth hééft niets gedaan. Philips: «U heeft/ me op een zwak uur gezien. Maar weest U/ des te meer be vreesd. Wat me tot zwakte heeft/ ge bracht, kan me ook razend ma ken.» In die ene zin vat Schiller samen waar Don Carlos over gaat: de wankelende macht van Philips, als koning, als vader, baart in hem een zinloze razernij. Schillers plot is aan de onafwendbare afwikkeling begonnen. Die afwikkeling volgt in de bijna laatste scène van het stuk. Philips’ vrouw Elisabeth en zijn minnares Eboli zijn kalt gestellt. De com plotten smedende markies van Posa is vermoord. Nu rest nog het probleem van de Infant. De kroonprins. Carlos.

Koning Philips wendt zich tot hogere machten. De Ko ning kan het niet meer alleen. Hij ontbiedt de Kardinaal Grootinquisiteur, de chef van de rooms-katholieke Geheime Dienst. Scène negen, vijfde bedrijf. Verplichte kost voor Balkenende, De Geus, Donner c.s. Wat te doen wanneer je leerlingen ongeleide projectielen zijn geworden? De politicus Philips maakt zich klein. De Godfather – gezant van de Eeuwige op Aarde, de Kardinaal die geacht wordt álles te beheersen – is onvermurwbaar. Schillers dialoog is ijzingwekkend. Kardinaal: «U wilde vrij zijn en uniek (…) Dankt U de Kerk/ die het voldoende vindt U moederlijk te straffen.» Koning: «Niet die taal! Matig je, priester!/ Ik duld dat niet. Ik kan op deze toon/ niet met mij laten spreken.» Kardinaal: «Goed dan, Sire – Waarvoor ben ik geroepen?/ Wat moet ik hier? – Ik ben niet voornemens dit/ bezoek te herhalen.» Iets verderop stelt de Ko ning de wezenlijke vraag aan de Kardinaal: «Kun jij (hij wordt opeens vertrouwelijk, hij tutoyeert zijn Stasi-chef) een nieuw geloof grondvesten,/ dat de bloedige moord op een kind verdedigt?» En dát kan de Kardinaal. Hij vertegenwoordigt im mers een geloof waarin God de Vader zijn enige Zoon slachtofferde. De Kardinaal is derhalve een ervaringsdeskundige. Frieda Pittoors, in prachtig strak kardinaalspurper, incasseert hier een gratis koningsoffer. Met een gruwelijk usurpator-zinnetje: «Geeft U hem aan mij.»

De rest is stilte. Tot aan de be nauwende slotzin van de Ko ning tegen zijn geestelijke leidsman: «Kardinaal, ik heb het mijne ge daan./ Doet U nu het uwe.»

Carlos’ doodvonnis is dat. Slot van een geweldige voorstelling!

Don Carlos is nog tot 18 december te zien.

Speellijst: www.theatercompagnie.nl

en www.toneelgroepamsterdam.nl