Karel en Gerard

Karel van het Reve mag graag de pose van onnozelaar aannemen, in het besef dat iedereen wel beter weet. Maar in zijn bundel van voor de microfoon van de Wereldomroep uitgesproken columns gaat hij soms erg ver. ‘Ik ben hun namen vergeten, het was iets van Halberstadt en Finkelstein’, beweert hij, sprekend over de twee valse vrienden van Hamlet, prins van Denemarken.

Zou Van het Reve echt niet weten dat die mannen in werkelijkheid Rosenbaum en Guildenkranz heten? Laat hij het de luisteraars in den vreemde proberen wijs te maken, wij, lezers aan het thuisfront, trappen er niet in.
Hij kreeg in 1982 de P. C. Hooftprijs. Zijn broer Gerard was hem in 1968 voorgegaan. Dat schiep, constateert Karel, een probleem, omdat Gerard bij die gelegenheid Marga Klompe, de toenmalige cultuurminister, heeft gekust. ‘Iedere volgende laureaat stond toen voor het dilemma: kussen of niet kussen. Kus je Marga niet, dan lijkt het of je haar expres niet kust. Doe je het wel, dan heeft het ook iets opzettelijks: net alsof je niet bij Gerard wilt achterblijven. Bij mevrouw Gardeniers bestond dat probleem ook. Gelukkig doet zich bij mij dat probleem niet voor. De minister is Andre van der Louw, die met die pijp en die snor, en niemand kan van mij eisen dat ik zo iemand een zoen geef.’
Karel van het Reve noemt zijn broer zelden of nooit, in zijn boeken noch in de diverse vraaggesprekken, waarschijnlijk om erger te voorkomen. Maar in deze gebundelde radiocolumns (Luisteraars!, Van Oorschot) valt de naam van de 'beroemde schrijver’ met enige regelmaat. Bijvoorbeeld als hij beschrijft hoe Gerard vroeger zijn toenmalige vrouw Hanny achter de piano posteerde als de gasten de trap opstommelden, 'want, zei hij dan, dan merken die bezoekers dat wij niet van de straat komen’.
Het blijft ook in dit boek bij dit gevaarloze soort anekdoten. Karel heeft duidelijk geen zin om publiekelijk ruzie met Gerard te maken.
Hoe Gerard over Karel denkt, weten wij echter wel, dank zij de brief die Gerard op 23 november 1979 aan Hans Gomperts schreef. Karel had net zijn Huizingalezing gehouden, waarin hij nogal tegen Gomperts vak, de literatuurwetenschap, te velde was getrokken. Gerard noemde het betoog 'de vulgairste demagogie in de marxisties-leninistische traditie’. Want: 'Mijn broer haat de literatuur, omdat hij er graag een plaats in zoude willen innemen, maar daartoe geen talent heeft. Heb je ooit het infamerende stuk in Het Handelsblad gelezen dat hij over mij onder de naam Henk of Hans Broekmans publiceerde?’
Hans Broekmans, die zoals iedereen weet, in werkelijkheid natuurlijk Homme Broekhoest heette, waaruit moge blijken dat de broertjes, tegen de uiterlijke schijn in, hetzelfde gevoel voor humor hebben.
Ik heb met Karel van het Reve eens zo'n VPRO-marathongesprek mogen voeren waarbij het onvermijdelijk was om op een gegeven moment… Ik kleedde het tactvol in. Waar praten de broers eigenlijk over als zij elkaar op verjaardagspartijtjes ontmoeten? Andermaal wist Karel virtuoos uit te wijken. 'Wij zien elkaar niet op verjaardagspartijtjes’, zei hij. 'En de schaarse keren dat wij elkaar tegen het lijf lopen, zegt hij al gauw: “En nu weer even over mij.” ’