Karige gestalten

Ronald Ophuis verwijst naar een boek van Primo Levi waarin die een barre voettocht uit Auschwitz beschrijft. Daar waren geen foto’s van. Voor de verbeelding is dat maar goed ook.

Medium ronald 20ophuis 20teatro 20la 20tregua

Het schilderij Teatro la Tregua van Ronald Ophuis is in een realistisch idioom geschilderd. Denken wij dan dat wat we zien ook ongeveer zo gebeurd is? Onwillekeurig denken we er misschien een foto bij. Ondertussen gaat de titel nog verder: (Two Clowns), Poland July 1945. Dat geeft een verraderlijk documentair karakter aan de voorstelling. Maar stel je voor dat een argeloze kijker niet zomaar weet dat dit alles verwijst naar een boek (1963) van Primo Levi dat La Tregua heet. In het Nederlands is dat Het respijt. De schrijver vertelt daarin over zijn bizarre zwerftocht (met anderen, meestal te voet) in de zomer van 1945 uit Auschwitz terug naar thuis in Turijn. Vreemde maanden waren het van uitstel en adempauze en even rust na de verschrikkingen. Ze hielden elkaar ook bezig om de stemming erin te houden. Maar wat als je dat een beetje weet? Maakt dat dit mooie, donkere schilderij dan realistischer of preciezer?

Toen ik het zag, in de galerie in daglicht, moest ik denken aan de bruine schemering in De aardappeleters (Van Gogh) en die zwarte figuren zwijgend onder een enkele olielamp. Natuurlijk weet ik ook wel dat die gestalten niet zwart zijn – maar in de armoedige ruimte van het schilderij met donker rondom is zwart zoals ze eruitzagen. Maar kijk dan nog eens naar het schilderij van Ophuis. Het lijkt me dat hij voor het tafereel eerst de ruimte geconstrueerd heeft. Maar toen hij die ruimte maakte, vreemd hoekig en scheef, had hij ook al een voorstelling in zijn hoofd van de twee protagonisten. De ruimte is van houten planken – ergens een hoek in een schuur. Natuurlijk was die schuur er niet echt, want waar dan? Van de tocht die Primo Levi beschrijft zijn geen foto’s gemaakt. Toch lijkt het of de twee figuren als op een foto staan te poseren – een beetje zelfbewust maar. Dat komt doordat ze er ook relatief groot zijn neergezet voorop in de toch gedrongen uitziende ruimte. Het meest nog doet die ruimte denken aan een decor. De figuren staan daar met strakke tussenruimtes om hem heen. Ze zijn karig als gestalten in het toneel van Beckett.

Aan die grote meester van grijs en zwart moest ik ook denken bij dit schilderij. Want het heeft de hoekige regie van een toneelscène. De vloer loopt wat op tot aan een lage getimmerde wand achterin. Dat is in die constructie één beweging: van voren af oplopend tot de rechtstaande afsluiting achterin. Er is een tweede beweging: de dikke paal helemaal links tot aan linksboven de planken en dan schuin naar rechts de balken die zo te zien, met dwarsbalken, de vloer van een zolder overeind houden. De vloer is met van alles bezaaid. Rechtsboven in deze kale houten ruimte is een hoek zwart alsof het daar nacht is.

Ik weet niet of de twee clowns nog bezig zijn met hun act of dat die al voorbij is

Wezenlijk, zei ik al, is het donkere licht. Het tafereel is vrijwel zonder schaduw, maar het bleke licht komt van voren. Dat wil zeggen: de schilder heeft de figuren met veel wit uitgedost. De staande in een gestreept pak uit het kamp. De zittende, met het trommeltje, heeft een gestreepte broek en een wit overhemd dat in de vaalheid van de scène zelfs helder is. Natuurlijk zijn hun gezichten wit geschminkt met een glimlach zo om hun mond getekend dat die voor altijd is verstard. Die twee daar (de staande met veldbloemen in de hand) dragen met hun roerloze aanwezigheid in die ruimte het hele desolate tafereel.

Er was geen foto. Dat is maar goed ook want het schilderij laat zo een verbeelding zien die heel waarheidsgetrouw en breed is. Alle ruis die de werkelijkheid verwarrend en onoverzichtelijk maakt, kan de schilder weglaten waar hij wil terwijl hij ook naar believen het licht kan veranderen en temperen als hem dat uitkomt. Ik weet niet of de twee clowns nog bezig zijn met hun act of dat die al voorbij is. Aan de trommelstokken kun je zien dat die bewegen. Je kunt je dat droge doffe geroffel misschien voorstellen. De staande man daarnaast zegt misschien iets (binnensmonds) maar dat kunnen we niet horen. Dat geeft niet: er gebeurt al heel veel. Hij houdt dat bosje bloemen vast. Dat laat Ophuis hem doen. Ooit zei iemand vertwijfeld tegen Beckett dat er in zijn stukken toch bijna niets gebeurde. Dat zou kunnen, maar niets gebeurt twee keer, was zijn antwoord.


PS: Schilderijen van Ronald Ophuis zijn gewoonlijk te zien in Upstream Gallery aan de Kloveniersburgwal 95 in Amsterdam

Beeld: Ronald Ophuis, Teatro la Tregua (Two Clowns), Poland July 1945, 2015. Olieverf op doek, 270 x 210 cm (Courtesy Upstream Gallery)