Karma Karma Karma Cameron

Londen - ‘Hi Mark!’ Zo luidde de joviale groet van David Cameron toen hij zijn Nederlandse collega onlangs voor het eerst ontving. Als een oude studievriend werd Rutte door de Britse premier binnengelaten om te praten over de Big Society, Afghanistan en de potverteerders in Brussel. De ontspannen houding van 'Dave’ typeert de cultuuromslag die op Downing Street heeft plaatsgevonden. Er vliegen geen printers meer door de lucht, lachen mag weer en de journaaldeuntjes vormen niet langer de soundtrack bij een incidentenpolitiek. Politieke correctheid heeft plaatsgemaakt voor goede manieren.
Vooral de hoge ambtenarij is blij met Cameron. Kabinetssecretaris Gus O'Donnell was jarenlang slachtoffer van Gordon Browns driftbuien, maar nu gaan conversaties weer gepaard met in vergetelheid geraakte woorden als please en thank you. Tevreden ziet O'Donnell dat vergaderingen weer op vaste tijden plaatsvinden en er een notulist aanwezig is. Niet langer worden ambtenaren in het weekeinde om zes uur ’s ochtends uit bed gebeld. Alleen dat al is een reden om de bevriezing van hun salaris zonder protest te accepteren.
Anders dan zijn voorgangers voelt Cameron zich thuis in het parlement. Tegenover nieuwe Kamerleden stelt hij zich op als een hoffelijke gastheer en wekelijks beleeft hij plezier aan het verbaal afdrogen van de lispelende oppositieleider Ed Miliband. Toen deze de premier inwreef dat een collega-minister zichzelf trots een kind van Thatcher had genoemd, antwoordde Cameron smalend: 'I’d rather be a child of Thatcher than the son of Brown.’ Op het verzoek om Brown te feliciteren met het redden van de wereldeconomie beloofde Cameron zulks te doen 'if he could be bothered to turn op in this House’.
Met eenzelfde soort air of amused authority benadert hij de pers. Hysterische verslaggeving negeert hij simpelweg. Tijdens de mediapaniek omtrent de zware sneeuwval in december hield hij zich bijvoorbeeld op de vlakte. Blair zou meteen een fotomoment op een strooiwagen hebben georganiseerd. Over de grens valt hij ook op door zijn charme, eenvoud en zelfvertrouwen. Tijdens een werkbezoek aan India kreeg hij ongevraagd een butler toegewezen. Waar Brown na drie jaar nog niet de naam van zijn lijfwacht kende, behandelde Cameron zijn bediende, zoals een aristocraat betaamt, met alle egards. Bij zijn vertrek liet Cameron een bedankbriefje achter voor Leo en vertelde hij diens bazen: 'Leo has done a fantastic job in making me feel comfortable and at home. Please take good care of him.’ Een beduusde Indiase verslaggever vergeleek de Britse gast zelfs met Gandhi.