..karmozijn…

Al zolang ik boven de achttien ben, voel ik afgunst jegens de penvoerders die zo gewoontjes met de natuur omgaan. Een bosrand bij avondrood op papier zetten alsof ze hem zelf voor drie stuivers per dag hebben aangelegd. In niet meer dan een kubieke meter struweel zestien verschillende bloeiwijzen determineren, plus zeven daaronder verstopte zaadlobbigen, van tweejarige bonte rompslomp tot kaasjeskruid. Pure jaloezie, wegens een jeugd doorgebracht tussen Lastageweg en Moddermolensteeg.

Daarna in de Amsterdamse Bijenkorf, toen die nog een voortreffelijke levensmiddelenafdeling had, waar mijn moeder op zaterdagmorgen op de vloer van het vleeswarengedeelte altijd een dubbeltje vond (waar ze heel lang naar zocht). In die tijd dus, de tijd dat er brievenbussen achterop de tram zaten, lijn 5 door de Weesperstraat reed en je bij broodjeswinkel Plein 24 naar joodse gewoonte gratis thee kreeg, de Filmliga De dood van een wielrijder draaide, in die tijd had dat warenhuis in de Boekenweek altijd een Boekenmarkt. Het mag tekenend voor mij heten dat ik mij daarvan alleen een vrolijke Karel Jonckheere kan herinneren, uitroepende: ‘De Nederlanders bezingen het varken, de Vlamingen de vrouw!’ Of omgekeerd.
Die levensmiddelenafdeling verkocht zelfs Japanse rijstazijn, en Mexicaanse pepers gevuld met een pasta die je oren karmozijn kleurde en ook hadden ze er Rose’s Limejuice in de originele fles. Die voortreffelijke rijstazijn valt nog voor iets meer dan een knaak weg te slepen bij de Chinese winkels rond de Nieuwmarkt. Lig je mooi een ronde voor op bekende tv-personen die, zo blijkt uit menig kookprogramma, wel het zeezout hebben ontdekt. Leuke programma’s zijn het. Je wordt ziek van de leukigheid. Alsof eten leuk is. Gestoofde koude geit smaakt naar modder, sommige aardappelen naar schone zakdoeken, de laatste kwartel leek op een nat miniatuurtje van Soutine; oudevlaggestokkensmaak hangt aan cervelaat en salami. Waarbij zwarte koffie zonder suiker dan weer de laffe halfzachte smaak van boterhammenworst heeft.