Rusland houdt zijn cultuurmakers in de gaten

Kartonnen staatsterreur

Doordat kunstenaars en andere kritische geesten in Rusland zich niet in alle vrijheid kunnen uiten, gaan ze van de weeromstuit nog meer, en beter, werk maken. En trotseren dreigementen van hogerhand. ‘Mijn hele generatie is boos.’

Medium hester den boer4
Moskou, 2016. Herdenking op de plek waar Boris Nemtsov in 2015 werd vermoord

Bij de ingang van het theaterzaaltje in een kelder in een Moskouse achterafstraat controleert een meisje de paspoorten van bezoekers van Uit _de__ kast_. Alleen als je ouder bent dan achttien heb je toegang tot deze uitverkochte voorstelling van het gezelschap Teatr.doc. De bezoekers, veelal jonge mensen uit de culturele elite van Moskou, tonen gedwee hun documenten voordat ze het zaaltje mogen betreden. De leeftijdscontrole is er niet omdat de voorstelling bovenmatig veel geweld of seks bevat, maar omdat ze homoseksualiteit in Rusland als thema heeft. Kinderen onder de achttien blootstellen aan homoseksualiteit is volgens de recent doorgevoerde wetgeving homopropaganda en daarom strafbaar. Teatr.doc heeft al genoeg problemen gehad met de overheid en houdt zich daarom liever aan de regels. Dan maar leeftijdscontrole.

De laatste paar jaar worden de vrijheden in Rusland in ras tempo ingeperkt. De ene repressieve wet na de andere wordt uitgevaardigd en de fsb (voormalige kgb) draait overuren. Leden van de controversiële punkband Pussy Riot belandden zelfs in een strafkamp. Na de relatieve vrijheid van de jaren negentig en begin deze eeuw is het voor kunstenaars en kritische geesten lastig te verkroppen dat je moet inleveren op je persoonlijke, creatieve en intellectuele vrijheid. Tegelijkertijd floreert in Moskou de ondergrondse culturele scene en lijken de Russen nog lang niet monddood gemaakt. Hoe laveer je door het labyrint van deze repressieve wetten en maatregelen? En hoeveel gevaar loop je als je kritiek uit op het Kremlin?

Een paar dagen na de voorstelling Uit de kast lunch ik met Anastasia Patlay, de regisseuse van het stuk, in een hip Indiaas fastfoodrestaurant dat helemaal past binnen de groeiende populariteit van yoga en mindfulness in Rusland. Bij de toonbank staan grote schalen met een ruime keuze uit vers bereide curry’s, rijst en snacks. Uit de boksen klinkt een rustgevend sitarmuziekje.

Patlay is begin veertig en werkt al jaren voor Teatr.doc. Ze maakt een soort journalistiek theater, waarbij de theaterteksten zijn gebaseerd op interviews met echte mensen. Veel van de stukken stellen maatschappelijke en politieke problemen en misstanden aan de kaak. Patlay voelt dat het politieke klimaat steeds dreigender wordt. ‘De huidige politieke tendens is zorgwekkend. Vooral na de moord in 2015 op oppositieleider Boris Nemtsov is het duidelijk dat er een reëel gevaar is. Alle mensen die afhankelijk zijn van het vrije woord zijn erg geschrokken van deze brute moord. Ook ik voel de angst. En ik heb een kind waar ik de verantwoordelijkheid over heb. Het gaat dus niet alleen over mij.’

Veel van haar vrienden en kennissen zijn geëmigreerd, maar voor Patlay ligt dat lastig. ‘Ik heb overwogen om te emigreren, maar met mijn beroep als theatermaker is dat vrijwel onmogelijk. Ik ben afhankelijk van de Russische taal.’ Ze blijft daarom in Moskou en probeert zo min mogelijk te denken aan de mogelijke consequenties van haar werk. ‘Wat heb je eraan om bang te zijn als er nog niets is gebeurd. Je kunt niet constant in angst leven. Zolang ik nog niet in elkaar geslagen ben, ga ik gewoon door’, zegt ze verbeten.

Het is per voorstelling verschillend hoe het Kremlin reageert. Een zeer kritisch stuk over de zaak-Magnitsky, de procureur die stierf in een politiecel, konden ze zonder problemen opvoeren en ging zelfs de wereld over, van Londen tot New York. Terwijl een vrij onschuldige voorstelling over de protesten in Kiev alle alarmbellen in het Kremlin deed afgaan. ‘De voorstelling over de protesten op Maidan vertoonden we gelijktijdig met het proces tegen oppositieleider Alexei Navalny in 2014’, zegt Patlay. ‘Op het Rode Plein in Moskou waren protestdemonstraties tegen dit proces en dat maakte onze theateruitvoering extreem verdacht. De autoriteiten zagen een verband tussen de show en de demonstraties.’

De problemen begonnen pas echt in 2015 met de première van het stuk Bolotnoje delo over de protesten in Moskou in 2012 op het Bolotnaja-plein, precies drie jaar na de werkelijke demonstraties. ‘Blijkbaar verwachtte het Kremlin dat er ophef zou ontstaan’, zegt Patlay. Weken voor de première kregen ze regelmatig het advies te stoppen. Dobri sovjet, noemt ze dit, oftewel een ‘welgemeend advies’ – een nogal cynische term uit de sovjettijd. Het komt in de vorm van telefoontjes of bezoekjes, soms direct van de fsb of iemand uit het Kremlin, soms via een kennis die als doorgeefluik fungeert. Het is nooit een direct dreigement of een verbod, maar meestal een ‘advies’ om een andere koers te varen.

Teatr.doc trok zich niets aan van de verkapte dreigementen. Op de avond van de première was de spanning rondom het theater te snijden. Er werd gepatrouilleerd met honden en arrestatiebusjes reden af en aan. Overal was politie. Het theater was afgeladen vol. Er waren die avond geen protesten in Moskou en de voorstelling verliep zonder noemenswaardige problemen. Een week later werd de huur opgezegd van hun pand en stond het theatergezelschap op straat.

Nu is het anderhalf jaar later en heeft het gezelschap een nieuwe locatie gevonden. Afgezien van wat pesterijtjes met vergunningen en af en toe een telefoontje wordt het gezelschap redelijk met rust gelaten. ‘Het gaat ze niet zozeer om de inhoud van onze stukken, maar vooral om een eventuele reactie in de vorm van protesten of sociale onrust’, denkt Anastasia Patlay. ‘Het is totaal onlogisch en hysterisch. De ene dag stormt de fsb bij ons binnen met dreigementen dat we moeten stoppen. Een paar weken later kijkt niemand meer naar ons om. Dit is exemplarisch voor de huidige situatie.’

Ze ziet ook voordelen: ‘In het huidige repressieve klimaat wordt het politiek getinte theater steeds populairder. Er is nu veel meer noodzaak dan tien jaar geleden en dat merk je aan de artistieke productiviteit. Je kunt het vergelijken met de jaren zeventig in de Sovjet-Unie, de hoogtijdagen van de dissidentenbeweging, waarin er veel hoogwaardige literatuur werd voortgebracht.’ Al nuanceert ze die vergelijking ook: ‘Toen werden kunstenaars om het minste kritische geluid naar de gevangenis gestuurd. Nu is het een soort kartonnen terreur, daarmee bedoel ik dat de staat probeert de angst te voeden zonder echt op te treden. De mensen houden zich dan vanzelf gedeisd. Het gevoel van angst is irrationeel, in werkelijkheid heb je nog aardig wat vrijheid. Ons theater is natuurlijk klein, in het staatstheater zijn kritische stukken als de onze ondenkbaar.’

Na ons gesprek zeg ik dat ik het dapper vind dat ze zo onverstoorbaar doorgaat. Geschrokken wuift Patlay het weg: ‘Zeg dat niet alsjeblieft. Ik wil niet moedig zijn, ik wil gewoon mijn werk doen. Nu je dit zegt voel ik me opeens echt bang.’

‘Er is nu veel meer noodzaak dan tien jaar geleden en dat merk je aan de artistieke productiviteit’

Een paar maanden later bereikt de situatie in de Russische kunstwereld een nieuw dieptepunt. Op 22 augustus 2017 wordt Kirill Serebrennikov gearresteerd, theaterregisseur en directeur van het Gogol-centrum, een populair Moskous theater. Serebrennikov staat bekend om zijn controversiële producties, wat hem al lange tijd op veel kritiek kwam te staan vanuit de staatsmedia. Het cruciale verschil met Teatr.doc is dat het Gogol-centrum wel afhankelijk is van overheidsgeld en ook een veel groter publiek dient. Juist het grotere publiek en de afhankelijkheid van staatsgeld maken hen kwetsbaar. De officiële aanklacht tegen Serebrennikov is fraude. Hij zou ongeveer een miljoen euro (68 miljoen roebel) aan overheidsgeld hebben verduisterd dat was bedoeld voor een theaterproject. Momenteel heeft hij huisarrest, als hij schuldig wordt bevonden kan hij tien jaar gevangenisstraf krijgen. De aanklacht van fraude is in Rusland een beproefde methode om tegenstanders monddood te maken.

Rachel Denber van Human Rights Watch beaamt dat in Rusland de omvang van je publiek bepalend is voor het risico dat je loopt als kunstenaar of criticus. Toch gaat dit niet altijd op. Ook zonder groot publiek kun je slachtoffer worden van de op willekeur gestoelde repressieve maatregelen. Dit gebeurt volgens Denber met name in de provincies: ‘Hier worden soms volkomen onbekende mensen opgepakt omdat ze bijvoorbeeld iets kritisch over de Krim of Oekraïne op Facebook hebben gedeeld of geliked, terwijl Facebook vol staat met kritische berichten.’ In buitengebieden valt iemand die kritisch is meteen op, in Moskou ben je dan een van de velen.

‘Vaak zie je’, zegt Denber, ‘dat de lokale autoriteiten al langer iets tegen deze persoon hebben. Ook kunnen lokale politici of politieagenten zichzelf op deze manier profileren. Er is een klimaat gecreëerd waarin het idee bestaat dat het goed is voor je carrière om kritische geluiden de kop in te drukken. Er hoeft dus helemaal geen direct bevel te zijn van het Kremlin. In de lokale politiek wordt veel op eigen initiatief gehandeld. Alleen al de mogelijkheid om gearresteerd te worden is voor veel mensen genoeg om geen kritische berichten meer te delen. Zo kun je met een paar arrestaties een hele groep mensen de mond snoeren.’

Denber beschrijft de huidige tijd als hysterisch: ‘Het begon toen Poetin in 2012 terugkwam aan de macht. In 2014, met de oorlog in Oekraïne, is het in een stroomverstelling geraakt.’ Human Rights Watch houdt een lijst bij van alle nieuwe wetten en regels die worden uitgevaardigd. De lijst wordt steeds langer. Je kunt het, aldus Denber, vergelijken met een kooi die langzaam om de mensen heen wordt gebouwd. Zo bestaat er sinds kort een wet tegen antisociaal gedrag, waarbij het gaat om het ‘schenden van de algemeen aanvaarde moraal en gedragsnormen’. ‘De wet is zo vaag omschreven dat alles onder antisociaal gedrag kan vallen.’

De media spelen een cruciale rol in het voeden van de hysterie. Denber geeft een recent voorbeeld: ‘In september 2016 was er in het Sacharov Instituut een tentoonstelling met foto’s van de oorlog in Oekraïne. De foto’s lieten zien hoe zinloos en gruwelijk deze oorlog is, een boodschap die instrijkt tegen de haren van het Kremlin. Na de opening bekladde een onbekende man met een spuitbus de foto’s. Het Sacharov Instituut besloot ze vervolgens niet terug te hangen en plaatste een tekst waarin het extremisme veroordeelde. Later die dag kwam dezelfde man terug, deze keer met een groep mannen in camouflagekleding en een pot met “bloed van kinderen uit de Donbas”. Ze schreeuwden: “Red Rusland!” Er was een cameraploeg van de nationale televisie aanwezig, alles werd gefilmd en uitgezonden.’ Het feit dat de man binnenkwam met een cameraploeg van de staatstelevisie doet vermoeden dat deze actie niet het werk was van een eenling. ‘De volgende keer zal een galeriehouder wel twee keer nadenken om foto’s van Oekraïne te exposeren, ook al is het niet officieel verboden. Dit is veel effectiever.’

Medium hester den boer7
De voorstelling Uit de kast van het gezelschap Teatr.doc

Andrei Filimonov is schrijver, journalist en filosoof. We maken een wandeling door het regenachtige Moskou. Voor een modieuze kledingzaak staat een nieuw standbeeld van een mijnwerker in sovjetstijl. ‘Russisch postmodernisme’, merkt Filimonov op met een nogal cynisch lachje. We kruisen het park waar na de val van de Sovjet-Unie standbeelden van de in diskrediet geraakte sovjetleiders werden verzameld: Brezjnev, Lenin, Chroesjtsjov en natuurlijk Stalin. De laatste jaren is deze plek populairder dan ooit. Het is er volledig opgeknapt.

Als ik Filimonov spreek is er net een nieuw wetsvoorstel aangekondigd: het beboeten en extra belasten van werklozen of mensen zonder vast arbeidscontract. Het doet denken aan de Sovjet-Unie, toen mensen zonder werk van parasitisme konden worden beschuldigd. Net als elders werken ook in Rusland mensen met een creatief beroep vaak als freelancer. De maatregel geeft een extra mogelijkheid om deze potentieel kritische groep aan te pakken. ‘Ja, het gaat over mij’, zegt Filimonov. ‘Dit soort wetten zijn in Rusland altijd selectief. Ze kunnen voor iedereen gelden, maar gelden slechts voor enkelen. Ik ben veel te oninteressant om op te vallen. Ik maak me dus nog geen zorgen.’

Toch merkt ook Filimonov in zijn werk dat er iets is veranderd. Een tijdje geleden kreeg hij van zijn uitgever het bericht dat bepaalde passages in zijn nieuwe roman ‘zorgen baarden’. Hierbij doelde de uitgever niet op politieke passages, want over politiek schrijft hij niet, maar op zogenaamd ‘obsceen taalgebruik’. ‘Ik bezig in mijn teksten soms grof taalgebruik. Niks bijzonders. Het is gewoon mijn stijl. Ik heb daar bij eerdere publicaties nooit problemen mee gehad. Maar opeens is dit een issue. De uitgever had twijfels en vroeg of ik de grove passages wilde vervangen door minder controversieel taalgebruik. Ik heb dit natuurlijk geweigerd. Maar nu ligt mijn manuscript al maanden bij de uitgever, zonder dat er iets mee gebeurt.’ Het is volgens Filimonov niet verboden om grove taal te gebruiken. Maar het zou kunnen dat de uitgever in de geest van de huidige politiek besluit het boek voor de zekerheid toch niet uit te geven.

Andrei Filimonov is nu best tevreden met zijn positie als niet al te bekend schrijver. Het is een constante afweging, want het is kunstenaars eigen om hun werk te willen delen. Maak je werk voor de marge, voor de underground, dan kun je eigenlijk alles zeggen en schrijven. Wil je meer mensen bereiken, dan moet je je aanpassen. Als je onbekend bent bestaat er vooral een virtueel gevaar. ‘Er hangt een constante dreiging in de lucht, maar deze dreiging wordt tot nu toe nog maar sporadisch omgezet in een echte actie of straf. En als er iets gebeurt lijkt het willekeurig, zonder logica. Het is een soort labyrint. Je weet nooit wat je tegenkomt als je de hoek omgaat. Loopt het dood of is het een doorgang naar iets nieuws? Sommige mensen weten hoe ze door dit labyrint moeten bewegen, anderen raken er meteen in verstrikt.’

Een door het Kremlin ongewenste onafhankelijke organisatie is Memorial. Ze is eind jaren tachtig opgericht om onderzoek te doen naar de Stalin-terreur, maar houdt zich nu ook bezig met hedendaagse mensenrechtenschendingen. Ik spreek historicus Nikita Petrov in het gebouw van Memorial in Moskou, een mooi en groot pand, met naast de uitgebreide archieven een foto-expositie, een lezingenzaal en een klein museum. Petrov heeft halflang grijs haar en ziet er jeugdig uit in zijn spijkerjas en spijkerbroek.

‘In de Sovjet-Unie werd contact met het buitenland als een misdaad gezien. Nu wordt dit sentiment teruggehaald’

Een paar dagen voor onze ontmoeting is Memorial Internationaal, een van de vele onafhankelijke deelorganisaties van Memorial, door het Kremlin opgezadeld met het stempel buitenlands agent. Petrov haalt er zijn schouders over op. ‘We kunnen blijven doen wat we altijd hebben gedaan. We worden alleen wat nauwlettender in de gaten gehouden en we moeten onze boekhouding regelmatig laten controleren op inkomsten uit het buitenland.’ Het vervelendste is hoe de publieke opinie wordt beïnvloed door dit stempel. ‘We moeten nu bij al onze publicaties en media-uitingen vermelden dat wij buitenlandse agenten zijn. Dit heeft grote invloed op hoe de gewone Rus onze organisatie ziet. In de Sovjet-Unie werd contact met het buitenland gezien als een misdaad. Nu wordt dit sentiment weer teruggehaald. Het is een van de machtigste instrumenten die de staat nu in handen heeft.’

Dit gaat niet alleen op voor Memorial, maar geldt voor alle onafhankelijke organisaties en burgerlijke initiatieven, ook in de kunst- en cultuursector. ‘Het Kremlin wil onafhankelijke organisaties controleren en acht het nodig om er enkele aan te wijzen die tegen de Russische staat zijn’, zegt Petrov. ‘Het Kremlin bepaalt wat nuttig is voor de samenleving en wat als onnodig en ongewenst kan worden beschouwd. Wie is er voor en wie is er tegen het Kremlin. Dit wordt steeds meer benadrukt.’

De reden van de repressie van de laatste jaren is volgens Petrov dat Poetin zijn machtspositie wil behouden: ‘Via de democratische weg lukt dat niet, daarvoor heeft hij te weinig populaire steun. Er wordt een sentiment gecreëerd waarin het volk deze schendingen accepteert. Het is immers nodig om Rusland te beschermen tegen spionnen en extremisten. Uiteindelijk moeten mensen ervan overtuigd raken dat het onnodig is om elke vier jaar een nieuwe president te kiezen. Zo wordt er steeds verder afgeweken van het democratische systeem.’

De groeiende populariteit van Stalin, die door het Kremlin wordt toegejuicht, heeft hier volgens Petrov mee te maken: ‘Het Kremlin gebruikt Stalin als instrument. Iedereen weet dat het onder Stalin erg wreed was. Niemand verlangt ernaar terug, maar zijn herinnering wordt ingezet om het volk te laten begrijpen dat in Rusland de regering op de eerste plaats staat, dat er een verticale machtsstructuur is. Aan de ene kant staat Stalin symbool voor een sterke regering, aan de andere wordt hij gebruikt als rechtvaardiging voor het schenden van de burgerrechten door het Kremlin.’

Het Kremlin wil volgens Petrov ook voorkomen dat mensen Rusland gaan vergelijken met meer welvarende landen: ‘In de Sovjet-Unie deden ze dit door de grenzen te sluiten. Nu kun je nog gewoon naar het buitenland. Daarom wordt angst gecreëerd rondom alles wat met het buitenland te maken heeft, zodat de mensen er zelf voor kiezen dat ze er niks mee te maken willen hebben. In het buitenland zouden ze zich kunnen afvragen waarom in Rusland niet dezelfde welvaart en vrijheid is als in bijvoorbeeld Nederland. Tegelijkertijd is er op tv een constante stroom van programma’s die benadrukken hoe groot de chaos is in het Westen. West-Europa gaat ten onder aan zwakke regeringen die niet daadkrachtig kunnen optreden tegen bijvoorbeeld de vluchtelingenstroom en de verderfelijke seksuele moraal. In Rusland, is de boodschap, is het met een sterke staat veel beter geregeld.’

Daniël Trabun zou je kunnen beschrijven als een Russische hipster. Hij is eind twintig, zijn haar is geblondeerd en hij draagt een zwarte sweater met opzichtige witte print. Hij is aan het werk op zijn MacBook, zijn iPhone paraat. Ik ontmoet hem in kunstenaarscafé Dada. Aan de muren hangen schilderijen van Moskouse kunstenaars. Trabun schrijft voor verschillende magazines over het culturele leven en de jongerencultuur. ‘Vanaf ongeveer 2000 tot 2011 was iedereen bezig met comfortabel leven, luxe goederen waren opeens voor iedereen toegankelijk en er was weinig politiek bewustzijn’, zegt hij. ‘Nu zijn het verwarrende tijden. Voor de kunst is dat iets goeds. Na Pussy Riot en de grootschalige protesten op het Bolotnaja-plein in 2011 en 2012 is plots iedereen geïnteresseerd in politiek.’

Volgens Trabun kijkt zijn generatie met nostalgie naar de jaren negentig. Voor veel Russen waren de jaren negentig traumatisch, er was chaos, inflatie, massawerkloosheid en een maffiaoorlog die op straat werd uitgevochten. ‘Voor mijn ouders was het een moeilijke tijd’, zegt hij. ‘Zij hadden geen werk en bijna geen geld. Maar voor de jeugd was het juist heel spannend. Alles kon, alles was nieuw. Er was totale chaos en tegelijk een grote levensenergie. Dit zag je terug op de televisie. Zo was er een travestiet met een talkshow die zijn gasten in bed ontving, er was een show met een meisjesband waarvan de twee vrouwelijke bandleden openlijk zoenden. Ook buiten de televisie was een groot gevoel van vrijheid. Op metrostations werden grote illegale raves georganiseerd en presentatoren op de lokale radio gebruikten drugs tijdens de uitzending. Het contrast met de huidige periode kan bijna niet groter.’

Nu voelt Trabun woede over de inperking van zijn vrijheden: ‘Ik ben boos dat de staat mij dit aandoet. Ik ben boos dat ze in mijn persoonlijke leven interveniëren. Mijn hele generatie is boos. Het vervelende is dat woede niet productief is. Daarom probeer ik zoveel mogelijk in het nu te leven.’

Toch is Poetin ook populair onder veel jongeren, zegt Trabun. ‘Ik heb voor het voormalige culturele magazine Afisha een keer een nummer gemaakt over patriottische symbolen in de jeugdcultuur. Als teaser voor het magazine maakten we een video waarin jonge mensen te zien zijn die een T-shirt dragen met de afbeelding van Poetin. Een meisje kust sensueel een buste van Poetins hoofd. De video was erg over de top’, herinnert hij zich. ‘Het was bedoeld als ironie. Toch kregen we erg veel positieve reacties. Zij zagen de ironie niet en vonden de video geweldig.’

Ook de sovjetsymbolen komen onder de jeugd weer terug. ‘In de jaren negentig en begin 2000 keken we allemaal naar wat er in het Westen gebeurde en probeerden we dat te kopiëren in de kunst en de muziek. Nu zijn we steeds meer op zoek naar een eigen identiteit en de sovjetsymboliek leent zich daarvoor. Maar het gaat alleen om de vorm, niet om de inhoud. Niemand wil terug naar de tijd van de Sovjet-Unie en niemand wil een nieuwe Stalin. De jongeren zijn veel te veel gewend aan hun vrijheden. Het is een rare mix van commercieel kapitalisme en nostalgie naar de Sovjet-Unie.’

Als ik vraag of hij ook bang is, antwoordt hij dat het grootste gevaar volgens hem zelfcensuur is. ‘Natuurlijk is de censuur vanuit de staat gevaarlijk, maar zelfcensuur is nog veel gevaarlijker.’ Hij heeft zelf ook voor de keus gestaan. Voor Afisha maakten ze wel eens een cover die als ‘gevaarlijk’ zou kunnen worden bestempeld, zoals na de aanslag op Charlie Hebdo. ‘We besloten toen een nummer te maken over moslims in Moskou waarin we moslims als gewone mensen portretteerden in plaats van als terroristen. Wie zijn het? Wat doen ze? Waar wonen ze? De cover was wit, met een afbeelding van een moslima met een witte hoofddoek die dus eigenlijk in de achtergrond verdween. Erg mooi, ik was er heel trots op. De dag daarna kregen we een telefoontje. Het was geen officiële waarschuwing, meer een hint. Ze lieten weten dat we in de gaten werden gehouden, maar dat we nog van richting konden veranderen. We schrokken natuurlijk, maar ons motto was dat we doorgaan totdat er echt iets fout gaat.’

Terug in Nederland krijg ik een berichtje van Andrei Filimonov. Hij is blij, zijn boek is toch uitgegeven, zonder aanpassingen. In een plastic verpakking, dat wel. Zo lopen onschuldige kindertjes die in de boekhandel in zijn boek willen bladeren geen risico zomaar geconfronteerd te worden met obsceen taalgebruik. Hij moet er een beetje om lachen. Maar ja, met of zonder folie, zijn boek ligt toch gewoon in de winkel.


Deze publicatie is financieel mede mogelijk gemaakt door het Postcode Loterij Fonds van Free PressUnlimited