Wat levert «een brede dialoog» tussen India en Pakistan op?

Kashmir op de agenda

Deze maand besloten de Indiase premier Vajpayee en de Pakistaanse president Musharraf «een brede dialoog» te beginnen over de onderlinge problemen. Zelfs het conflict over de deelstaat Kashmir staat op de agenda. Wat zal deze toenadering opleveren? Eén miljard Zuid-Aziaten hebben daar hun eigen visie op.

NEW DELHI — Kashmir, waar ligt dat ook alweer? Ten oosten van Islamabad, de hoofdstad van Pakistan, en ten noorden van Dharamsala, het hoofdkwartier van de dalai lama in India. Een gebied groter dan België, met rivieren, bossen, bergen en sneeuw. Bekend van de zachte wollen sjaals, gemaakt van de beste wol ter wereld.

En politiek? De kaartenmakers van CNN hebben het dilemma subtiel opgelost door het Himalayagebergte wit in te kleuren. Zowel Kashmir als Tibet ligt ergens in het witbeige vlak en de kijker moet zelf uitzoeken waar. Pakistaanse landkaarten missen een stukje grens: in het noordoosten vervaagt het Pakistaanse grondgebied in een «betwiste zone».

India maakt het zichzelf niet moeilijk. In het centrum van Delhi staan op elke straathoek jongens die toeristen lastigvallen met grote wereldkaarten en kaarten van India. Volgens de United Map Company uit Delhi loopt het Indiase grondgebied tot aan het punt waar Afghanistan, China en Tadzjikistan elkaar raken. Heel Kashmir, en zelfs Baltistan ten noorden van Kashmir zelf, is van India. Ook op de kaartjes in de kranten en op de tv eindigt India aan de Afghaanse grens.

De Indiërs weten zelf ook dat deze voorstelling van zaken niet klopt. In de 56 jaar dat er om Kashmir wordt gestreden, is een situatie ontstaan met een eigen vocabulaire. Of liever gezegd, twee vocabulaires, twee geschiedschrijvingen, en twee Kashmirs.

Kashmir bestaat uit vijf gebieden. De bewoners van het uiterste noorden, Gilgit en Baltistan, hebben nooit deel uitgemaakt van de Republiek India. Zij kozen er zelf voor tot Pakistan toe te treden. De ruzie gaat ook niet over het boeddhistische Ladakh. Pakistan en India vechten om de Kashmir Vallei zelf en om Jammu, het gebied ten zuiden van hoofdstad Srinagar. Dwars door de vallei loopt de lijn waar Indiase en Pakistaanse soldaten elkaar in 1948 troffen en sindsdien begluren en regelmatig beschieten: de line of control, het hoogste front ter wereld en ook de eerste plek waar de VN in 1948 een waarnemersmissie naartoe zonden, die nog steeds functioneert.

Beide partijen zijn het erover eens dat de wortels van het conflict liggen in de Opdeling, de traumatische splitsing van koloniaal Brits-Indië. In de negentiende eeuw was het in meerderheid islamitische Kashmir door de Britten verkocht aan een hindoeprins. Tijdens de opdeling in 1947 mocht de prins besluiten wat er met Kashmir zou gebeuren. De maharadja treuzelde net zo lang tot een groep Pakistaanse vrijwilligers de Kashmiri’s kwam bevrijden. India reageerde met troepen en vanaf dat moment was Kashmir verdeeld. De VN namen in 1948 een resolutie aan waarin de bevolking een referendum over hun toekomst in het vooruitzicht werd gesteld, maar India legde dat besluit naast zich neer. En doet dat tot op heden.

India wijst er graag op dat «de vrijwilligers» Pathanen waren, die rovend en moordend door het land trokken, in overeenstemming met het koloniale cliché van de ongeciviliseerde Pathaan. Pakistan reageert dan met de volkenrechtelijke legitimiteit van de VN-resolutie. India countert met de steun die de jehadi’s in Kashmir ontvangen van hun broeders aan de andere kant van de grens, en de Pakistaanse onwil om hier iets aan te doen. En de Hurriyat, de grootste politieke beweging in Srinagar waarin meer dan twintig partijen verenigd zijn, stelt dat vele Kashmiri’s meer willen dan zelfbeschikkingsrecht: zij willen liefst een eigen staat.

Af en toe werd er onderhandeld, zoals in Agra in 2001. President Musharraf en premier Vajpayee kwamen echter niet verder, omdat beiden niet in staat waren de aloude posities op te geven. Voor zover er al sprake was van onderhandelingen over het begin van een nieuwe gespreksronde raakten die in het slop na de bomaanslag van 13 december 2001 op het Indiase parlementsgebouw in Delhi. Trein- en vliegverkeer werd wederzijds opgeschort, diplomaten konden vertrekken.

Oktober 2002. Er zijn deelstaatverkiezingen in het Indiase deel van Kashmir. De stembureaus zijn een week open. De Pakistaanse kranten berichten dat de meeste Kashmiri’s de verkiezingen boycotten. Dagelijks zijn er bomaanslagen, doden en gewonden. In dezelfde periode maakt Pakistan zich op voor parlementsverkiezingen. Kashmir is geen onderwerp in de campagne, aangezien alle deelnemende kandidaten min of meer hetzelfde standpunt innemen: de VN moeten bemiddelen bij het vinden van een rechtvaardige oplossing, waarin de Kashmiri’s in een referendum mogen beslissen over hun toekomst.

Na een week van soebatten en doordrammen komt de toestemming om Azad ofwel Vrij Kashmir te bezoeken, maar wel in gezelschap van een medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Azad Kashmir ligt op drie uur rijden van Islamabad. Vanuit de hoofdstad slingert de weg zich door de uit lopers van de Himalaya, steeds hoger door groene naaldwouden en langs rotspartijen.

Buiten Muzaffarabad, de hoofdstad van Azad Kashmir, ligt Ambar, een van de vele vluchtelingenkampen die de Pakistaanse regering heeft geopend. Het is een verzameling huisjes en hutjes op een berghelling, gebouwd van betonblokken en golfplaten. Een jonge man, Mounir Ehmad, staat al te wachten; hij is het hoofd van de school hier. Er komen vaker journalisten op bezoek, dus enige routine is hem niet vreemd. In Ambar wonen 213 families. De meeste komen uit Kapwara aan de andere kant, en wonen hier nu al tien tot vijftien jaar. Iedereen ontvangt 750 Pakistaanse roepies per persoon per maand (vijftien euro), en daarnaast gratis elektriciteit en onderwijs.

Mounir Ehmad stelt me voor aan enkele bewoners, vroegoude mannen. Shabir Gailani uit Daimir vertelt dat de muezzin aan de andere kant geen gebedsoproep mocht laten horen: «Twee volwassen moslims mochten niet naast elkaar over straat lopen.» Sayed Kassan uit Baramullah is tien jaar geleden met zijn gezin naar Pakistan komen lopen: «Het Indiase leger martelde ons, omdat de soldaten dachten dat ik een mujahed was. Maar ik was boer.» Hij verbouwde maïs. Mohammed Jasin hobbelt achter ons aan. Hij mist zijn linkervoet. Indiase militairen hakten zijn voet af, omdat ze hem verdachten van jihad-activiteiten. Hij en andere mannen halen hun schouders op over de verkiezingen in Indiaas Kashmir: «Dat heeft allemaal geen enkele zin. Zelfbeschikking krijgen we toch niet.»

In de school hangen koranspreuken aan de muren, en foto’s van Mohammad Jinnah, de stichter van Pakistan, en de dichter Mohammad Iqbal. Onderwijzer Mounir was tien toen hij met zijn ouders hier aankwam. «Wij woonden vlak bij de line of control. Op een dag werd een van mijn neven opgepakt. Je bent een Pakistaan, zeiden ze tegen hem, en je ouders zijn militanten.» Zijn familie dacht dat het verblijf aan de Pakistaanse kant een paar maanden zou duren. Vijftien jaar later klinkt hij bitter: «Robin Cook is hier geweest, in 1996 of 1997, nog vóór de Britse parlementsverkiezingen. Hij was toen op reis, om een goede indruk te maken op zijn Indiase en Pakistaanse kiezers. Hij beloofde de kwestie aan de orde te stellen in de Veiligheidsraad, zodra Labour de verkiezingen zou winnen. We wachten nog steeds. Maar we hebben geen olie, dus niemand is in ons geïnteresseerd. De VN hebben alles ingezet om Oost-Timor te helpen, maar voor ons bestaat geen enkele belangstelling. Waarschijnlijk omdat wij geen christenen zijn zoals de Timorezen.»

De komst van een groepje jonge mannen is voor onze vriend van het ministerie het sein om snel te vertrekken. Het zijn jihadi’s, zegt hij, geen goed gezelschap. Er is geen gelegenheid om met vrouwen of meisjes te praten. De jonge onderwijzer heeft een boodschap: «Wij vragen uw lezers te bidden voor onze vrijheid. Laten zij hun regeringen onder druk zetten om hun steun te onttrekken aan die landen die onze vrijheidsstrijd niet steunen.»

De ervaring is surreëel: het gebabbel in de auto van onze ongenode ministeriële gast in combinatie met het adembenemend mooie landschap en het gesprek met de vluchtelingen. Er is geen reden om aan hun verhalen te twijfelen, maar deze mannen worden elke keer als een buitenlandse journalist Azad Kashmir bezoekt van stal gehaald. Mijn vertaler herkende ze van de vorige keer.

Eerste kerstdag 2003, een vrije dag in multicultureel India. Vandaag viert premier Vajpayee zijn 79ste verjaardag met partijgenoten van zijn BJP. Ze fêteren hem onder andere met een metershoge Indiase rijstpudding. In het noorden wordt het niet warmer dan veertien graden, wat voor de meeste Indiërs aanvoelt alsof er een nieuwe ijstijd is aangebroken. Bij de Qutb Minar in het zuiden van New Delhi lopen honderden bezoekers rond, vrijwel allemaal dik ingepakte Indiërs. Zij fotograferen elkaar voor de 73 meter hoge minaret en de naastgelegen ruïnes van de oudste moskee van India. Het dertiende-eeuwse complex werd gebouwd op de fundamenten van hindoeïstische en jain-tempels. Elders in India staat bij zulke plekken gewapende politie aan de poort, om ervoor te zorgen dat fundamentalistische hindoes de boel niet slopen, maar dat hoeft hier niet. De bezoekers zijn trots op wat in hun gidsen vermeld staat als een vroeg voorbeeld van de succesvolle synergie van Afghaans-islamitische en Indiase bouwstijlen.

Die middag vindt in Islamabad een moordaanslag plaats op president Pervez Musharraf. Op weg naar de kazerne in Rawalpindi waar deze generaal als opperbevelhebber van de Pakistaanse strijdkrachten kantoor houdt, proberen tot tweemaal toe aanvallers met bestelbusjes vol explosieven de presidentiële auto te raken. Beide keren raken de zelfmoordenaars andere voertuigen in het konvooi. Vijftien personen komen om, maar Musharraf blijft ongedeerd.

Twaalf dagen later heeft zowel president Musharraf als de Indiase premier Atal Bihari Vajpayee in Islamabad de jaarlijkse bijeenkomst toegesproken van Saarc, de Zuid-Aziatische organisatie voor regionale samenwerking. Dat Vajpayee zelf naar Islamabad komt, is een verrassing. Dat hij voor het eerst in twee jaar bereid is Musharraf te ontmoeten, is groot nieuws. Een uur voordat de ontmoeting plaatsvindt, spreken de Indiase media nog over «een beleefdheidsbezoekje». Dan gebeurt op dinsdagmiddag 6 januari 2004 het onbestaanbare: de premier van India en de president van Pakistan geven een gezamenlijke verklaring uit, waarin zij een rechtstreekse dialoog tussen beide landen aankondigen waarin alle conflictstof op de agenda komt. Alles, dus ook Kashmir. De gesprekken beginnen volgende maand.

De uitkomst? Ruim een miljard Zuid- Aziaten hebben hier ieder hun eigen visie op. Premier L.P. Advani van India begint deze week aan een gespreksronde in Srinagar met de Hurryat. Het Indiase test-cricketteam vertrekt — Inshallah — in februari naar Pakistan. En binnenkort gaat er misschien zelfs een bus rijden tussen Srinagar en Muzaffarabad.