Penose en hun katvangers

Kat in bakkie

Om verkeersboetes te ontlopen, gebruiken criminelen graag armlastige katvangers zonder vast adres. Maar het kan nog gekker. Kafka had toch gelijk.

Johan zat acht maanden in het huis van bewaring. Niet als gevangene of verdachte, maar als gegijzelde. In ruil voor geld had deze aan lager wal geraakte dakloze jarenlang honderden kentekens op zijn naam laten zetten. Met deze veelal onverzekerde auto’s werden ramkraken gepleegd, drugs afgeleverd en ongelukken veroorzaakt. De frauduleuze wegpiraten bleven onbekend. De ontvanger van de boetes was in geen velden of wegen te bekennen. Een jaar geleden werd Johan gearresteerd op verdenking van cocaïnehandel. De zaak werd snel geseponeerd. Maar hij kwam niet vrij. Justitie was er namelijk achter gekomen dat de kantonrechter Johan bij verstek tot het najaar van 2003 had laten gijzelen. Maximaal een week per verkeersovertreding.

Voor justitie is gijzeling het uiterste dwangmiddel om mensen tot betalen te bewegen. Dat staat in de Wet Mulder, die voor meer efficiëntie moest zorgen bij het afhandelen van verkeersovertredingen. Tot 1990 werd zo ongeveer iedere gepakte verkeersovertreder persoonlijk door de politierechter beboet. Door niets te doen, kon iedere verdachte het betalen van de boete tot sint-juttemis rekken. Omdat elke zaak moest voorkomen, betekende dit bergen werk. Sinds de Wet Mulder worden die zaken nu gewoon administratief afgehandeld. Gewoon? De wetgever had geen rekening gehouden met de honderden katvangers met in totaal vele duizenden auto’s op hun naam. Hun aantal is de laatste jaren gedaald nadat er een zwarte lijst van de bij justitie bekende katvangers was opgesteld. Voor Johan kwam die maatregel echter te laat. Het had hem al die tijd amper moeite gekost om bij een en hetzelfde postkantoor de kentekens op zijn naam te laten zetten. Pas in de bibliotheek van het huis van bewaring in Leeuwarden maakte Johan kennis met de Wet Mulder.

Voor sommige katvangers is zo’n gijzeling — gratis onderdak — zo gek nog niet. Maar Johan liep tegen de celmuren op. Hij had één gelukje: omdat hij voor een echt misdrijf was opgepakt, had hij een advocaat toegewezen gekregen. Dat was de Haarlemse advocate Esther Vroegh. Na enkele smeekbeden van Johan besloot ze ook zijn gijzelingszaak te behartigen. Ze benaderde het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) in Leeuwarden voor een betalingsregeling. Daar wilden ze de garantie hebben dat Johan maandelijks tweehonderd tot 250 euro zou afbetalen. Dus werd de sociale dienst benaderd. Maar voor het aanvragen van een uitkering moest Johan ingeschreven staan bij de gemeente. Vroeger kon dat via een machtiging. Omdat dat intussen te fraudegevoelig bleek, moest Johan zelf komen. Ware het niet dat hij vast zat. Inmiddels was hij naar de Haarlemse Koepelgevangenis overgeplaatst. Omdat Johan geen gewone verdachte of afgestrafte was, kon hij daar niets: geen wasknijpers maken voor geld, geen resocialisatie, geen verlofdagen, geen uitzicht op een halfopen regime. Het was uiteindelijk de gevangenispredikant die zich over hem ontfermde.

Vroegh verzocht justitie haar cliënt in elk geval voor een dag vrij te laten zodat hij zich kon inschrijven bij de gemeente. Tevergeefs. Wel beloofde de aanklager Johans situatie te herzien als hij schoon schip zou maken. Daarom benaderde Vroegh de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Daar bleek inderdaad nog een hele file op de naam van haar cliënt te staan. Om die kentekens van zijn naam af te krijgen, moest de politie een proces-verbaal opmaken, waarbij de aangever iemand moet machtigen als hij zelf niet kan komen. In zaken als deze loopt de strijd hier meestal stuk op dienders die wel betere dingen te doen hebben. Wederom had Johan twee gelukjes: zijn vriendin kon de aangifte doen en een brigadier van het korps Kennemerland die hem beroepsmatig kende, wilde een proces-verbaal opmaken. Een ander gelukje was dat het advocatenkantoor van Vroegh gespecialiseerd is in transportzaken en daardoor goede contacten heeft bij deze rijksdienst.

De ontdekking van al die nieuwe openstaande boetes had ironisch genoeg een positief gevolg, want nu moest er opnieuw een kantonrechter naar de zaak kijken. Johan wilde aanwezig zijn. Maar het transport van de Koepel naar het gerechtsgebouw enkele straten verderop was te duur. De gevangenisdominee ging in Johans plaats. De officier van justitie bekeek zoals beloofd de situatie opnieuw maar stelde gewoon voor de gijzelneming te verlengen. Gezien de berg nieuwe overtredingen zou die hebben kunnen oplopen tot een kleine vijf jaar. De kantonrechter zag de zinloosheid van deze expeditie in. Zo’n gijzeling betekent immers niet dat de boetes komen te vervallen. In het ergste geval zou Johan ergens in 2006 vrijkomen, terwijl er dan nog steeds een rekening van vele duizenden guldens zou openstaan. De kosten van de gijzeling zouden tegen die tijd zijn opgelopen tot 250.000 euro. Kerstmis kon Johan uiteindelijk bij zijn vriendin doorbrengen.

Volgens «katvangerdeskundige» Peter van Russen Groen, advocaat bij Wladimiroff in Den Haag, is Johan nog goed weggekomen. Hij heeft cliënten gehad die jarenlang zijn gegijzeld. In feite is het een bureaucratische instelling als het CJIB dat mensen naar het cachot stuurt, vindt hij. Omdat tegen zo’n uitspraak geen beroep mogelijk is, rest er alleen de mogelijkheid een bodemprocedure tegen de staat aan te spannen. «Maar daarvoor moet je een prijzige advocaat in de arm nemen en dat kunnen de katvangers niet betalen. En als je de zaak verliest, kun je naast griffiekosten ook nog eens de landsadvocaat betalen», aldus Van Russen Groen.

Terugblikkend zegt Esther Vroegh nooit zo’n bizarre zaak te hebben meegemaakt. Rijk is ze er zelf niet van geworden. Sterker, pas na veel vijven en zessen kon ze via de Raad voor de Rechtsbijstand een bescheiden vergoeding krijgen. Aanvankelijk was de Raad namelijk van mening dat deze zaak simpel genoeg was om door Johan zelf te worden behandeld. Vanuit het huis van bewaring.