Kate Millett (14 september 1934 – 6 september 2017)

Met haar boek Sexual Politics riep de radicaalfeministische schrijfster en kunstenaar Kate Millett begin jaren zeventig op tot een seksuele revolutie.

‘Vrolijke Marjan (49) runt zonder stress Shell en gezin.’ Het is een kop uit het AD die veelvuldig wordt gedeeld op #BeperktZicht – een online campagne van WOMEN Inc. om publiek en mediamakers bewust te maken van de impact van stereotypering op vrouwen en ‘ieder die zich niet gerepresenteerd voelt in de media’. De oproep is gericht aan alle Nederlanders, want we hebben allemaal ‘bewuste en onbewuste vooroordelen over vrouwen en mannen. Of ze nou zwart of wit, jong of oud, homo- of biseksueel zijn.’

Deze actie ligt in de lijn van de Amerikaanse feministe Naomi Wolf, die in The Beauty Myth: How Images of Beauty Are Used against Women (1990) pleit voor het aanpakken van rollenpatroon bevestigende beeldvorming in de media en de reclame. Het is eveneens in de geest van haar voorgangster, Kate Millett, die twintig jaar eerder in Sexual Politics de patriarchale structuren en de daarmee samenhangende syntaxis in de literatuur aanklaagde. Hoewel WOMEN Inc. aan beiden schatplichtig is, past de campagne toch vooral in het huidige identiteitsactivisme: vooringenomen beeldvorming door en over ‘iedereen’ aankaarten en vooral niemand uitsluiten. Kate Millett, die op 6 september in Parijs aan een hartaanval overleed, daarentegen koos partij voor vrouwen en lesbiennes en riep op tot een revolutie tegen de gehele kapitalistische maatschappij die vrouwenonderdrukking had veroorzaakt en consolideerde. Anders zouden vrouwen uitsluitend moeders blijven en dochters van hun moeders.

In sommige necrologieën in de Angelsaksische pers (in Nederland kreeg haar overlijden nauwelijks aandacht) wordt Millett ‘de dochter’ van Betty Friedan (Feminine Mystique, 1963) genoemd. Maar ze is in haar denken met name beïnvloed door Simone de Beauvoir (Le deuxième sexe, 1949). En persoonlijk door haar alcoholistische vader die haar sloeg en zijn vrouw en drie dochters verliet. En door haar moeder met wie ze in de clinch lag omdat ze niet de perfecte dochter bleek: brutaal, weerbarstig, lesbisch en lijdend aan een bipolaire stoornis. Met Friedan had ze bovendien een vechtrelatie. Beiden zijn representanten van twee met elkaar botsende stromingen binnen de vrouwenbeweging in Amerika. Terwijl Friedan focuste op de politieke en economische onafhankelijkheid van vrouwen – zij zou waarschijnlijk trots zijn op ‘vrolijke Marjan’ – ging het bij Millett om seksualiteit en macht, het persoonlijke was bij haar politiek. Vrouwenemancipatie begon volgens haar in de private sfeer, bij de positie van meisjes in het gezin en in seksuele relaties. Ze streed voor de legalisatie van abortus, totale seksuele vrijheid – ook binnen het huwelijk –, erkenning van homoseksualiteit en voor de antipsychiatrie.

Vrouwen­emancipatie begon volgens Millett in de private sfeer

Als radicaalfeministische taalwetenschapper en beeldend kunstenaar toonde ze zich streng in de leer. Maatschappelijk was ze zeer succesvol. Ze maakte carrière binnen de academische wereld van de Ivy League, schreef tientallen boeken, produceerde films, discussieerde in talkshows op tv, exposeerde haar kunst in de bekende galeries en richtte in New York een kunstkolonie op voor vrouwelijke kunstenaars. Onderwijl had ze een turbulent lesbisch seksleven binnen haar huwelijk met een Japanse man van wie ze in 1985 officieel scheidde. Ze moet over een tomeloze energie hebben beschikt, want toen haar moeder in de jaren tachtig ziek werd, zorgde ze daar ook nog voor, als trouwe dochter.

Millett is een grootheid binnen de tweede feministische golf. Ze is daarvoor ruimschoots erkend met vele onderscheidingen en werd in 2013 toegevoegd aan de National Hall of Fame. Toch valt altijd weer de naam van Betty Friedan, en niet die van Kate Millett, als er wordt teruggeblikt op de grondleggers van het klassieke feminisme. Misschien omdat ze voor deze tijd te dogmatisch is, en ook wordt ze vaak arrogant en elitair genoemd. Of omdat het boek waarmee ze in 1970 in één klap beroemd werd te theoretisch is en nu niet meer lekker leest. Sexual Politics is gebaseerd op haar proefschrift aan Columbia University waarin ze onderzoek deed naar de politieke aspecten van seksualiteit in de literatuur. Ze bestudeerde daarvoor onder meer het werk van D.H. Lawrence, Henry Miller en Norman Mailer en concludeerde dat deze auteurs seks puur bezien vanuit een patriarchale en seksistische blik, in tegenstelling tot de homoseksuele Franse schrijver Jean Genet. Ook Sigmund Freud kreeg er flink van langs.

Op dat moment was ze al actief in de burgerrechtenbeweging en in feministische actiegroepen op de universiteit. Met haar onderzoek wilde ze vrouwen bewust maken van hun positie binnen het patriarchaat en hun instrumenten aanreiken om ertegen te strijden. ‘It is interesting that many women do not recognize themselves as discriminated against; no better proof could be found of the totality of their conditioning’, stelt ze bijvoorbeeld.

Sexual Politics wordt beschouwd als het eerste handboek van feministische literatuurkritiek. Het belang ervan kreeg meteen erkenning: New York Times Magazine riep het boek uit tot de bijbel van het nieuwe feminisme. Voor haar persoonlijk betekende de publicatie een waterscheiding. Toen ze een lezing gaf op Columbia University vroeg een vrouw uit de zaal haar: ‘Waarom zeg je niet openlijk dat je zelf lesbisch bent?’ Millett aarzelde even en zei toen luid: ‘Ja, ik ben lesbisch.’ De pers schreef haar coming out gretig op. In 1979, nog tijdens haar huwelijk, kreeg ze een vaste relatie met de Canadese journalist Sophie Keir. Ze bleven elkaar trouw tot aan Milletts dood.