Rio na de Spelen

Kater na carnaval

De Olympische Spelen hebben Rio de Janeiro in een peilloos gat gestort. Docenten krijgen al maanden geen salaris. Ook ziekenhuizen, scholen, zelfs de politie krijgen geen geld. ‘Maar ze hebben wel weer de prijs van bustickets verhoogd.’

Medium hh 69330445
Rio de Janeiro, Ilha Pura, luxe vastgoed ontwikkeld voor de Olympische Spelen. © André Vieira / Agentur Focus / HH

Goed, het had niet het majestueuze van Peking. Maar dit was echt een verrassing. Iedereen whatsappte elkaar: ‘Kijk nou die ceremonie in het Maracanã, in de beste traditie van ons carnaval.’ ‘Caramba, zelfs de geschiedenis van de slavernij beelden ze uit.’ De aanloop tot de Olympische Spelen van 2016 stond in het teken van instortende bruggen, onaffe stadions en stinkend zwemwater. Wegen en gebouwen werden op het laatste moment met tape en nietjes in elkaar geplakt. Twee maanden eerder ging Rio de Janeiro ook nog failliet.

En opeens was er de openingsceremonie. Sober maar trots. Het beste dat Brazilië te bieden heeft. Voetballer Pelé en het ideaal van de raciale democratie. Ooit verboden slavendansen en protestsongs uit de favelas, de sloppenwijken. De Olympische ringen groeiden uit tot een betoverend Amazonewoud. Elke atleet leverde een zaadje voor het nieuw te planten ‘bos der medailles’. Was er dan toch nog hoop? We waren het roerend eens met het einde van de speech van de voorzitter van het Braziliaanse Olympisch Comité. Toen de 75-jarige Carlos Arthur Nuzman de federale regering en de deelstaat Rio voor de Spelen bedankte, werd de bejaarde volleyballer onderbroken door een minuten durend fluitconcert. Maar struikelend over het Engelse woord success bedankte hij ook het ioc omdat het ‘altijd geloofd heeft in de seks van Rio’. Hij kreeg een staande ovatie.

Drie maanden later is de befaamde Braziliaanse ‘kater na carnaval’ nog steeds niet opgetrokken. We beseffen dat de Spelen de stad in een peilloos gat hebben gestort. Neem alleen al onze straat. Vijf jaar lag hij open omdat het gele trammetje vanuit onze buurt naar het Christusbeeld zou gaan rijden. ‘Leuk voor de Spelen.’ Uiteindelijk legde het bouwbedrijf dat door de deelstaat was ingehuurd nog geen kwart van de rails aan. De tram naar Christus was een farce. Net als de beloofde riolering.

Mijn eeuwig opgewekte buurman Junior de Almeida komt die avond moe thuis van zijn freelance baan bij een architectenbureau. ‘De stad is één grote Camel Trophy’, zegt hij en klopt het rode stof van zijn donkere armen. ‘Onze straat is nog heilig.’ Op zijn vingers telt hij af: het centrum is een zandbak. Het veel te duur verbouwde Maracanã-stadion is dicht omdat het verzakt. En in het Olympisch dorp dansen de ratten. Een vriend van hem is beroofd en met een steen op zijn kop geslagen. Hij moest met de bus naar het ziekenhuis, omdat 112 al sinds de Spelen niet meer opneemt.

Junior moet zich snel klaarmaken voor de tweede baan van zijn dag: tot één uur ’s nachts telefonist voor de Dienst voor het Wegverkeer van Rio (Detran). Hij geeft zijn vriend Tiago een zoen, en praat op zijn radde hak-op-de-tak-manier over de plagen van Rio. ‘Heb je die uitgeteerde verpleegsters gezien die al maanden geen pensioen krijgen? Zielig gewoon! Je weet dat ze alle gaarkeukens hebben gesloten hè.’ Hij pakt iets uit de half lege koelkast. ‘En seks doen we ook al niet’, moppert hij. ‘Heb je het niet gelezen? De liefdesmotels zijn failliet, omdat niemand meer geld voor een kamer heeft.’ Hij blijft even staan met de deur in zijn hand. ‘Die pakken papiergeld die nu in de baai aanspoelen. Zou dat zoekgeraakt smeergeld zijn?’

Zijn vriend grinnikt en buigt zich weer over zijn studieboeken. Terwijl Junior zich afpeigert in twee banen is Tiago afgezakt naar het nieuwe leger van dertien miljoen werklozen. Tiago wil zijn tijd gebruiken om af te studeren. Maar de docenten van de openbare universiteiten van Rio krijgen al maanden geen salaris. Ook ziekenhuizen, scholen, zelfs de politie krijgen geen geld. ‘Je doet een Parijs-Dakar om in een zwijnenstal te belanden’, zegt Tiago. ‘Maar ze hebben wel weer de prijs van bustickets verhoogd.’

Ik raakte met Junior en Tiago bevriend tijdens de ‘busticket-revolutie’ van 2013. Plotseling ontwaakten de Brazilianen uit hun lethargie. Miljoenen mensen gingen de straat op om te protesteren. Aanleiding was de beslissing van gouverneur Sergio Cabral om de prijs van de buskaartjes te verhogen. Al snel breidde het thema zich uit. Tegen vriendjespolitiek en corruptie. En tegen het aankomende WK voetbal en de Olympische Spelen. Hoogtepunt was het indienen van een ‘volkswet’ tegen de politieke corruptie. ‘Het was de tijd dat we dachten dat smeergeld nog in een onderbroek paste’, zou Junior later zeggen.

Het waren maanden van traangas happen en klappen krijgen. Maar ook van hoop. Protesten vonden plaats voor het paleis van gouverneur Sergio Cabral, die drie helikopters op staatskosten bleek te bezitten.

En er was die bruiloft. De dochter van de grootste private busondernemer van Rio trouwde met de zoon van een machtige grootgrondbezitter uit het arme noordoosten. Twee jaar voorbereiding en één miljoen dollar kostte het feest. De 1500 genodigden vormden de top van de Braziliaanse elite. Hier trouwden twee machtige families in elkaar. De president van het Hooggerechtshof was de compadre – peetvader – van de bussenbruid, de zoon van de grootgrondbezitter had hiervoor de landelijke leider van de pmdb-partij gekozen, de partij van gouverneur Cabral.

Demonstranten stonden voor de deur van het luxueuze Copacabana Palace Hotel, een soort Braziliaans Versailles. Vrouwen, ludiek uitgedost als bruidjes, drukten honende bordjes tegen de ramen van de aanzoevende auto’s: ‘Goh, niet met de bus vandaag?’ De mensen hieven spreekkoren aan en sloegen op potten en pannen. ‘Weg met de compadre-politiek!’ ‘Bustickets omlaag!’ Tegen middernacht kwam de broer van de bruid op het balkon. Champagneglas in de hand. Samen met een paar vrienden. Minachtend wapperden ze met witte servetten naar de mensen onder zich. Plotseling begonnen 20-real-biljetten naar beneden te komen. We kennen dit beeld. Het is een beroemd schilderij van Jean-Baptiste Debret, de Franse schilder die begin negentiende eeuw het leven van het Portugese hof in Rio vastlegde. Op een van zijn doeken is de pas gekroonde keizer te zien. Staand op een balkon, terwijl ijverige edellieden bankbiljetten over de massa uitstrooien.

Opeens was er paniek. Een demonstrant lag op de grond. Het bloed gutste uit zijn hoofd. De telg uit het bussengeslacht had een kristallen asbak achter de bankbiljetten aan gegooid. Op dat moment begon de politie op de demonstranten in te slaan. Het draaide uit op een veldslag. ‘We waren doodsbang daarbinnen’, jammerde een van de genodigde dames later tegen de krant O Globo. ‘We keken elkaar aan alsof we… Marie Antoinette waren, klaar om afgevoerd te worden naar de guillotine.’

De revolutie is er niet gekomen. Repressie en Spelen deden hun werk. Maar dan, op 16 november 2016 wordt ex-gouverneur Cabral opgepakt. Iedereen weet al lang: hij is de man die Rio naar de hel heeft geholpen. We kennen de foto’s. Cabral, fuivend in een Parijs restaurant aan de Champs Elysées. Zwetende mannen in pak, dansend met de gesteven servetten van het etablissement om hun hoofd. Ze vormen een treintje tussen de tafels van verbijsterde gasten. Hun in Dior en Chanel uitgedoste vrouwen tonen als dansmariekes de rode onderkant van hun designer-pumps.

‘Seks doen we ook al niet. De liefdesmotels zijn failliet, omdat niemand meer geld voor een kamer heeft’

Junior helpt me de servettenfuif te ontcijferen. ‘Dit zijn de ministers van Gezondheid en Openbare Werken van Rio’, wijst hij op het meest dronken stel. ‘Die bekkentrekker daar om de nek van de gouverneur is Cavendish. Een ondernemer die opeens het ene bouwcontract na het andere krijgt.’ Tot zijn verbazing ontdekt hij ook zijn eigen baas op de foto’s. Arthur Soares is de grootste leverancier van contractwerkers aan de deelstaat Rio, legt hij uit.

De operatie Wasstraat heeft uiteindelijk ook Rio bereikt. Lava Jato is de naam van het gerechtelijk onderzoek dat sinds 2014 het vuur aan de schenen legt van de politieke elite. Juichend staan de mensen langs de kant van de weg als de arrestantenwagen met Cabral voorbijkomt. De boevenfoto van de gouverneur met kaalgeschoren hoofd en in gevangenispak wordt ‘de’ hit op Facebook. Junior lacht zijn aanstekelijke lach. Hij heeft net gehoord dat ook hij wordt ontslagen. ‘Toch een beetje wraak’, zegt hij.

Hét instrument dat de ‘task force’ van Wasstraat gebruikt om de corruptienetwerken bloot te leggen is verraad. Delação premiada, ‘verraad met premie’, heet de wet officieel. Opgepakte witteboordencriminelen worden achter de tralies gehouden. Als ze eenmaal wanhopig zijn wordt hen een bod gedaan: je mag er (eerder) uit op voorwaarde dat je iedereen erbij lapt. Zo begon de top van het grote Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht te babbelen. Ze betaalden miljarden aan politici in ruil voor overheidsopdrachten.

Bij deze koehandel werd niet meer geprutst met bankbiljetten verstopt in onderbroeken – de methode waarmee een medewerker van de arbeiderspartij van president Lula (2004-2010) zichzelf ooit verried. Nu ging het om rugzakken en koffers. ‘In een rugzak past een half miljoen real, in een koffer twee miljoen (625.000 euro)’, vertelt een boekhouder van de bouwgigant. Odebrecht bleek een apart ‘smeergeld-departement’ te bezitten. Daar werden alle bedragen keurig geboekt. Meer dan honderd parlementsleden en ministers zijn door Odebrecht omgekocht. Alleen al de Braziliaanse president Temer kwam 43 keer in de boekhouding voor.

Cabral werd erbij gelapt door de bouwondernemer van de servettenfuif. Cavendish’ verklaring geeft een spannend inkijkje in de werking van het ‘peetvader-kapitalisme’ van Rio. ‘We zitten in een restaurant in Monaco’, vertelde de jonge ondernemer. ‘Op een gegeven moment pakt Cabral mijn arm en neemt me mee naar een juwelier op de Place du Casino.’ De gouverneur bleek daar een gouden ring met briljanten gereserveerd te hebben die hij zijn vrouw cadeau wilde doen. ‘Ik hoefde alleen nog maar te betalen’, vertelde Cavendish. ‘De ring kostte 220.000 euro. De grootse creditcarduitgave die ik ooit heb gedaan. Maar wat moet je?’

Er openbaart zich een wereld van extravagantie en spilzucht. Zo kocht madame Cabral alleen al in Rio voor drie miljoen euro aan juwelen. Dikke robijnen en grote saffieren. Maar haar smaak werd verfijnder. ‘Op een gegeven moment wilde ze alleen nog gele diamanten. De witte vond ze banaal’, herinnert een verkoopster zich. Haar man verdient als gouverneur vierduizend euro per maand. Maar elke week legt een chauffeur het equivalent van 32.000 euro cash in de brandkast van Adriana voor haar ‘persoonlijke uitgaven’. Na de arrestatie wordt achter in de kledingkast nog een zak met goud en een zak met diamanten gevonden. Appeltje voor de dorst, mocht het misgaan met de honderd miljoen euro die Cabral al naar het buitenland heeft gesluisd. Het geld van de federale overheid voor de aanleg van water en riolering in de sloppenwijken is dan al omgeleid naar een nepbedrijf op naam van zijn secretaresse. Zijn werkster uit de sloppenwijk heeft een helikopter op haar naam.

Medium hh 69330260
Vidigal, een van de favelas van Rio de Janeiro © André Vieira / Agentur Focus / HH

‘Dit is om gek van te worden’, zegt Junior en legt zijn hoofd in zijn handen. ‘Die andere politici betalen er tenminste verkiezingscampagnes van. Ze kopen de stem van hun partijgenoten. Maar al dat geld voor jezelf?’ Zijn verontwaardiging klinkt uitgeblust. Zijn sprankelende zwarte gezicht is vaal geworden. Zou ook hij ten prooi zijn aan de wanhoop van Rio? Voor het eerst neemt het aantal moorden weer toe. De man van een vriendin in de favela naast ons is eerder die week doodgeschoten. Hij wilde hun spelende kind binnenhalen, maar werd in de borst geschoten door de binnenvallende militaire politie. Ze verhinderden dat buren hem naar het ziekenhuis brachten. Dus bloedde hij dood.

En dan is er die andere plaag. Jarenlang vond de deelstaat het niet meer nodig de bevolking tegen gele koorts in te enten. Nu is er een epidemie. Vanaf vier uur ’s ochtends staan er lange rijen voor de gezondheidsposten. Alleen wie het personeel kan omkopen krijgt een prik. Omdat er niet genoeg vaccins en verplegers zijn. ‘We dachten dat er een donker vóór en een glorierijk ná de Olympische Spelen zou zijn, zoals in Barcelona’, schrijft nu ook de conservatieve krant O Globo. ‘Maar we hebben een stinkende zweer met nepgoud toegedekt.’

Junior schudt zijn hoofd. Nee, het is geen depressie. En ook geen gele koorts. ‘Ik ben alleen moe. Zo verschrikkelijk moe.’ Zijn vriend Tiago stuurt hem naar de gezondheidspost. Op het feest van zijn 42ste verjaardag eind december zegt Junior plechtig: ‘De dokter denkt dat mijn hart te groot is.’ Iedereen lacht. Natuurlijk is zijn hart te groot. Zo kennen we hem. Altijd stralend en gul. ‘Oké’, grinnikt Junior. Maar het gaat niet beter. Hij begint te hoesten. Eind januari komt Junior haast de trap niet meer op. De dokter zegt ‘uitputting’ en schrijft slaappillen voor. Maar de hoest wordt erger. Eindelijk krijgt hij een onderzoek. Over zes weken mag Junior de uitslag halen. Dat is nog snel. In de gevloerde gezondheidszorg van Rio duurt de uitslag van bijvoorbeeld een kankertest twee tot vijf maanden. Voor een eerste behandeling wachten mensen tien maanden tot een jaar. De vereniging van artsen concludeert: ‘Meestal is dat te laat.’

Met de voorbereiding van carnaval leeft Junior weer wat op: ‘Zal ik als oerman of vlinder gaan?’ De verkleedpakken voor het grote defilé arriveren. Junior en Tiago zijn van plan mee te lopen met de beroemde carnavalsschool Salgueiro. Dit jaar beeldt de school de Goddelijke komedie van Dante uit. Toepasselijk. Was Dante’s werk niet bedoeld als een politiek pamflet tegen de corruptie en het verval in het laat-middeleeuwse Florence? De jongens passen hun rood-zwarte duivelsfantasieën en oefenen de tekst van het sambalied: ‘Ik wil dat het zoete gif van je kus mijn satanische lust bevredigt/ De nacht is van ons, zo bevalt ons de zonde.’

Hoe zit het met die andere ‘hoofdzonden’ van Dante? vraag ik. Graaizucht, hoogmoed, ik noem maar wat. Komen die ook in de optocht voor? ‘Ik denk het niet’, hijgt Junior. ‘Het is toch komedie?’ Zijn lach slaat om in een hoestbui. Langzaam neemt hij Tiago in zijn armen. Dansend oefenen ze de laatste strofe: ‘In goddeloze vrijheid aanbid ik de duivelse passie. Er bestaat geen straf voor zonden in naam van genot.’

Iedere twintig minuten wordt nu iemand vermoord in Rio. En elke dag vijf groepsverkrachtingen

De avond van het defilé ligt Junior met holle wangen op mijn bank. Zijn evangelische moeder en zus zijn gekomen om voor hem te zorgen. In die kringen is liefde tussen mannen taboe. Tiago is ‘gewoon’ een vriend en ‘dus’ uit zijn huis verbannen. Junior is al een week zijn bed niet uit geweest. Maar hij wil Tiago in de optocht zien. Op mijn tv komen de carnavalsscholen voorbij.

Carnaval is het enige moment in het jaar dat iedereen gelijk is in een van de meest ongelijke landen ter wereld. Op het moment waarop iedereen gehuld is zijn eigen fantasie van koning of koningin, oermens of vlinder, bestaat de droom van de tropische regenboognatie van geslachten en huidskleuren ook echt. Dan zijn de Olympische Spelen en zelfs de dood een levende ‘fantasia’. Om half vijf ’s ochtends pakt Salgueiro uit met de hel. Centaurs en bolborstige medusavrouwen, duivels met drietanden en macabere doodshoofden in één wervelende samba. Op de belangrijkste praalwagens paren tientallen mannen en vrouwen in elke combinatie die de zonde van de wellust kan bedenken. Het publiek juicht uitzinnig. Ik kijk naar Junior. Hij ligt met zijn ogen dicht. Onrustig, zwetend.

De volgende avond bellen we de ambulance. Naar de hel met wachten op de testuitslagen! Als een breekbare Gandhi wordt Junior door de ziekenbroeders de trappen op gedragen. Brancards zijn er niet. In het ziekenhuis liggen de mensen in de gangen, op de grond. De intensive care is vol. We zijn een grote groep vrienden rond Junior, met ‘contacten’ tot zelfs hoog in het ministerie van Gezondheid. Toch lukt het niemand Junior degelijk onder te brengen. In het ene ziekenhuis is brand uitgebroken, in het andere is de beademingsapparatuur kapot. ‘Als je zelfs met het oude vertrouwde clientèlesysteem geen privileges meer kunt lospeuteren, is de situatie dramatisch’, constateert een van de vrienden. Pas na een beroep op de rechter wordt Junior overgeplaatst naar een IC-afdeling. Te laat. Op 19 maart sterft hij in het grootste openbare ziekenhuis van Rio aan longontsteking.

Medium junior
Junior, links © Marjon van royen

‘Jullie komen voor Junior?’ vraagt de secretaresse in het krakkemikkige lijkenhuis. ‘Ik zal hem even roepen.’ Verbijsterd kijken we elkaar aan. Achter een plastic gordijn komt een jongen in de overall van het uitvaartbedrijf te voorschijn. ‘Jullie zoeken me?’ Onaangedaan verwijst Junior 2.0 ons naar een loods verderop. Daar ligt de echte Junior opgebaard in een hok onder een golfplaten dak. Om de kist zijn biddende familie. Op onze tenen proberen we een glimp van hem op te vangen. ‘Sneeuwwitje’, fluistert Tiago. We bijten op onze wangen. Uit een deken van verpieterde witte bloemetjes steekt alleen Juniors gezicht. Onherkenbaar wit gepoederd met roodgestifte lippen. ‘Gaat-ie toch nog verkleed als nicht zijn graf in’, zegt een van zijn vrienden. We staan in de kokende loods voor de geïmproviseerde rouwkamer te wachten tot de begrafenis begint. Zwetende mannen laden de kisten van een grote vrachtwagen en dragen hun last zonder op of om te kijken door de rouwende mensen. Dan komen eindelijk de regens. Te laat en te veel. Terwijl de stad onderloopt trekt iedereen zich terug in zijn eigen hellenkring.

Wanneer ik in augustus uit Nederland terugkom tref ik een stad in totale paniek. De taxichauffeur vanaf het vliegveld draait vogelachtig met zijn hoofd. ‘Op de heenweg zat ik hier midden in een schietpartij’, vertelt hij. Alleen al op deze toegangsweg naar de stad zijn elke dag twaalf gewapende overvallen op auto’s. Bij de bushalte voor mijn supermarkt staat een bord: ‘Opgepast, halte van terreur.’

Iedere twintig minuten wordt nu iemand vermoord in Rio. Elke zeven minuten een vrachtwagen gekaapt. En elke dag vijf groepsverkrachtingen. Aangeven kan niet meer. Op veel politiebureaus hangt een bordje: ‘Wij doen alleen nog onderzoek naar moord op heterdaad.’ De agenten hebben geen salaris. Maar ook geen papier, inkt of schoonmaakmiddelen. De militaire politie is losgeslagen. In zes maanden voerde ze meer dan zeshonderd standrechtelijke executies in de sloppenwijken uit. Op een stiekem opgenomen filmpje in de favela Lins is te zien hoe twee jongens die op de grond liggen de kogel krijgen met een automatisch geweer. Bijna terloops, als een kille nagedachte.

Ook in de sloppenwijk naast mijn huis woedt de nieuwe oorlog van Rio. ‘Ik ben de hele dag met mijn dochtertje onder het bed blijven liggen’, vertelt mijn vriendin Sueli. De drugshandelaren hadden een agent doodgeschoten. Daarop volgden dagenlang zware invallen van de militaire politie met oorlogswapens en helikopters. Een meisje van veertien en een jongen van zeventien zijn daarbij gedood. ‘Elke keer als er eentje van de politie heengaat, worden wij bewoners gestraft’, zegt Sueli.

‘En natuurlijk word ik dan met mijn bruine gezicht uit de bus geplukt’, vertelt ook Tiago. Het verdriet heeft hem tien jaar ouder gemaakt. Hij heeft een baantje gevonden als kok. Maar het avondwerk eist zijn tol. Als hij niet het machinegeweer van de politie tegen zijn hoofd krijgt, dan is het wel het pistool of het mes van een overvaller. Twee keer is hij al beroofd. ‘Het is om depressief van te worden, als ik het al niet was’, zegt hij grijnzend.

Intussen gaat het graaien van de politici gewoon door. In een leeg appartement in een keurige flat wordt het zwembad van Dagobert Duck gevonden. Zeven geldtelmachines en een hele nacht doorwerken kost het de politie om alle bankbiljetten te tellen. Precies 51 miljoen real (16,5 miljoen euro) blijkt een minister en goede vriend van president Temer er te hebben opgepot. Toch besluit een meerderheid van het parlement dat Temer gewoon mag aanblijven. Ondanks talloze juridische aanklachten voor corruptie, bendevorming en afpersing. Ondanks het feit dat hij zelfs in het jaar dat hij nu officieel president is weer betrapt werd op omkoping, en drie procent van de bevolking hem nog ziet zitten.

In Rio is het niet anders. De hele bussenmaffia is opgepakt, met aan het hoofd de vader van de bussenbruid. Ze tilden de deelstaat voor miljarden, in ruil voor smeergeld aan Cabral en de zijnen. Ze ‘kochten’ een belastingtarief van 0,01 procent voor zichzelf, en voortdurende verhogingen van de buskaartjes voor ons. Ze hadden 46 gepantserde geldwagens voor hun eigen ‘parallelle bank’. Daarmee vervoerden ze smeergeld naar de politici en zwart geld naar hun geheime safe even buiten de stad.

De rechter laat beslag op de geldwagens leggen, om ze aan de politie te geven als tanks voor ‘de oorlog van Rio’. Na een week is de hele bussenmaffia weer vrij. Dankzij die peetvader van de bruid, de rechter van het Hooggerechtshof die nu zijn nut bewees. Intussen blijkt ook de huidige gouverneur een ‘salarisbijdrage’ van 300.000 euro per maand van de bussenmaffia te krijgen. Maar hij blijft gewoon zitten. In de roestende geldwagens zijn daklozen getrokken.

Dan wordt op 5 oktober in Rio de bejaarde voorzitter van het Braziliaans Olympisch Comité gearresteerd. Nuzman, die het ioc vorig jaar nog zo hartelijk bedankte voor het ‘vertrouwen in de seks van Rio’, blijkt de stemmen voor de toewijzing van de Spelen aan Rio in 2009 gewoon van het ioc te hebben gekocht. Volgens de rechter die zijn arrestatie goedkeurde was de omkoping ‘niet meer dan een stap in een veel groter crimineel plan’: het opzetten van een ‘grootschalige plundering van de publieke gelden van Rio door een groep politici en aan hen gelieerde ondernemers’.

In mijn hoofd hoor ik de lachende stem van Junior. ‘Het failliet van Rio was dus bij voorbaat gepland? Wie had dat kunnen bedenken!’ Het was Juniors voormalige baas ‘koning Arthur’ die het smeergeld overmaakte. Hij stuurde 1,3 miljoen euro naar de zoon van de toenmalige Senegalese voorzitter van de internationale atletiekfederatie iaaf. Geld dat vrijwel zeker is gebruikt om de Afrikaanse stemmen voor Rio te kopen.

Intussen vertoont de boom die we voor Junior hebben geplant zijn eerste blaadjes. Maar de 14.000 zaadjes van de openingsceremonie zijn ter dood veroordeeld. Het ‘bos der medailles’ zal er nooit komen, omdat het Olympisch Comité weigert voor de stekjes te zorgen. Wel zonnen op het hete asfalt van de onafgemaakte wegen van de Spelen nu kleurige meisjes. Ze dragen fantasie-bikini’s van gaffer tape. ‘Je spaart de dure bus uit naar het strand’, zeggen ze. ‘En met een blikje frisdrank en wat tape op je borsten geniet je hele dag.’