Popmuziek: Ghost

Kathedralen van refreinen

Medium muziek 2
Ghost, Cardinal Copia en zijn Nameless Ghouls © Mikael Eriksson

Metalfestivals zitten in een interessante fase: de paar bands die vanzelfsprekend een heel veld vol trekken met tienduizenden fans zijn schaars, en de meeste ervan worden nu écht ouder. En al duren de afscheidstournees van oudgedienden als Ozzy Osbourne en Scorpions vaak vele jaren, het blijven wel afscheidstournees. Al die Hellfests, Graspoppen, FortaRocks en andere hardere festivals zijn de generatiewissel aan het inzetten. Bands die oorspronkelijk uit de metalcore (Parkway Drive uit Australië, Avenged Sevenfold uit Californië) of de gothic (Nightwish uit Finland, met de Nederlandse zangeres Floor Jansen) komen en gaandeweg verbreden naar een toegankelijker geluid staan langzaam maar zeker het hoogst op de affiches.

Schrijf u in voor onze dagelijkse nieuwsbrief en ontvang iedere ochtend het beste uit De Groene in uw mailbox.

Een niet al te gewaagde toekomstvoorspelling: de band die over tien jaar de hoofdact is op elk metalfestival komt uit Zweden en heet Ghost. Werkelijk alles aan Ghost is geniaal, en klinkt naar zowel enorme ambitie als naar het vermogen conceptueel denken tot het uiterste door te voeren. Jarenlang wist Ghost de mystificatie te perfectioneren: wie onder die toga en dat geverfde doodshoofd schuilging, was onbekend, net als wie de bandleden waren. ‘Nameless ghouls’ heetten ze, en de zanger eerst Papa Emeritus I, toen II, toen III, waarbij elke zogenaamde wisseling van een hilarische ceremonie werd voorzien. Maar onder dat rookgordijn van satanisch tekstgeflirt, wierookgeur tijdens concerten en nonnen (‘sister of sin’) die plechtig hosties en wijn schonken aan het publiek lag een fundament van nummers die een melodieuze kracht hadden die, ondanks de gitaarmuren, vooral associaties opriep met alle klassieke popmuziek die Zweden heeft voortgebracht: van Abba tot Roxette. Veeg de schmink weg, trek Satan eruit en zet de zaallichten aan, en wat resteert is popmuziek. Fantastische popmuziek, met kathedralen van refreinen.

Het concept van het per album populairdere Ghost leek ten onder te gaan toen ontevreden oud-bandleden de zanger aanklaagden en zijn identiteit onthulden, maar ook hier heeft Tobias Forge, zoals hij bleek te heten, weer een volledig theater om weten te bouwen, met als hoogtepunt de mogelijkheid voor fans om bij optredens in een rouwkamer afscheid te nemen van de opgebaarde voorgaande versies van zichzelf. Op het nieuwe album van Ghost worden links en rechts harde sneren uitgedeeld aan ‘rats’ en andere verraders, maar hoe venijnig de teksten ook, des te smeuïger is de muziek. In elk nummer zorgt Forge wel een paar keer voor een glimlach bij het horen van de ongelooflijke hoeveelheid invloeden die hij zijn tot in de puntjes verzorgde bandgeluid binnen trekt: van de beat van Michael Jackson (en zijn clip-danspasjes), de wagneriaanse invloeden van Jim Steinmans nummers voor Meat Loaf, tot de musicals van Andrew Lloyd Webber en de klassieke hardrock uit de jaren zeventig. Bij Forge mag en kan inmiddels álles; hij trekt overal Ghost-nummers uit op. De grootte van dit compositorische wereldwonder blijkt pas helemaal uit de twee monumentale instrumentale nummers op Prequelle:_ hardrock zonder tekst, die niet drijft op gitaren, maar op saxofoon en toetsen. Een volledig genre op z’n kop gezet door een Zweedse hitmaker, onder een laagje schmink.


Ghost, Prequelle. Ghost is 14 juli de headliner op Dynamo Metal Fest in Eindhoven