Profiel Maxime Verhagen

Katholiek zondagskind

Ze hebben dualisme beloofd. De werkelijkheid is anders. De grootste regeringsfracties in de Tweede Kamer leggen het tweede kabinet-Balkenende geen strobreed in de weg. Ze hebben namelijk de macht. VVD-leider Jozias van Aartsen is in de Kamer aan een tweede jeugd begonnen en lijkt de sterkste van de klas. Twee handen gretig om de hoeken van het spreekgestoelte geklemd en het hoofd uitdagend op de zaal gericht, verdedigt hij het beleid. Zijn CDA-collega Maxime Verhagen zit er niet mee. Met gestrekte rug loopt hij tijdens debatten door de plenaire zaal, zo suggererend dat niets hem ontgaat.

Wie van hen is de baas? De parlementaire pers maakte vlak voor het kerstreces, dat volgende week eindigt, de balans op. De CDA-fractievoorzitter werd gedegradeerd tot een slecht politicus aan wie alle epitheta van de roomse kerk kleven.

Volgens een peiling van Radio 1 onder journalisten is Van Aartsen de beste. Verhagen scoorde alleen op de lijst van de slechtste. Het Algemeen Dagblad deed iets soortgelijks. De lezers van deze krant noemden de CDA-voorman «arrogant», «onbetrouwbaar», «gluiperig», «egoïstisch», «schijnheilig» en «pedant». In september had de Nationale Jeugdraad hem ook al de «zwetsprijs» toegekend.

Die uitslagen wezen op een slecht publiek imago. Maar wie daar doorheen keek, zag iets anders. KRO-televisieprogramma Reporter en het vakblad Binnenlands Bestuur organiseerden ook een verkiezing, zij het onder insiders. Topondernemers, hoge ambtenaren en politieke bestuurders gaven Verhagen juist een twaalfde plaats op de hitparade van machtige mensen in Nederland. Hij was het enige kamerlid binnen de top-25.

Hoe kan de fractievoorzitter van het CDA een zo weinig gewaardeerd politicus zijn? Wie parlementariërs alleen afmeet aan hun dualistische lef, opteert voor Van Aartsen. De VVD-leider laat zijn fractie er onbekommerd op los discussiëren, bij voorkeur over explosieve onderwerpen als de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Daarbij vergeleken is de CDA-fractie een stille club die er, anders dan in het verleden tijdens de kabinetten van Van Agt en in mindere mate van Lubbers, niet op uit is het «sociale gezicht» van het CDA voor het voetlicht te brengen om de geestverwanten in het kabinet te compenseren. Dat is een breuk met de traditie, waarin fractieleider en eerste minister meestal aan twee kanten van de CDA-boot hingen. Maar Verhagen hecht geen belang aan die traditie. Hij wil niet de voorman van het sociale CDA zijn. Hij wil Nederland hervormen.

Die ambitie komt niet uit de lucht vallen. Ze is geworteld in vele nederlagen. De weg van de positie van backbencher naar leider verliep namelijk met horten en stoten. Zijn eerste verkiezingen in 1994 liepen uit op een fiasco voor het CDA en dus ook voor hem. De christen-democraten wisten zich geen raad in de oppositie. Drie leiders — Brinkman, Heerma en De Hoop Scheffer — moesten in de zeven magere jaren het veld ruimen.

Verhagen bleef buiten schot maar profiteerde niet. Na Balkenendes electorale succes van 2002 kwam hij wel aan de beurt. En hoe. Als fractievoorzitter van het CDA moest hij zich eerst door de ruzies van de LPF-bewinds lieden en de onvermijdelijke val van het eerste kabinet-Balkenende heenslaan. Dat deed hij met verve. Toenmalig VVD-leider Gerrit Zalm werd weggezet als kwade genius achter de breuk, maar het was Verhagen die Zalm op de woensdagochtend van de kabinetscrisis opbelde met de mededeling dat hij er geen vertrouwen meer in had. Verhagen had ’s ochtends vroeg bezoek gehad van kortstondig LPF-leider Harry Wijnschenk. Die verscheen bij hem met bodyguards omdat hij, zo stelde hij, bedreigingen had ontvangen van partij genoot Van As. «Nu is het helemaal over», dacht Verhagen die vervolgens naar Balken ende toog.

Maxime Jacques Marcel Verhagen komt uit een politiek nest. Verhagen, geboren in 1956, genoot in Maastricht een klassieke katholieke opleiding: eerst op de St. Petrusschool, later op het Hendric van Veldekecollege. Vader Pierre Verhagen was actief in de KVP: als gemeenteraadslid en wethouder in Maas tricht en lid van Gedeputeerde Staten van Limburg. Grootvader Verhagen was in Sittard ook jarenlang lid geweest van de gemeenteraad. In 1974 vertrok Maxime naar Leiden om geschiedenis te studeren. Daar flirtte hij even met linkse politieke ideeën. «Natuurlijk», zei hij in een interview met de CDA-afdeling Wassenaar over die korte «radicale» periode in zijn leven. «Als jongere wil je de wereld verbeteren. Liefst zo radicaal mogelijk. Het zou vreemd zijn als je een dergelijke periode niet zou meemaken.»

Lang duurde die «natuurlijke» rode periode niet. Verhagen koos voor de vertrouwde politieke omgeving van zijn familie. Zijn carrière verliep vervolgens als die van een ouderwetse beroepspoliticus: CDJA, bestuurslid CDA-afdeling Oegstgeest, persoonlijk medewerker van een CDA-kamerlid, gemeenteraadslid Oegstgeest en beleidsmedewerker voor onder meer Europese Zaken van de CDA-fractie in de Tweede Kamer.

In 1989 vertrok hij uit Den Haag. Hij was dat jaar in het Europees Parlement gekozen. Verhagen hield zich in Brussel vooral bezig met ontwikkelingssamenwerking, justitie, asielbeleid en buitenlandbeleid. Dezelfde taken die hij na zijn verkiezing in de Tweede Kamer in 1994 op zich nam. Hij leunde zwaar op zijn mentor Jaap de Hoop Scheffer.

Toen die in 1997 fractievoorzitter werd, volgde Verhagen hem op als buitenlandwoordvoerder. Maar het asielbeleid liet hij niet los. Het was meteen raak. Na een jaar was hij in conflict met nieuweling Jacques de Milliano. De ex-directeur van Artsen zonder Grenzen wilde Bosnische vluchtelingen niet terugsturen. De Milliano had zich, zei hij zelf, immers op basis van het verkiezingsprogram verkiesbaar gesteld. Bosniërs terugzenden strookte niet met het CDA-program dat hij gelezen had. Verhagen las het anders. En won. De Milliano verliet de politiek.

In de strijd om het leiderschap binnen het CDA, die in het najaar van 2001 uitbrak, was Verhagen een kleine kanshebber om wederom De Hoop Scheffer op te volgen. Een tweede keer in de voetsporen van zijn beschermheer zat er echter niet in. Maar na een half jaar werd hij wel beloond. Toen Balkenende na de verkiezingen van mei 2002 zijn eerste kabinet formeerde, werd Verhagen uiteindelijk toch fractievoorzitter. Dat was ten dele een kwestie van wegstrepen. Kamerlid Joop Atsma viel af omdat naast een protestantse premier een katholieke fractieleider beter spoort. Joop Wijn en Camiel Eurlings, thans staatssecretaris en aankomend fractievoorzitter van het CDA in het europarlement, hadden te weinig parlementaire ervaring.

Toch moet die eer ook een kleine teleurstelling zijn geweest. Verhagens naam werd immers genoemd als minister of staatssecretaris op Buitenlandse Zaken. Een van die functies had hij waarschijnlijk liever gekregen. Toen De Hoop Scheffer naar de Navo vertrok, ging de post andermaal aan hem voorbij. Misschien was dat maar goed ook. De Volkskrant testte de Europa-kennis van verschillende kamerleden. De test was te moeilijk voor hem. Na twee foute antwoorden verzuchtte hij: «Hou maar op!»

In de komende jaren zal Verhagen dus genoegen moeten nemen met het ordinaire parlementaire handwerk. Dat is geen sinecure. De CDA-fractie bestaat voor bijna driekwart uit ongeschoolde nieuwkomers. Samen met een aantal andere oude rotten — zoals Wim van de Camp, die na drie termijnen op weg was naar de uitgang — is Verhagen de docent van deze novieten. Hij moet hen stil houden als dat nodig is en laten praten als dat handig is.

Al die onervaren kamerleden komen Verhagen en zijn politieke kompaan Balkenende niet slecht uit. In kringen van het partijkader klinkt regelmatig kritiek op het regerings beleid. Ook de fractie in de Eerste Kamer wil nog wel eens brommen. Van de Tweede-Kamerfractie heeft de regering echter niets te vrezen. Verhagen houdt de fractie tot nu toe strak in de hand. Siem Buijs, woordvoerder gezondheidszorg, heeft dat aan den lijve ondervonden. Toen hij bij de begrotings behandeling zijn vermaarde dissidente woorden over inkomensconsequenties van de bezuinigingen voor chronisch zieken en gehandicapten sprak, wist hij een paar seconden later al hoe het zou aflopen. «Hier krijg ik last mee», zei hij nog tijdens het debat. Dat klopte. Verhagen floot hem stante pede terug.

Op het eerste gezicht was dat opmerkelijk, om niet te zeggen een breuk met zijn eigen beloften. In de verkiezingscampagne van 2003 sprak Verhagen graag en veel over een nieuwe politiek. «Juist een beroepspoliticus moet weten wat er speelt in de kerk, de kroeg en op straat en niet volledig geïsoleerd van de dagelijkse werkelijkheid opereren. Het is dan ook van groot belang dat fractieleden het land ingaan om te praten met de conducteur op de trein van Amsterdam naar Schiphol om te vragen hoe veilig hij zijn werk daadwerkelijk kan doen.»

Dat was achteraf vooral retoriek. Want later zei hij: «Ik ben niet in de Kamer om oppositie te voeren.» En dat was dichter bij de waarheid. Die houding verklaart ook zijn weerzin jegens de PvdA in het algemeen en Wouter Bos in het bijzonder. In de verkiezingscampagne van 2003 sprak Verhagen zich al onomwonden uit voor de VVD en zette daarmee de deur voor de PvdA half dicht. Hij hield de onderhandelingen met de PvdA lang vol, maar à contrecoeur.

Nog voordat ze waren begonnen, had hij Gerrit Zalm al gepolst over alternatieven. Zalm verzekerde hem dat de VVD, weliswaar tegen een hoge prijs, wilde meeregeren. Ook bij D66 verzekerde Verhagen zich van welwillendheid. Met die wetenschap moeten de onderhandelingen een kwelling zijn geweest. «Leugens, leugens», zou hij Bos later vanuit zijn bankje maar buiten de microfoon in de Kamer toebijten.

Zijn afkeer van Bos gaat diep. De nieuwe leider van de sociaal-democraten voert oppositie alsof het een permanente verkiezingscampagne betreft. «Ik dacht: wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? Ik zit hier met een actievoerder», zei Verhagen over Diederik Samsom toen deze PvdA’er tijdens de formatie vijfduizend handtekeningen meebracht om zijn pleidooi voor sluiting van Borssele kracht bij te zetten.

Dit soort nieuwlichterij is niet aan Verhagen besteed. Verhagen zoekt zijn achterban niet meer op. Hij steunt het kabinet. Zo toonde Verhagen zich in een toespraak voor de Dertigersgroep, een club jonge kaderleden binnen het CDA, een fervent aanhanger van Donners druppeltheorie: kleine dingen richten door hun aantal schade aan. «Hondenpoep op straat, vernielde bushokjes, zwerfvuil, illegale posters en graffiti op muren. Peanuts, zullen jullie denken. Dat zijn dingen waar de politie helemaal geen tijd voor heeft. En het is inderdaad niet echt een groot probleem als je over veiligheid komt te spreken. En inderdaad, er gebeuren helaas ergere dingen die om aandacht vragen. Maar kleine ergernissen zijn vaak het begin van verloedering en veiligheid in een buurt. Kleine criminaliteit moet worden aangepakt voordat deze groot groeit. Uit onderzoek blijkt dat een buurt niet direct verloedert. Dat gaat geleidelijk; maar vernielingen, vervuiling en onverschilligheid zijn de eerste symptomen van een proces dat van kwaad tot erger gaat.»

Met Verhagen heeft het CDA dus precies die man die het op dit moment in de Tweede Kamer nodig heeft. Er moet niet alleen bezuinigd worden, de halve maatschappij moet op de schop. De grootste aanhanger van die drastische plannen leidt de fractie. Hij praat vooral het kabinet na en lijkt daardoor een kleurloos parlementariër. Maar dat is juist zijn sterke punt. Hij heeft een missie en levert rust voor het kabinet. Tegelijkertijd voorkomt hij dat de VVD aan de rechterzijde in het conservatieve electoraat van het CDA inbreekt.

Het maakt hem geen publiekslieveling, maar hij bouwt in nauwe samenwerking met zijn vrienden in het kabinet gestaag aan een samenleving naar liberaal christen-democratisch model. Over die samenleving zei hij in de Kamer: «De sociale zekerheid staat in diverse lidstaten in Europa in het middelpunt van de aandacht. Het inhoudelijke debat daarover is te lang gemeden. Het is zaak om te komen tot een activerend, haalbaar en betaalbaar stelsel van sociale zekerheid. Het is niet sociaal om duizenden mensen af te schrijven.»

Het machtigste kamerlid van Nederland is begonnen aan de afbouw van wat zijn grootvader en vader met de KVP onder leiding van minister Veldkamp van Sociale Zaken in de jaren vijftig en zestig hebben opgebouwd. Verhagen weet dat. Zijn doctoraalscriptie geschiedenis ging over deze door menig cda’er nu vergeten beginperiode van de verzorgingsstaat.

Zolang de fractie bang blijft en hem keurig volgt, heeft Verhagen niets te duchten. Alleen als het geheugen van de «sociale» vleugel in de partij weer gaat opspelen, dreigt er gevaar. Dan moet Verhagen echt aan het werk. Pas dan zal blijken of Verhagen een politiek zondagskind is gebleven of toch is uitgegroeid tot een politiek leider.