Katholieke bewustwording

NIEK PAS
AAN DE WIEG VAN HET NIEUWE NEDERLAND: NEDERLAND EN DE ALGERIJNSE OORLOG, 1954-1962
Wereldbibliotheek, 207 blz., € 17,90

In mei van dit jaar werd uitbundig aandacht besteed aan het feit dat het veertig jaar geleden was dat in Parijs een studentenopstand uitbrak. Hoewel het slechts één voorbeeld was geweest van de maatschappelijke onvrede die in veel landen zichtbaar werd, en die elders vaak eerder en heftiger tot uiting kwam, bleek de mythe dat de onlusten in Parijs het begin vormden van de ‘grote culturele revolutie van de jaren zestig’ – of zoals Henk Hofland het ooit noemde ‘de dekolonisatie van de burger’ – onverwoestbaar. Maar zelfs wanneer we uitsluitend naar Frankrijk kijken blijkt dat ‘mei ’68’ slechts een rimpeling was vergeleken bij de revolutie die zich tien jaar daarvoor had voltrokken.
Als gevolg van de uiterst bloedige Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd bevond de Franse Vierde Republiek zich in de zomer van 1958 op de rand van een burgeroorlog. Uit pure nood werd de grote oorlogsheld generaal De Gaulle naar voren geschoven. Als premier kwam die met het voorstel voor een nieuwe grondwet, die de president ongekend veel macht zou geven. Nadat deze grondwet was aangenomen, en de Vijfde Republiek een feit was geworden, werd De Gaulle met overweldigende meerderheid tot president gekozen. Dit nieuwe politieke bestel, dat tot op de dag van vandaag functioneert, heeft Frankrijk in veel grotere mate veranderd dan de opgewonden toespraakjes van ‘rode Dany’.
Dat de wrede oorlog in Algerije grote invloed heeft gehad op het moderne Frankrijk is evident. Minder voor de hand ligt het om de geboorte van ‘het nieuwe Nederland’ te koppelen aan de strijd in Algiers en het Rifgebergte. Toch is dit wat Niek Pas in zijn nieuwste boek doet. Dat de grote maatschappelijke, politieke en culturele veranderingen die in de jaren zestig manifest werden zich reeds in de jaren vijftig aankondigden, is al veel vaker aangetoond. Grote technologische ontwikkelingen, het ontstaan van de consumptiemaatschappij en de opkomst van een luidruchtige jeugdcultuur – dit alles begon al in de jaren vijftig.
Om te laten zien dat de maatschappijkritiek en het verlangen naar een meer democratische politiek, die zo kenmerkend waren voor de jaren zestig en zeventig, zich óók al in de jaren vijftig aandienden, gaat Pas uitgebreid in op de reacties die de Algerijnse oorlog in Nederland opriep. Dit levert een interessante case study op, waaruit onder meer blijkt hoe belangrijk de Algerijnse dekolonisatie was voor de bewustwording van sommige progressieve katholieken en dat de verzuilde pers zich voor het eerst wat onafhankelijker ging opstellen. Doordat Pas zich zo sterk concentreert op de reacties op de Algerijnse oorlog, en andere ontwikkelingen slechts aanduidt, lijkt echter de verhouding af en toe wat zoek.