Katholieke brokstukken

De ‘zuidelijke uitstraling’ van het CDA is al jaren niet meer wat ze was. En dus is er onlangs een nieuwe katholieke partij opgericht. Een echte. Die tegen abortus en euthanasie ageert, en in een moeite door ook maar meteen tegen immigratie en criminaliteit. Met aan het hoofd een overtuigde katholiek. Of is baron van Boetzelaer toch vooral een baantjesjager?
IN APRIL HIELD de Katholiek Politieke Partij haar eerste congres in Den Bosch. Nauwelijks een maand later brak in het CDA opnieuw een bloedgroepenstrijd uit tussen katholieken, gereformeerden en hervormden. Dat kan volgens de voorzitter van de nieuwe partij, mr. G. L. O. baron van Boetzelaer (52), geen toeval zijn: ‘Het broeit in katholiek Nederland. Ik geloof niet dat ik onze partij te veel eer bewijs als ik zeg dat dat het gevolg is van de entree van de KPP op de politieke markt.’

Zo vermoedt Van Boetzelaer dat de oprichting van zijn partij CDA-partijvoorzitter Hans Helgers heeft geinspireerd om enkele weken geleden in de Volkskrant te pleiten voor meer katholieken in de kamerfractie van het CDA. Van Boetzelaer: ‘Helgers heeft gelijk als hij zegt dat de katholieke invloed binnen het CDA veel te klein is. Dat is een van de redenen waarom de KPP is opgericht. Die opmerkingen van hem zouden mede bedoeld kunnen zijn om de KPP wind uit de zeilen te nemen. Wij oefenen immers een zuigende kracht uit op een belangrijk deel van het CDA-electoraat. Het CDA valt uit elkaar en een deel van de brokstukken zal in de KPP terechtkomen.’
Hans Helgers, om commentaar gevraagd, ontkent met klem dat hij zijn uitspraken over het katholieke gehalte van het CDA heeft gedaan met de KPP in zijn achterhoofd. Dat negentig procent van de vierhonderd KPP-leden ex-CDA'er is, zegt hem niets. Helgers is voorzichtig geworden nadat de CDA-fractie in de Tweede Kamer hem vanwege zijn opmerkingen in de Volkskrant hard op de vingers heeft getikt. Dus zegt hij diplomatiek: 'Partijen komen en gaan in Nederland. Het is nu eenmaal een democratisch recht om een politieke partij op te richten. Ik heb geen behoefte om elke nieuwe partij te becommentarieren. Van Boetzelaer heb ik twee keer persoonlijk ontmoet en die contacten waren heel hartelijk. Ik ga niet op de KPP afgeven.’
Marco Jansen (21), economiestudent in Rotterdam en penningmeester van de KPP, ziet een potentieel politiek leider in het CDA-kamerlid Rene van der Linden: 'Hij zou een prachtige lijsttrekker zijn voor de KPP, naast Van Boetzelaer natuurlijk.’ Van der Linden, die bij de laatste kamerverkiezingen twintigduizend voorkeurstemmen kreeg in Brabant en Limburg, lijkt een geestverwant van de nieuwe partij. Hij zei onlangs tegen de GPD-bladen dat zuidelijke katholieken zich onvoldoende in het huidige CDA kunnen herkennen. Gevraagd of hij een zuidelijke afsplitsing van de christen-democraten voorzag, antwoordde Van der Linden dat je in de politiek 'nooit nooit’ kunt zeggen.
KPP-voorzitter Van Boetzelaer: 'Tegen Van der Linden zou ik willen zeggen: probeer het wiel niet opnieuw uit te vinden. Wij zijn er al. Er is in de vorm van de KPP een alternatief geschapen voor zuidelijke katholieken die zich in het CDA onbegrepen en gediscrimineerd voelen. Het zou natuurlijk heel gek zijn als er nog een partij komt die zich richt op dezelfde groep kiezers. Dat mag niet gebeuren. Wij zijn met de KPP begonnen omdat we dat noodzakelijk vonden. Maar op zichzelf geldt: hoe minder versplintering, hoe beter. Ik ben altijd bereid om met Van der Linden te praten over een positie voor hem binnen onze partij. Het lijkt mij overigens hoogst voorbarig om over een lijsttrekkerschap te speculeren.’
Rene van der Linden grinnikt als hij hoort dat de KPP-penningmeester een geschikte lijsttrekker in hem ziet. Hij sluit uit dat hij zich ooit bij de KPP zal aansluiten. 'Ik heb geen enkele behoefte aan een afsplitsing. Toen mij gevraagd werd of er ooit een zuidelijke afscheiding van het CDA zou komen, heb ik alleen geantwoord dat ik niet in de toekomst kan kijken. Maar ik denk dat het CDA in staat zal zijn om de zuidelijke kiezers onder de vleugels te houden.’ Niettemin ziet Van der Linden, in tegenstelling tot Helgers, in de oprichting van de KPP wel degelijk een signaal dat katholieken zich op dit moment niet meer thuis voelen in het CDA. 'Als zich afsplitsingen voordoen’, zegt hij, 'duidt dat op onrust en onvrede bij onze achterban. Daar moeten we aandacht aan besteden. Ik ben niet de eerste die zegt dat het CDA de laatste jaren zuidelijke uitstraling mist. Het CDA moet van onderop opnieuw worden opgebouwd, vanuit de regio’s. We moeten weer met mensen komen waarin kiezers zich kunnen herkennen. Herkenbaarheid loopt langs de lijnen van de regio’s. Dat geldt ook voor Brabant en Limburg. Je ziet in heel Europa dat mensen steeds meer terugvallen op hun eigen omgeving, op de geborgenheid van hun eigen gemeenschap. De regio’s worden daarom steeds belangrijker. Als het CDA regionaliseert, kun je die hele discussie over katholieken en protestanten vermijden. Ik ben ervan overtuigd dat de partij mijn ideeen gaat doorvoeren, de steun voor mijn opvattingen groeit. Als de partij meer macht geeft aan de regio’s, zal het niet moeilijk zijn om de KPP klein te houden.’
'Identiteit’ is het woord dat steeds terugkeert als Van Boetzelaer over zijn partij spreekt. Van Boetzelaer: 'De KPP is vooral een reactie op het gebrek aan identiteit van het CDA, dat door pragmatisme en compromiszucht zijn christelijke karakter heeft verloren. Het CDA heeft te veel concessies gedaan ten aanzien van de legalisering van abortus en de feitelijke legalisering van euthanasie. Dat is gebeurd onder verantwoordelijkheid van minister van Justitie Hirsch Ballin, die altijd over normen en waarden oreerde. Hirsch Ballin wierp zich op als de model-christen-democraat. Omdat hij katholiek is, moet hij het ons niet kwalijk nemen dat onze partij, die volgens katholieke beginselen politiek wil bedrijven, kritisch naar hem kijkt.’
ERNST HIRSCH BALLIN wijst de kritiek van Van Boetzelaer van de hand: 'Het geloof en de politiek hebben gescheiden verantwoordelijkheden. In zijn recente encycliek Splendor Veritatis heeft de paus expliciet een passage gewijd aan landen die te maken hebben met abortus- en euthanasiewetgeving. Hij schrijft dat het legitiem is voor een katholiek politicus om bij een keuze tussen het slechte en het minder slechte te kiezen voor dat laatste. Je moet als katholiek politicus voorkomen dat alle remmen los gaan. Dat heeft het CDA gedaan. We hebben euthanasie niet gelegaliseerd. We hebben alleen de procedures verbeterd, zodat betere controle mogelijk is.
Er zit geen enkele spanning tussen wat de paus zegt en wat het CDA in de wetgeving heeft gedaan. Het oordeel van de kerk roept dus allerminst de noodzaak op om het politieke huis te verlaten waarin katholieken in dit land al sinds jaar en dag werken. Als dat het argument is voor de oprichting van de KPP, zie ik de zin er niet van in. Niet dat ik er behoefte aan heb om mensen tegen heug en meug binnen te houden. Mijn politieke huis blijft het CDA. Wij zijn een bestuurderspartij, maar wel een bestuurderspartij met normen en waarden.’
Van der Linden geeft de KPP voor een deel gelijk als ze zegt dat het CDA meer aandacht moet hebben voor christelijke principes. 'We hebben op het punt van abortus en euthanasie zorgvuldig gehandeld. Maar ik geef toe dat er in de praktijk is afgeweken van wat wij hadden bedoeld. De liberalisering van abortus en euthanasie is meer opgerekt dan ons lief is. Dat is op dit moment binnen het CDA voortdurend onderwerp van discussie. Dat we op dit moment in de oppositie zitten, heeft het grote voordeel dat we nu onze standpunten naar voren kunnen brengen zonder te worden gedwongen tot compromissen.’
De KPP wil abortus en euthanasie opnieuw verbieden en 'censuur, althans in preventieve zin’ (Van Boetzelaer) invoeren om gewelddadige films en pornografie uit te bannen. Penningmeester Marco Jansen: 'We moeten dingen die de moraal aantasten een halt toeroepen. Kijk naar de televisie: alles gaat over seks. Ik doe daar zelf ook wel aan mee. Als ik met mijn vrienden met een biertje aan de bar sta te hangen, staan we ook alleen maar naar mooie vrouwen te wijzen. Maar Filmnet draait tegenwoordig twee, drie keer in de week ’s nachts een pornofilm. Als we maar raak blijven doen, leidt dat waarschijnlijk tot meer abortus. Als je ’s avonds een rondje Kralingse plas gaat lopen, stuit je voortdurend op homo-ontmoetingsplaatsen. Dat wil de KPP verbieden. Het is kolder dat dat allemaal kan in Nederland.’
Een ander christelijk punt in het beginselprogram van de KPP is het bevorderen van 'de gaafheid van het gezin’. Van Boetzelaer is zelf nooit getrouwd. 'Je hoeft niet te kunnen schilderen om van schilderijen te houden’, zegt hij. 'Dat ik bachelor ben, betekent niet dat ik het maatschappelijk belang van goede gezinnen niet kan onderkennen. In Frankrijk heb je een minister van Oud-strijders gehad die nog nooit een schot had horen lossen.’
ONOMSTREDEN IS DE leider van KPP niet. Tot november vorig jaar was Van Boetzelaer nog actief lid van het CDA. Hij heeft in 1994 nog tevergeefs getracht om op de CDA-lijst voor de Tweede-Kamerverkiezingen te komen. In juni was hij kandidaat voor de christen-democraten voor de Europese verkiezingen, zij het op een onverkiesbare plaats. Hij wist toen elfduizend voorkeurstemmen te verwerven dank zij een actie van Christelijke Koers CDA, een beweging die het christelijk gehalte van het CDA probeert te bewaken.
Volgens Peter Latjes, redacteur van het Katholiek Nieuwsblad en KPP-watcher, sloot Van Boetzelaer zich alleen maar bij Christelijke Koers CDA aan ter wille van zijn politieke carriere. Latjes: 'Van Boetzelaer begon een paar maanden voor de Europese verkiezingen opeens een hoop poeha te maken over het geringe ethische gehalte van het CDA. Daarvoor hoorde je hem daar nooit over.’
Hirsch Ballin: 'Die kritiek van mijnheer Van Boetzelaer op het CDA moet zijn opgekomen nadat in juni de Europese verkiezingen zijn gehouden. Toen was het beleid van het vorige kabinet al in lijn gebracht en zelfs uitgevoerd. Toch heeft hij nog campagne gevoerd voor de partij waar hij nu tegen ageert. Ik vind daarom de voor de noodzaak van de KPP aangevoerde argumenten niet erg helder. Mogelijk hebben andere motieven een rol gespeeld. Daar wil ik verder niet in treden.’
Ook Hans Helgers plaatst een vraagteken bij Van Boetzelaers beweegredenen: 'Het CDA is een christelijke partij. Dat is een heel duidelijk vertrekpunt. Een aantal maanden geleden geloofde Van Boetzelaer daar zelf ook nog in. Dit is dus wel een heel plotselinge bekering.’
Van Boetzelaer bestrijdt dat hij een baantjesjager is. 'Ik zat goed bij het CDA. Ik had daar leuke dingen te doen. Wat het zwaarst is, moet echter het zwaarst wegen. Dat zijn de christelijke idealen. Ik zei dat ook toen ik nog lid was van het CDA, maar daar werd onvoldoende naar geluisterd.’
Van Boetzelaer sluit niet uit dat de KPP in de toekomst regeringsverantwoordelijkheid gaat dragen. 'Omdat het door het afkalven van de grote partijen steeds moeilijker wordt om een meerderheid in de kamer te halen, neemt de relatieve macht en invloed van kleine partijen toe. Er zijn ook steeds meer partijen nodig voor een coalitie. Als het mogelijk is om een meerderheid te vormen met VVD, CDA, de kleine protestantse partijen en de KPP, is het niet onmogelijk dat zo'n regering er komt. Dan kunnen we ook een minister of een staatssecretaris leveren.’
Van Boetzelaer werkte negen jaar als analist bij de Inlichtingendienst Buitenland. Die dienst werd in 1992 opgeheven. Sinds die tijd is hij met behoud van salaris 'herplaatsingskandidaat’ bij de rijksoverheid. Hij ziet persoonlijk wel iets in de post van minister van Buitenlandse Zaken. 'Als partijvoorzitter moet ik natuurlijk vrij all round zijn, maar op dat beleidsterrein ligt een belangrijk stuk van mijn ervaring.’
DE KPP DENKT te kunnen profiteren van de onrust onder de CDA-kiezers. Van Boetzelaer: 'Ik geef toe dat er in de periode dat Lubbers nog oppermachtig was, veel minder ruimte zou zijn geweest voor een partij als de onze.’ Zijn KPP richt zich op de ouderen die naar het inmiddels uit elkaar vallende AOV zijn overgelopen en de boeren die vorig jaar voor het eerst massaal het CDA de rug toekeerden. De noodzaak van 'het floreren van de land- en tuinbouw’ en het in stand houden van de AOW zijn dan ook belangrijke punten in het partijprogramma van de KPP.
Van Boetzelaer rekent op vier of vijf zetels bij 'de eerste klap’, de kamerverkiezingen over drie jaar. 'Ik denk dat we in staat zullen zijn om ook andere mensen naast principiele katholieken aan te trekken. We leven in het tijdperk van de zappende kiezer. Ik kan mij voorstellen dat iemand redeneert: ik ben het niet eens met het verbieden van abortus en euthanasie, maar daar krijgen jullie in de nabije toekomst toch geen meerderheid voor. Dus ik stem op de KPP omdat ik het wel eens ben met jullie stellingname tegen criminaliteit en immigratie.’
In het beginselprogram van de KPP staat te lezen: 'Goed rentmeesterschap vereist voor ons dichtbevolkte land met betrekking tot vreemdelingen een in alle opzichten verantwoord toelatings- en remigratiebeleid.’ Met andere woorden: Nederland is vol. Van Boetzelaer: 'Dat is een kreet die je niet zo kunt hanteren. Maar in een land waar het Groene Hart eraan dreigt te gaan omdat de Randstad aan elkaar groeit en waar zelfs onder academici een ernstige werkloosheid heerst, zit je natuurlijk niet te wachten op immigranten. Onze mensen, de Nederlanders, zijn daar niet bij gebaat. En ook die mensen van buiten niet, want die zijn vaak slecht opgeleid en worden werkloos, wat weer leidt tot lediggang en criminaliteit.’
Peter Latjes schreef in het Katholiek Nieuwsblad een uiterst kritisch stuk over de KPP, omdat de partij zich louter met deze rechtse thema’s tracht te profileren. Pijnlijk voor de KPP, want de zeventienduizend abonnees van het Katholiek Nieuwsblad zijn allemaal actieve katholieken. Latjes: 'De KPP zegt de sociale leer van de katholieke kerk te onderschrijven, maar op concrete punten zie ik daar niets van terug. Ja, wanneer alle katholieken morgen op de KPP stemmen, wordt het de grootste partij van Nederland. Maar dat zal niet gebeuren. Met een aantal van twintigduizend kiezers mag Van Boetzelaer al blij zijn. Een katholiek zal zeker niet op hem stemmen. Ik.’