Buitenland: Rusland

Kaviaarmaffia

MOSKOU – In Rusland klinkt op grote schaal de roep tot herinvoering van de doodstraf na de bloedige aanslag op een feestelijke optocht ter herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog, vorige week donderdag in de Dagestaanse garnizoensplaats Kaspiisk. Daarbij kwamen 42 mensen om en werden 150 mensen gewond. Het parlement van de Russische deelrepubliek Dagestan, dat grenst aan Tsjetsjenië, heeft bij monde van voorzitter Magomedali Magomedov president Poetin verzocht om het moratorium op de doodstraf – dat Moskou in 1996 invoerde – op te heffen. De toenmalige Kremlinleider Jeltsin was gedwongen de uitvoering van doodstrafvonnissen in de ijskast te zetten om te worden toegelaten tot de Raad van Europa.

In de Doema (de Russische Tweede Kamer) gaan sindsdien regelmatig stemmen op om het moratorium op te heffen in de strijd tegen maffiaclans, het ‘moslimterrorisme’ en de zware criminaliteit die in grote steden als Moskou en Sint-Petersburg nog maandelijks stijgt. ‘Misdadigers die aanslagen plegen zoals in Kaspiisk hebben geen recht op genade’, aldus Magomedov, die zijn verzoek later deze maand zal bepleiten in Moskou. Poetin houdt echter vol dat de doodstraf in het postcommunistische Rusland niet past. Hoewel de Tsjetsjeense rebellenleider Aslan Maschadov ontkent dat hij iets met de recente aanslag in Kaspiisk heeft te maken, heeft het Dagestaanse ministerie van Binnenlandse Zaken een Tsjetsjeense krijgsheer van Dagestaanse komaf als verdachte aangewezen: Rappani Khalilov, die zich op dit moment zou schuilhouden in het noorden van Tsjetsjenië. ‘Ik zweer dat hij snel opgepakt, dan wel geëlimineerd zal worden’, beloofde Dilgirei Magomedtagirov, de Dagestaanse minister van Binnenlandse Zaken, tijdens een persconferentie. Bij terreuraanslagen in Rusland worden vrijwel automatisch de Tsje tsjeense moslimrebellen beschuldigd die al zes jaar vechten voor autonomie, maar zelden worden daders opgepakt en berecht. Ook ditmaal is er alle reden om aan de Tsjetsjeense link te twijfelen. Volgens Russische kranten is het niet uitgesloten dat de aanslag een afrekening betrof tussen (corrupte) grenswachten en smokkelaars in Kaspiisk, een vissersplaatsje aan de Kaspische Zee, waar de illegale handel en smokkel van kaviaar een miljoenenbusiness is.

Uitgerekend deze maand is het de zogeheten poetina (de paartijd) waarop steuren vanaf zee de Wolgadelta inzwemmen om hun kostbare kuit te verschieten. Politiek, kaviaarmaffia en grenstroepen vormen drie handen op één buik, en het is in Dagestan regelmatig tot razborki ( afrekeningen) gekomen. De Russische ombudsman voor de mensenrechten, Oleg Mironov, heeft intussen felle kritiek op de Russische overheid geleverd, omdat die de burgers niet voldoende zou beschermen. Volgens Mironov is het aantal terreuraanslagen buiten Tsjetsjenië van twintig in 1999 tot ruim driehonderd vorig jaar gestegen.