Toneel

«Keelsnoerend», zegt de curator

Toneel: Theaterfestival opent met ‹Achter ’t eten›

Het toneelseizoen is van start. De openingsvoorstelling van het jaarlijkse Theaterfestival, met de «meest belangwekkende voorstellingen» van het vorige seizoen, zit erop. Het juryrapport, Een jaar in het duister: Toneeldagboek van een eenmansjury door Martin Schouten, is gelezen. De drie meest aangename voorstellingen uit zijn selectie, zijn niet te zien. Categorie grote zaal, Tartuffe van Molière in de regie van Jürgen Gosch, het Nationale Toneel: afwezig. Categorie locatie, Tim van Athene, vrij naar Shakespeare en Pim Fortuyn in de regie van Gerardjan Rijnders door Het Toneelhuis (Antwerpen) en ZTHollandia (Eindhoven): niet hernomen. Categorie kleine zaal, Poquelin, een biotragiecomedy over Molière door de geniale Vlaamse hufters van tgSTAN: niet te zien. Opgaaf van redenen van deze absenties: vaag, onvolledig. Dat schiet allemaal niet echt op.

De openingsvoorstelling dus, maandag 30 augustus, Theater Bellevue Amsterdam, Achter ’t eten door Toneelgroep Ceremonia, Het muziek Lod en Theater Zuidpool – ondernemingen uit het Vlaamse Gent. Kale speelvloer (heerlijk), oranje belichte rechthoekige baan aan de rand, binnenin een blauwe rechthoek die geleidelijk meekleurt in oranje, links vooraan een verhuiskrat. Een vrouw loopt manisch in de oranje baan, een tweede vrouw – in de blauwe rechthoek – maant haar tot kalmte. Die tweede vrouw sjouwt met een supermarkttas, waarin iets steekt waarop ze regelmatig kan gaan zitten. Ze zijn dochter en moeder, dochter lijkt heftig depressief, moeder hysterisch kalmerend, ze zwepen elkaar op in crisisbeheersing, wat tot almaar heftiger crises leidt. Hun in het West-Vlaams uitge sproken dialogen worden begeleid door een zacht pianogetokkel. Af en toe barsten de – overigens zwaar met verwondingen geschminkte – vrouwen uit in a-capellagezang dat aanvankelijk kraaienvals lijkt, maar steeds wonderlijker, prachtig melodisch samenkomt. Soms bast er een baard in de keel van de vrouwen. Dan doen ze de boze mannen: de psychiater, de vader, de verkrachter.

We belanden in een WestVlaamse streekroman uit het tijdvak van net voor Dutroux, Hugo Claus’ Omtrent Deedee in het kwadraat. Ranzige seks nét voor de sacramentsprocessie achter het patronaatsgebouw, en dan in de sacramentsprocessie ontdekken dat je verkrachter Judas Iskarioth loopt te spelen, naast je vader (die ook nog wel eens onder je rokken wilde grijpen) als Jezus. En dan krijgen die twee tijdens de sacramentsprocessie nog ruzie ook! De vrucht van de verkrachting wordt vanzelfsprekend achter gesloten deuren in een West-Vlaams nonnenklooster geboren en daarna door de grootmoeder verstikt onder een kussen. Dat daarna – mét het babylijkje – in de vuilbak moet. En daarna moeten ze met z’n allen verder in ’t leven, achter ’t eten.

Regisseur Erik de Volder heeft de correspondentie waarop dit allemaal is gebaseerd in de vuilbak, of op de markt, gevonden. Ineke Nijssen en Marijke Pinoy doen een serieuze poging om de lelijke strepen van hun geschilderde maskers weg te spelen. De muziek van Dick van der Harst is mooi. Het zal dus aan mijn stemming liggen: ik werd he-le-maal gek van deze voorstelling. De wendingen in het verhaal zag ik van lichtjaren ver aankomen, de vuilcontainers vrouwelijk leed raakten me voor geen millimeter, tijdens de sacramentsprocessie heb ik overigens wel hartelijk gelachen – voornamelijk over de verbeelding van de jongens van de West-Vlaamse firma’s die Jezus’ apostelen moesten verbeelden. Maar voor het overige vervloekte ik de eenmansjury-theaterfestivaldagboekanier-curator Martin Schouten. Ik heb de passage in zijn Een jaar in het duister over Achter ’t eten nog eens opgezocht. Hij had toen wel erg veel «tóneel»-toneel achter de kiezen. Dan grijp je allicht naar iets sobers en kleins. Maar dit is niet sober. En wél heel erg klein!

Waarschijnlijk niet meer te zien. Inlichtingen: www.theaterfestival.nl