Hoogleraar politicologie, Universiteit Twente

Kees Aarts

Politieke sturing

Het grootste sociale vraagstuk van deze tijd in Nederland is niet nieuw, niet typisch Nederlands, en het raakt vrijwel alle facetten van de samenleving in plaats van een specifieke sector. Het is de spanning tussen politieke sturing en economische ontwikkeling. Een abstract en immens vraagstuk, maar juist daarom zo belangrijk. Effectieve politieke sturing van de economie lijkt in moderne liberale democratieën steeds moeilijker te worden. In Nederland komen daar nog enkele extra problemen bij.

“We hebben de wolf bij de oren, en we kunnen hem niet vasthouden maar ook niet veilig loslaten”. Deze metafoor van Thomas Jefferson, waarmee hij het systeem van slavernij in de zuidelijke staten van de VS schetste, beschrijft ook de grip van (doorgaans) nationale overheden op de ontwikkeling van de economie. In de afgelopen dertig jaar is de wolf merkbaar sterker geworden. Allereerst was er de swing van de verzorgingsstaat naar meer markt die vorm kreeg in Thatchers Groot-Brittannië, en daarna in grote delen van Europa. In de tweede plaats kwam de Europese eenwording in een stroomversnelling, waarbij het creëren van een gemeenschappelijke markt in een groeiende Europese Unie onvoldoende gepaard is gegaan met adequate democratische controlemechanismen. In de derde plaats is de globalisering van de economie mede als gevolg van technologische ontwikkelingen in een nieuwe fase beland, waardoor een grootscheepse herverdeling van economische activiteiten over landen en werelddelen in gang is gezet.

Natuurlijk zijn er tegenkrachten. Naast de nationale overheden en de EU zijn er allerlei andere arrangementen ontstaan tussen en boven staten die tot doel hebben om de uitwassen van het feitelijke primaat van de economie te beteugelen. Of deze tegenbewegingen effectief zijn, valt te betwijfelen. Ook hun legitimiteit - het geloof onder burgers in hun juistheid - laat op zijn best te wensen over.

In Nederland komen hier nog een paar complicerende factoren bij, vooral bij de vertaling van de opvattingen van burgers in de vorming van een regering. Door maatschappelijke en individuele modernisering is de traditionele binding tussen burgers en politieke partijen en Nederland net als in elders in de Westerse wereld snel aan het verdampen. Dat heeft hier tot een grote instabiliteit van het partijenlandschap geleid. De wolf wordt sterker en degene die hem vasthoudt, zwakker.

Gevraagd naar wat na de verkiezingen van 2006 en 2010 het belangrijkste politieke probleem voor Nederland is, noemt bijna een op de drie kiezers problemen zoals de politieke verdeeldheid, de onmacht om een daadkrachtige regering te vormen, het grote aantal partijen.

Globalisering en een haperend politiek stelsel verstoren de balans tussen politieke sturing en economische ontwikkeling. De nationale overheid, in de ogen van de meeste burgers nog de hoeder van vrijheid, sociale zekerheid en democratie, dreigt hierdoor niet alleen effectiviteit maar ook legitimiteit te verliezen.

Is er een oplossing? Een optimist kan wijzen op Karl Marx’ overtuiging dat de mensheid steeds uitsluitend problemen bedenkt die ze kan oplossen. De materiële voorwaarden voor een oplossing moeten aanwezig zijn. Een pessimist werpt tegen dat de oplossingen in Marx’ naam afdoende hebben gefaald.


Bekijk ook de pagina van Kees Aarts bij de Universiteit Twente