Kelders in het veen

WIE BIJ KLAZIENAVEEN denkt dat hij er bijna is, komt bedrogen uit. De afslag naar Emmer-Erfscheidenveen strekt zich uit als een eindeloos lint langs het kanaal. Arbeiderswoningen worden afgewisseld met een enkel herenhuis of boerenhoeve. Ze vormen het decor waartegen zich binnen de veenkoloniën sinds zomer 1997 een drama afspeelt, tien jaar nadat Oude Pekela door een ontuchtaffaire werd opgeschrikt. Acht ouderparen zoeken naar een verklaring voor de verhalen van hun kinderen. Die vertellen te zijn misbruikt, onder meer in kelders van de school. Bij het politieonderzoek werden geen kelders aangetroffen, maar de ouders zijn niet gerustgesteld. Velen van hen werken bij Akzo of in de bouw. In hun vrije tijd gaan ze door met rechercheren. Ze willen hun verhaal kwijt. De oudere kinderen zijn ook bereid te praten.

‘MIJN ZOON was al meer dan een jaar onder behandeling van de kinderarts vanwege een kapotte anus. Het velletje was er altijd af’, vertelt een van de moeders. 'Hij had bloed bij zijn sluitspier en altijd pijn bij het poepen.’ De kinderarts volhardde in haar diagnose: harde ontlasting.
De kinderen poepten voortdurend in de broek. Een van de moeders had aan een kleuter gevraagd hoe dat kwam. 'De grote jongens plagen mij’, vertelde het meisje, 'ze steken stokjes in mijn kontje en mijn plassertje.’
De gealarmeerde ouders polsten hun kinderen. Twaalf kleuters bevestigden het verhaal en vertelden te zijn misbruikt en mishandeld door jongens uit groep zeven en acht. De ouders deden aangifte bij de politie. De dadertjes bekenden en moesten voor straf een opstel schrijven.
Met de belofte van de schoolleiding om maatregelen te nemen gingen de ouders in juni 1997 de zomervakantie in. De rust keerde terug. Geen kapotte anussen meer, geen poepbroeken en geen harde ontlasting.
Een week na de vakantie begonnen de klachten opnieuw. Maatregelen op school waren uitgebleven. De kleuters hadden buikpijn, kwamen onder de poep thuis en waren bang om naar school te gaan. Er zou regelmatig een schoolarts zijn geweest bij wie ze zich moesten uitkleden. Ze werden gefotografeerd. De ouders wisten van niets. Er volgden steeds meer vreemde verhalen. De dadertjes van de eerdere ontuchtaffaire zouden niet vrijwillig hebben gehandeld. Leerkrachten en ouders, onder wie hun eigen vaders, zouden de jongens hebben aangezet om 'stokjes in het kontje’ van de kleintjes te duwen. Dit zou zijn vastgelegd door een fotograaf.
Verscheidene kinderen vertelden hoe ze samen met de hoofdonderwijzer plaatjes van de kinderen op de computer hadden getoverd. Een twaalfjarige jongen zag een grote panter door het beeld springen, waarna foto’s van blote kinderen verschenen.
In de herfstvakantie besloten de ouders van achttien kinderen om ze van school te halen en opnieuw aangifte te doen. Er zijn acht uitgebreide processen-verbaal van aangifte, tezamen vormen ze een gedetailleerde kroniek waarin de ouders verslag doen van wat hun kinderen hebben verteld.
NADAT DE KINDEREN van school waren, doken steeds meer verhalen op. Ze vertelden dat ze waren meegenomen naar locaties elders - 'We moesten naar een gele deur’ - en naar diverse kelders onder en bij de school. In verschillende ruimtes, waaronder het lerarenkamertje, zouden toegangsluiken zijn.
Een achtjarig jongetje vertelt hoe ze bij het schijnsel van een zaklamp naar de kelders liepen: 'Je moest het trapje af en even bukken. Daarna kon je rechtop lopen. Er was een lange gang onder de grond, met een hobbelige vloer van geel zand. Op de muren waren woordjes gespoten, met een spuitbus. De grote mensen moesten gebukt lopen, die hadden een overall aan om niet vies te worden. In een zijgang was een put waar een zilveren deksel op lag met gaten erin waar je doorheen kon kijken. In de put zag je drollen drijven. Door die gang kon je niet verder, aan het andere eind daarvan lagen skeletten. Je moest dan teruglopen naar de lange gang.’
Hij beschrijft dat aan het eind daarvan een boekenkast stond met een rode knop. Drukte je daarop, dan draaide de kast weg. Erachter was een ruimte met een luik dat onder het zand verborgen was. Er lag altijd een schepje bij. 'Door het luik kwam je in de kelder’, vertelt hij, 'daar konden de grote mensen weer staan.’
Een zesjarig meisje had haar moeder verteld dat het in de kelder zo lekker naar broodjes rook. Pal naast de school ligt een voormalige bakkerij. Het pand staat te koop. De advertentie van de makelaar vermeldt dat zich onder het pand drie kelders bevinden, die samen 160 vierkante meter beslaan. Een aspirant-koper werd niet tot de kelders toegelaten. Er zat een grote ketting op de deur waarvan de makelaar op dat moment geen sleutel had.
IN DE VERHALEN van de kinderen doken telkens twee fotografen op. Bij de incidenten was er altijd een van de twee aanwezig. De fotograaf zou hen voorafgaand aan het misbruik pilletjes hebben gegeven, die heel vies smaakten. Uit het aangifteverslag: 'J. vertelde dat hij buikpijn en hoofdpijn kreeg van deze snoepjes en dat hij zich daarna heel raar voelde. Voorts vertelde hij mij dat hij die snoepjes elke keer kreeg als ze werden misbruikt of naar de fotograaf moesten.’ De kinderen waren altijd suf, vertellen de moeders, en vielen na schooltijd op de bank in slaap. Ook vertelden ze te zijn geïntimideerd: 'Als je iets vertelt, maken we je ouders dood.’
Een zesjarig meisje heeft in het voorjaar van 1997 slechts zes weken op de school gezeten. Haar ouders waren in die tijd verhuisd naar Emmer-Erfscheidenveen. Hoewel ze tot dan toe met plezier naar school was gegaan, veranderde haar gedrag op slag, vertelt haar moeder. Haar hele relaas staat in het aangifteverslag: 'Eind mei, voor het einde van het schooljaar, hebben mijn man en ik A. daar van school gehaald. Het ging helemaal niet. A. veranderde zienderogen. Ze werd een heel ander kind. A. kwam na schooltijd thuis en dan bleek bijvoorbeeld dat zij in de broek gepoept had. Zij had ook problemen om de ontlasting kwijt te raken en haar plasser was rood en geïrriteerd. Zij werd voor onze begrippen wat agressiever en onhandelbaarder.’ De ouders weten haar gedrag aan de verandering van school. De gedachte aan seksueel misbruik was destijds nooit bij hen opgekomen.
Op een vrijdagmiddag had het meisje huilend gevraagd of ze alsjeblieft terug mocht naar de oude school. Hoewel die tien kilometer verderop lag, stemden de ouders toe. 'We wilden liever elke dag tien kilometer rijden en haar gelukkig zien dan haar op De Dreef te laten.’
Pas enkele weken later begon het meisje te vertellen over wat zich op de school had voorgedaan. Ze heeft alles helemaal zelfstandig verteld, zegt haar moeder uitdrukkelijk. 'Wij wilden haar niet confronteren met verhalen van anderen, dan wisten we niet meer of het haar eigen verhaal was.’
Uit het verslag: 'A. vertelde tegen ons dat zij samen met een vriendje, K., achter een bosje moest wachten. Mijn dochter moest op de grond zitten en zij moest wachten tot de oudere jongens met K. klaar waren. Daarna was zij bij de oudere jongens aan de beurt en werd zij met stokjes bewerkt. Zij vertelde dat zij van de jongens haar benen wijd moest doen en dat zij had gehuild. Zij vertelde dat zij mij geroepen had.’
Verderop in het verslag beschrijft het meisje dat die meneer, achter op het schoolterrein, 'met zijn piemel tegen haar plassertje aan ging. Zij vertelde dat zij de broek aan hield omdat zij deze niet uit wilde doen. Zij vertelde dat meneer H. wel in zijn blote piemel stond en dat hij geluid maakte en dat er vervolgens witte plas uitkwam. Hij draaide zich toen een slag weg. Juf A. en juf G. stonden op dat moment bij de zandbak.’
De ouders hebben inmiddels hun huis verkocht en gaan binnenkort verhuizen - omwille van het kind.
IN ANDERE aangifteverslagen worden verkrachtingen beschreven: 'J. vertelde dat de vader van P.T. daar stond met zijn blote piemel. De fotograaf maakte daar foto’s van. Ook vertelde hij mij dat M. op zijn buik op de tafel werd gelegd in de kelder. In de kelder brandde licht. Hij vertelde mij dat de vader van P.T. achter M. ging staan en met zijn blote piemel langs M. zijn kontje ging wrijven. M. lag op die tafel in zijn blote kont. Dat waren J. zijn eigen woorden. Daarna ging de vader van P. “heen en weer wippen” tegen M. zijn kont. J. heeft mij dit gisteravoind voorgedaan en het kwam er bij mij op neer dat M. door T. anaal werd verkracht. (…) J. zei dat de vader van P. heel erg lachte. Hij vertelde mij dat M. heel erg gierde. Hij vertelde dat L., het broertje van M., heel verdrietig was. J. zei dat er foto’s werden gemaakt door de fotograaf.’
Nadat er aangifte was gedaan zijn de kinderen op uitdrukkelijk verzoek van de ouders verhoord in kindvriendelijke verhoorstudio’s op verschillende locaties in het land. Ze waren teleurgesteld teruggekomen. Een twaalfjarige jongen vertelt waarom: 'Toen ik over de kelders begon zei de agent dat het niet waar was, dat ik loog, omdat er helemaal geen kelders waren. Hij liet me foto’s zien van de kruipruimtes. Toen heb ik verder niets meer verteld want ze zouden de rest dan ook niet geloven.’
In november 1997 werden de ouders ontboden bij officier van justitie Läkamp, die uitlegde dat de zaak werd geseponeerd. Justitie had onder de school geen kelders aangetroffen. De verhalen konden daarom niet op waarheid berusten. Er zijn dan ook geen verdachten gehoord.
PERSOFFICIER van justitie Tempel vindt het niet kies om commentaar te geven. De bemoeienis van justitie is afgelopen. Het Openbaar Ministerie heeft wel een persbericht uitgebracht, waarin het een verklaring geeft: 'Voor zover onderdelen van de aangiften wel worden bevestigd kunnen de verklaringen niet kloppen en voldoen zij niet aan de minimale eisen van betrouwbaarheid. Onderzoek op en rondom de school heeft aangetoond dat de aangiften feitelijk niet juist kunnen zijn.’
In hetzelfde persbericht wordt vermeld op grond waarvan justitie tot haar oordeel is gekomen: 'Uit onderzoek op en rond de school is gebleken dat er geen camera in de kamer van de directeur aanwezig is of is geweest en dat er geen stoffelijke resten van mensen in de nabijheid van de school zijn begraven.’ En: 'In de aangiften wordt tevens gesproken over personen die zich voorgedaan zouden hebben als een “schoolfotograaf” en een “schoolarts” en die bij het seksueel misbruik betrokken zouden zijn. Getuigenverklaringen hebben aangetoond dat de reguliere schoolfotograaf en de reguliere schoolarts niet in de aangegeven periode op de school aanwezig zijn geweest.’
Het verzoek van de ouders om videobanden van de verhoren te mogen zien werd door justitie niet ingewilligd. Dit zou niet mogelijk zijn vanwege auteursrechten. Ook de schriftelijke verhoorverslagen hebben de ouders en hun advocaten nooit gekregen. Wel mochten ze nog een keer in de school kijken om zich ervan te overtuigen dat er geen kelders waren.
Volgens de ouders troffen ze bij het bezoek aan de school op diverse plekken nieuwe vloerbedekking aan, onder meer in het kamertje van de hoofdonderwijzer. Ook zagen ze gecementeerde luiken. De lezing van de gemeente is dat deze al vijftien jaar geleden zijn dichtgesmeerd. Ook een zijdeur in de school zou sinds die tijd dicht zijn, hoewel diverse ouders verklaren twee jaar geleden op die plek nog een rode deur te hebben gezien. Een eveneens rode buitendeur, de toegang tot het berghok, was tijdens de rondleiding op slot. De agent die de ouders begeleidde had het te pijnlijk gevonden om het hoofd van de school te vragen de sleutel te halen.
DE OUDERS legden zich er niet bij neer. Via hun toenmalige advocaat Schultz, van letselschadebureau Houkes, eisten ze bouwtekeningen van de school. 'Daarop was inderdaad een kelder te zien’, verklaart Schulz, 'die was gesitueerd onder het berghok. Waarschijnlijk had de kelder behoord tot de schoolmeesterswoning die daar vroeger had gestaan, in directe verbinding met de school.’ Het toegangsluik tot deze bewuste kelder bevindt zich volgens de ouders in het berghok, waarvan de deur gesloten bleef.
Dat de politie de kelders onder de school niet had kunnen vinden was geen wonder, had een van de kinderen bij de aangifte gezegd. Het verslag: 'Hij had namelijk een grote betonauto aan de achterkant van de school gezien. De mensen van deze betonauto hadden een grote betonslang uitgerold en lieten het beton achter de speelschuur lopen. De rest van de beton werd door de vaders van M.K., N.O., M.K. en N.S. in emmers de kelder ingedragen.’
De Emmense wethouder van onderwijs Tiens Eerenstein, die in januari van dit jaar is aangetreden, ontkent dat er beton is gestort: 'Er zijn mensen die zeggen een auto van de Emmer Betoncentrale te hebben gezien bij de school. We zijn dat nagegaan in de administratie van het bedrijf, maar daar is niets bekend van een levering aan de school.’
Een twaalfjarige oud-leerling vertelt spontaan hoe zij op een ochtend even uit de klas de gang op liep om iets uit de kleuterklas te halen. Ze zag toen dat de hoofdonderwijzer met drie vaders een grote teil cement de school in droeg. De mannen liepen naar het lerarenkamertje. Het meisje had vervolgens door de openstaande deur gezien hoe de mannen het luik in dat kamertje dichtsmeerden.
Volgens Eerenstein is er in het lerarenkamertje nooit een luik geweest. De vijfendertigjarige Geert Jalving herinnert zich dat dit wel het geval was. Hij is oud-leerling van de school, die indertijd nog 'De drie poortjes’ heette. Jalving vertelt dat zich onmiddellijk achter de deur van het lerarenkamertje een groot luik bevond dat was bekleed met groen linoleum. In het midden was een koperen ring te zien, waaraan men kon trekken om het luik te openen. Wat daaronder was weet hij niet.
Jalving heeft zelf les gehad van de huidige hoofdonderwijzer. 'Hij was streng, maar een goede docent.’ Dat de man uit zichzelf ontucht zou plegen kan hij zich niet voorstellen. 'Maar je weet het niet’, zegt hij, 'misschien staat hij onder druk.’
De hoofdonderwijzer wil zelf niets zeggen: 'Dat heb ik aan de burgemeester en de wethouder overgelaten.’
IN JULI 1998 hebben de acht ouderparen middels een kort geding geëist dat TNO mag onderzoeken hoe oud het beton is dat zich in de kruipruimtes en op de luiken bevindt. Ze waren op dat moment toe aan hun derde advocaat, Willem Anker uit Leeuwarden, die het civiele gedeelte in de procedure overlaat aan zijn Groningse collega Leerink. De vordering in het kort geding is afgewezen. De rechter heeft de aanklagende ouders verwezen naar de artikel 12-procedure. Dat wil zeggen dat men bij het gerechtshof in Leeuwarden kan klagen over niet-vervolgen. Daarvoor zijn echter stukken nodig, die justitie niet aan de advocaat wil overhandigen, en verdachten, die er volgens justitie niet zijn.
De verdediging verbaast zich over de weigerachtigheid van de gemeente Emmen en het Openbaar Ministerie te Assen. Zij vindt dat er alleen rust kan komen indien het onafhankelijk onderzoek zo snel mogelijk plaatsvindt. Er had allang duidelijkheid kunnen zijn als de gemeente direct had toegestemd in het verzoek, aldus de advocaten. Zij hebben inmiddels een brief gestuurd naar minister van Justitie Korthals met het verzoek het besluit van de officier van justitie te vernietigen opdat de verdediging alsnog de beschikking krijgt over de benodigde stukken.
BURGEMEESTER Peter van der Velden van de gemeente Emmen wil wel een toelichting op de zaak geven: 'Justitie heeft de zaak diepgaand en voortvarend onderzocht. Daarbij is gebleken dat er geen kelders zijn. Op de bouwtekening is een kleine provisiekelder te zien die vijftien jaar geleden al is dichtgestort. Ik zie dan ook geen reden om toestemming te geven de school nogmaals te onderzoeken. Ik heb ook rekening te houden met de gevoelens van de ouders en leerkrachten van De Dreef. Zij vinden nu al dat ik te ver ben gegaan door de aanklagende ouders nog eenmaal in de school toe te laten. De hele affaire heeft deze mensen onnoemelijk veel leed toegebracht.’
Van der Velden kent niet de gruwelijke verhalen die de kinderen vertellen. Alleen via de kranten heeft hij iets vernomen. 'Ik wil geen details weten. Dan zou ik niet meer onbevangen met de betrokkenen om kunnen gaan.’ Hij onderhoudt nauw contact met de hoofdonderwijzer. 'Deze woont in het dorp en staat daar goed bekend.’
Wat zou een verklaring kunnen zijn voor de schokkende beweringen van de kinderen? Dat is een vraag waarop hij geen antwoord heeft, maar die hem wel bezighoudt. 'Als het tóch waar zou zijn, heb ik een veenbrand.’
Ook Jan van Beek, coördinerend jeugdarts bij de GGD Emmen, kan de verhalen van de kinderen niet verklaren. Net als de burgemeester kent hij niet de gedetailleerde beweringen van de kinderen. Wel weet hij van het misbruik met stokjes door de oudere schoolkinderen. Of dit normaal seksueel gedrag is voor elfjarige kinderen? 'Nee’, zegt hij resoluut, 'we hebben daarom ook de dadertjes en hun ouders hulp aangeboden. Het is bekend dat kinderen die dit soort gedrag vertonen, vaak zelf zijn misbruikt. Van de gezinnen die de hulp afwezen zijn daarom de namen doorgegeven aan de Raad voor de Kinderbescherming.’
Van Beek wist niet dat de ouders van de jonge ontuchtplegers door de vermeende slachtoffertjes als daders worden aangemerkt. Wanneer hij een citaat hoort uit het aangifteverslag is hij heel resoluut: 'Dat kunnen ze niet zelf verzonnen hebben. Dat moeten ze hebben meegemaakt, gezien of gehoord.’ Het is hem bekend dat de kinderen nog steeds ernstige problemen hebben. Van Beek: 'Die zijn niet te verklaren door de affaire met de stokjes. Die is van een ander niveau. Voor zulke verhalen is eigenlijk geen onschuldige verklaring te geven.’
De huisartsen zelf zijn allemaal afwerend, op het vijandige af. Römkens, de huisarts van een van de vermeende slachtoffertjes, ontkent aanvankelijk patiëntjes te hebben die op De Dreef zaten. 'We willen ons niet in een wespennest steken’, zegt hij wanneer hij wordt geconfronteerd met de naam van het kind. Hij kan zich niet voorstellen dat de beschuldigingen op waarheid berusten en denkt dat er sprake is van een hetze tegen de leerkrachten.
Men wil rust in het achttienhonderd zielen tellende dorp. Dat is ook gebleken uit de handtekeningenactie waarbij vijfhonderd mensen zich solidair verklaarden met het onderwijsteam.
INTUSSEN VULLEN de kinderen het verhaal telkens nog aan. Onlangs reden twee van de moeders met hun zoons in de auto naar de Gamma, op het industrieterrein in Emmen, een kwartiertje rijden van Emmer-Erfscheidenveen. 'Kijk mam’, hadden de jongens ineens gezegd, 'als je die weg inrijdt kom je bij het fabriekje waar de fotograaf de pillen maakte.’
De jongens, zeven en acht jaar oud, leidden hun moeders over het terrein. 'Daar op het gras kun je de auto neerzetten, dat deed de fotograaf ook.’ Door het struikgewas liepen ze naar de achterkant van een bedrijf: Gankema Betonboringen. 'Achter dat hek, in dat gebouw, ging de fotograaf altijd pilletjes voor ons maken, in een schudmachine. Als hij klaar was zette hij de machine weer weg.’ Zijn moeder geloofde hem niet; het hek was veel te hoog om er overheen te klimmen. De kinderen wezen op een grote metalen deur in het hek. 'Hier had de fotograaf de sleutel van. En als hij klaar was mochten wij daar spelen.’ Hij wenkte naar een enorme berg zand op het terrein van een belendend bedrijf: de Emmer Betoncentrale.
De autorit werd vervolgd. Een stukje verderop kwamen ze bij een modern grijs gebouwtje. Het opschrift leert dat het om een fotostudio gaat. 'Daar moesten we naar binnen om ons uit te kleden.’ Twee knalgele deuren vormen de toegang tot het pand.
DE KINDEREN van de acht ouderparen zitten nu een jaar op een andere school. Ze poepen niet meer in hun broek en hebben geen kapotte anus of harde ontlasting meer. Maar de problemen zijn niet over. Ze zijn vaak onhandelbaar, hebben slaapproblemen, angsten en paniekaanvallen. Ze zeggen op het speelplein van de nieuwe school nog steeds te worden geïntimideerd door de vermeende daders.
De kinderen spelen voortdurend seksspelletjes, hoewel ze de leeftijd van het doktertje spelen voorbij zijn. De ouders durven ze daarom niet meer alleen te laten met jongere broertjes en zusjes. Ze vonden bij de professionele hulpverlening geen gehoor en hebben zelf voor de kinderen een praatgroep opgericht om de seksuele agressie te beteugelen. 'Ik vind het moeilijk, mama, om die spelletjes niet meer te doen’, had een van de kinderen gezegd. Zijn moeder: 'Nu heb ik een slachtoffer, maar hoe voorkom ik dat ik straks een dader in huis heb?’
De aanklagende ouders worden met de nek aangekeken in het veendorp. Men verwijt hun dat ze het dorpsleven hebben ontwricht en de school kapot willen maken. Maar de ouders vechten door. Vier november dient het kort geding in hoger beroep met als inzet: onderzoek van de school door een onafhankelijke deskundige. Daarop hebben ze hun hoop gevestigd.