Toneel: Oedipus

Ken uzelf

De tragische mens is gevangen in een beweging die hem weg doet hollen van zijn ondergang, die door diezelfde beweging juist wordt bespoedigd. Oedipus, het oer-personage van de tragedie-aller-tragedies, trekt driftig aan de draden van zijn wordingsgeschiedenis. Hij móet weten wat hij niet zou moeten wíllen weten. Hij kan niet anders. ‘Ken uzelf’, de bittere godenspreuk op de steen bij het Orakel van Delphi, is zijn ongeluk maar blijft zijn leitmotiv.

Hij wordt er zwaar door op de proef gesteld. Van de drie Griekse tragici is Sofokles, auteur van twee Oedipus-stukken en van Antigone, het minst hardvochtig tegenover zijn inzicht zoekende personages. Hij is niet woedend op de goden (zoals Aeschylos) en niet cynisch over zijn medemens (zoals Euripides). Hij is de grootste psycholoog. In zijn stukken zindert mededogen. En hoop. Tegen beter weten in.

Het RO Theater heeft Oscar van Woensel opdracht gegeven de stof te bewerken tot een volle avond toneel. Hij sleurt, net als Pasolini in zijn film Edipo re (1967), de voorgeschiedenis van Oedipus het toneel op. Hij versnijdt die – en dat is het verschil met Pasolini – als flashbacks geraffineerd in de hoofdplot. In het tweede deel, over het lange sterven van Oedipus in Kolonos, gebruikt Van Woensel dezelfde schrijftechniek, maar nu in flashforwards, over de toekomstige ondergang van Oedipus’ dochter Antigone. Dat materiaal gaat over de doden, over het begraven, over de noodzakelijke rituelen van mededogen, troost en inzicht.

De voorstelling, die kortweg Oedipus heet, is geregisseerd door artistiek leider Alize Zandwijk. Het toneelbeeld (Thomas Rupert) wordt gedomineerd door drie elementen die meer dan levensgroot zijn. Net als de vertelling. Links achter hangt een reusachtig draaiend ding dat ouders soms boven de wieg van hun baby hangen. Nomen est omen: mobile, alles beweegt. Midden achter ligt in een poortopening het levenloze achterlijf van een reuzenknaagdier. Het zou een rat kunnen zijn (lees: de pest in Thebe). Misschien het achterlijf van een monstrueus kadaver, de geslachte Sfinx, Oedipus’ heldendaad. Rechts hangt een bewegende ‘toneelzon’, een enorme batterij aan licht (Casper Leemhuis), om ons te helpen bij de sprongen in de tijd. Bijvoorbeeld naar scène zes. Waarin we terugkijken op het huwelijk van Laios en Iocaste vóór hun zoon Oedipus geboren werd. Laios (Herman Gilis) is dronken van angst over de voorspelling van het orakel (jouw zoon gaat je ooit doden). Iokaste (Fania Sorel) is dit alcoholdoordrenkte huwelijksbed kotsbeu en vrijt met hem in zijn delirium-slaap. Een van de twee koorleden (Yahya Gaier) doet zijn jas uit en onttrekt grijnslachend deze cruciale copulatie aan ons oog. Meteen daarop wordt geschakeld naar de actualiteit. Waarin Oedipus (Nasrdin Dchar) iedereen om hem heen, vooral Iokaste, aan wanhopig harde kruisverhoren onderwerpt over zijn herkomst. Na een harde overgang volgt de scène waarin Oedipus wordt geboren én als baby meteen wordt verbannen. Getoond met drie ingrediënten: een emmer water, een pop en een boodschappentas. Die scène is een wonder van eenvoud. Zoals eigenlijk de hele enscenering. Het andere koorlid, Jacqueline Blom, komt in een scherpe monoloog de naderende afgrond inleiden met de vraag waar de hele avond eigenlijk om draait: wat blijft er over als je niks meer hebt?

En dan moet Jack Wouterse nog opkomen! (wordt vervolgd)


Oedipus speelt nog t/m 27 april. Binnenkort in Enschede (6 april), Nijmegen (9 april) en Amsterdam (10 en 11 april).rotheater.nl