Kennis & macht

Kennis & macht

Onlangs stond er in Trouw een treurig interview met Han Israels. Onder de titel Heilige verontwaardiging heeft hij een kritisch boek geschreven over het geruchtmakende incestonderzoek van de psychologe Nel Draijer. Het is een interessant boek, waarin Israels probeert aan te tonen dat Draijer conclusies trekt die eigenlijk niet uit haar eigen onderzoek te trekken zijn. Er is niets onfatsoenlijks aan dat boek, maar niettemin schijnt Israels daarna als paria behandeld te worden.

Het begon ermee toen twee leden van de begeleidingscommissie, Paul Schnabel en Bram de Swaan, net deden of ze eigenlijk niets met het boek te maken hadden. Dat bleek helemaal niet waar. De Swaan heeft inmiddels min of meer een tournure gemaakt, maar Schnabel, die zijn goede contacten met Draijer niet wil verliezen — wetenschap lijkt vaak op koorddansen en nog vaker op politiek — heeft zijn weinig verheffende houding volgehouden. Het zaakje werd aangewakkerd door Vrij Nederland. Geheel in de geest van kameraad Stalin publiceerde dit weekblad een verhaal waarin uitsluitend de vijanden van Han Israels aan het woord kwamen. Journalistiek van allerbelabberdst niveau.

Nu gaat het mij niet eens om de kwestie zelf. Ik ken Han Israels als gewetensvolle onderzoeker. In het debat heeft hij soms de neiging zijn tegenstanders helemaal niets te gunnen en elke ontsnappingsmogelijkheid dicht te timmeren, maar dat mag. Polemiseren is een harde bezigheid waar je tegen moet kunnen, waar je moet zijn voorbereid op een bittere strijd. Dat geldt voor je tegenstanders, maar ook voor jezelf. Israels moet er dan ook niet over klagen als hij wordt teruggepakt, zelfs als dat gebeurt op een onfatsoenlijke manier. That’s life, wij leven niet meer in een tijd dat heren op het floret een affaire beslisten.

Waar Israels terecht over klaagt, is de houding van het Trimbos Instituut, dat hem een opdracht had verstrekt om onderzoek te doen naar de opvang van psychiatrische patiënten die in Amsterdam rondzwerven. Die opdracht heeft men ingetrokken, niet omdat men vindt dat Israels ongelijk heeft in zijn boek, maar omdat Israels als wetenschapper «beschadigd» zou zijn. Men hoort hier al de misselijke terminologie van het poldermodel. Voor de lieve vrede geldt niet de waarheid, maar het streven om goede vriendjes met iedereen te blijven.

Met het intrekken van de onderzoeksopdracht aan Israels desavoueert het Trimbos Instituut vooral zichzelf. Een instituut dat pretendeert wetenschappelijk onderzoek te doen, maakt zich volkomen ongeloofwaardig als het al bij het eerste zuchtje tegenwind door de knieën gaat en zich gedraagt als een instelling van farizeeërs. Het zal mij in de toekomst moeite kosten rapporten van het Trimbos Instituut nog serieus te nemen. De laffe bazen die daar werken lijken mij van het soort dat ook bereid is resultaten aan te passen.

Voor Israels is het natuurlijk zuur. Wat hij vooral niet moet doen, is zichzelf zien als slachtoffer, want voor je het weet, ben je dan zelf een psychiatrisch geval, zwervend langs de straten.